Ozon: achtergrondinformatie
Geschiedenis
| De Nederlandse wijsgeer Van Marum was in 1785 vermoedelijk de eerste die zintuiglijk ozon als een gas identificeerde. Tijdens zijn experimenten beschreef hij dat hij in de omgeving van zijn elektriseermachine een karakteristieke geur waarnam [1,3]. Pas decennia later, in 1840 kondigde Schönbein de ontdekking van ozon aan in een geschrift dat hij presenteerde aan de universiteit van München. Hij had dezelfde karakteristieke geur opgemerkt tijdens zijn experimenten. Hij gaf de stof de naam ozon, wat is afgeleid van het griekse woord ozein wat ruiken betekent. In het algemeen wordt de ontdekking van ozon als chemische verbinding toegeschreven aan Schönbein. Bovendien wordt Schönbein gezien als de eerste persoon die de reacties bestudeerde van ozon met organische en anorganische verbindingen [1,4]. | |
| Daarna volgden nog vele studies waarbij de desinfecterende werking van ozon werd ontdekt. De eerste ozongenerator is in 1857 gefabriceerd in Berlijn door Von Siemens [1,3,6]. Door deze fabrikant van elektrische apparaten werd in deze tijd mede een boek geschreven over de toepassingen van ozon in water. Er zijn daarna vele pilot schaal projecten gedaan waarbij veel onderzoek is verricht naar de desinfecterende werking van ozon. De Franse chemicus Marius Paul Otto haalde in 1889 een doctoraat aan de franse universiteit, met zijn scriptie over ozon. |
Marius Paul otto |
| Hij was de eerste persoon die een gespecialiseerd bedrijf was gestart voor de fabricage en installatie van ozon: “Compagnie des Eaux et de l’Ozone” [5].De eerste toepassing op technische schaal was in 1893 in Nederland (Oudshoorn) [3,5]. Deze ozoninstallatie werd grondig bestudeerd door franse wetenschappers, waarna er een werd geïnstalleerd in Nice (in 1906). Omdat sindsdien ozon onafgebroken wordt toegepast in Nice, wordt deze stad ook wel “de geboorteplaats van ozon voor drinkwaterbehandeling” genoemd [3]. In de periode voor de Eerste Wereldoorlog was er een snelle groei van ozoninstallaties in verschillende landen. Rond 1916 waren er in Europa 49 ozon installaties in bedrijf (waarvan 26 in frankrijk) [3]. Deze groei nam echter snel af in de periode daarna. Dit was het gevolg van onderzoek in de Eerste Wereldoorlog naar giftig gas, wat heeft geleid tot de ontwikkeling van chloor. Deze desinfectant bleek een goedkoop alternatief voor ozon en had niet de tekortkomingen als wisselende bedrijfszekerheid en lage rendementen bij de ozongeneratie. De produktie is tot na de Tweede Wereldoorlog niet meer op het oude niveau geweest. In 1940 was het aantal ozoninstallaties over de wereld slechts gegroeid tot 119. In 1977 was dit aantal toegenomen tot 1043 ozon installaties (meer dan helft stond in Frankrijk) [1,3]. Rond 1985 werd het aantal ozoninstallaties geschat op > 2000 [2]. Tot op heden wordt de voorkeur nog vaak gegeven aan chloorproducten. De laatste decennia heeft de toepassing van ozon niettemin nieuwe impulsen gekregen. De ontdekking in 1973 van de vorming van trihalomethanen (THM) als desinfectie bijprodukt bij het gebruik van chloor heeft geleid tot het zoeken naar alternatieven [5]. Bovendien is het gehalte aan hinderlijke, moeilijk te verwijderen organische microverontreinigingen in het oppervlaktewater toegenomen. Deze verbindingen blijken met ozon beter te kunnen worden geoxideerd dan met chloorverbindingen. Tevens is er gebleken dat ozon bepaalde resistente micro-organismen zoals cryptosporidium beter kan inactiveren. Ten slotte is er aanzienlijke vooruitgang geboekt bij het opheffen van de eerder genoemde tekortkomingen in de bedrijfsvoering. | |




Proceswater
Ion exchange
Languages
Deutsch
English
Español
Français
Italiano
Nederlands
Polski
Português
العربية