Milieurampen

Laatst gewijzigd sept 2006 Door S.M. Enzler MSc

Top 10 antropogene en natuurlijke milieurampen

Antropogene milieurampen top 10 Natuurlijke milieurampen top 10

NIEUW! Bekijk onze pagina over milieueffecten van oorlogvoering en over recente milieurampen (na 2000)

Let op: De opmaak van de top 10 is gebaseerd op aantal doden en gewonden, gezondheidseffecten, (blijvende) schade en berichtgeving in de media van de betreffende milieurampen. Hieruit mag niet de conclusie worden getrokken dat de ene milieuramp ernstiger is dan de andere.

Antropogene milieurampen

1. Bhopal: het gaslek van Union Carbide
2. Chernobyl: ontploffing kerncentrale in Rusland
3. Seveso: de dioxinecrisis in Italië
4. De smogramp van Londen
5. Grote oliecrisissen in de 20ste en 21ste eeuw
6. De chemische stortplaats van Love Canal
7. Cyanide lozing bij Baia Mare
8. De BSE-crisis in Europa
9. Afvalwaterlozing in Spanje
10. De bijna-nucleare ramp van Three Mile Island

1. Bhopal: het gaslek van Union Carbide

Veel inwoners van de stad Bhopal in Madya Pradesh county, India, herinneren zich nog goed wat er gebeurde op 3 december 1984. Kort na middernacht ontsnapte een gaswolk uit de pesticidenfabriek van Union Carbide Ltd. (UCIL). De wolk bevatte 15 ton methyl isocyanaat (MIC), en bedekte een gebied van meer dan 30 vierkante kilometer. Door het gaslek werden circa 4000 bewoners meteen gedood, en hadden tussen de 50.000 en 500.000 mensen last van klachten zoals longoedeem. In het jaar volgende op de ramp vonden nog eens 15.000 mensen de dood. Momenteel hebben nog ongeveer 100.000 mensen last van gezondheidsklachten als gevolg van de gaswolk. Onderzoek van de BBC in 2004 heeft uitgewezen dat nog steeds mensen ziek worden ten gevolge van de verontreiniging, en ieder jaar overlijden tussen de vijf en tien mensen. Het gaslek bij Union Carbide staat nu bekend als een van de ernstigste milieurampen in de geschiedenis.

(Let op dat het aantal doden en gewonden geen absoluut kloppend nummer is. Iedere organisatie beschrijft een verschillend aantal slachtoffers in boeken of op hun website. Het is opvallend dat Union Carbide op de website een veel lager aantal slachtoffers noemt.)

Na de ramp is de toedracht van het gaslek onderzocht. Daaruit bleek dat op de een of andere manier vocht in de MIC opslagbassins terecht was gekomen. Dat leidde vervolgens tot een exotherme reactie waarbij een grote hoeveelheid giftig gas naar buiten lekte. Normaal gesproken zouden scrubbers het ontsnapte gas opvangen, maar deze waren juist uitgezet voor reparatie.
Onderzoek heeft uitgewezen dat men zich niet aan de geldende veiligheidsprocedures had gehouden. Er waren geen kleppen die water tegenhielden, zodat het niet de bassins in zou lopen. De koelinstallatie en de ontgassing werkten niet, waardoor het ontsnapte gas niet werd weggevangen (Fig. 1). De fabriek van Union Carbide in Bhopal was erg onveilig, vergeleken met fabrieken op andere locatie. Wegens bezuinigingen werden veiligheidsprocedures genegeerd.

Figuur 1: overzicht van oorzaken van de Bhopal ramp (Bhopal Medical Appeal, 2002)

Union Carbide werd beschuldigd van opzettelijk negeren van de juiste veiligheidsmaatregelen. Tijdens rechtszaken voor compensatie van de slachtoffers kwam naar voren dat het bedrijf regelmatig ongeteste apparatuur gebruikte in de fabriek in Bhopal. Nadat het gas was ontsnapt werden dokters onvoldoende geïnformeerd over de samenstelling van het gas. Veel slachtoffers kregen daardoor een onjuiste behandeling, en er werden onvoldoende noodmaatregelen getroffen.
De directeur van Union Carbide, Warren Anderson, werd beschuldigd van dood door schuld. Hij verscheen echter niet voor de rechter en zowel India als Amerika namen onvoldoende maatregelen om een eerlijk proces van deze man te garanderen. Milieuorganisaties organiseerden protestmarsen om de aandacht hierop te vestigen.

Union Carbide ontkende elke verantwoordelijkheid voor het incident. Op de website staat de volgende verklaring:
De fabriek in Bhopal was eigendom van Union Carbide India, Ltd. (UCIL), een bedrijf uit India waarvan Union Carbide slechts de helft van de aandelen bezit. Andere aandeelhouders zijn onder andere financiële organisaties, en duizenden private investeerders uit India. De fabriek is ontworpen, gebouwd en onderhouden door UCIL met behulp van Indiase adviseurs en medewerkers.

Over de toedracht van het ongeluk beweren zij:
Het ingenieurs- en adviesbureau van Arthur D. Little heeft een uitgebreid onderzoek uitgevoerd. De conclusie luidde dat het gaslek alleen een gevolg kan zijn van opzettelijke sabotage. Iemand heeft met opzet water in de opslagbassins laten lopen, waardoor de bekende chemische reactie optrad. Er waren veiligheidssystemen aanwezig die voorkwamen dat water per ongeluk in de bassins kon lopen.

Na een langdurig proces werd in februari 1989 uiteindelijk een schikking getroffen. Union Carbide beloofde 470 miljoen dollar aan compensatie te betalen. Slechts een klein deel van het geld is uitbetaald aan de overlevenden van de ramp. Union Carbide beweert op de website dat het volledige bedrag aan de overheid van India is uitbetaald binnen 10 dagen nadat het vonnis getekend was. In 2004 dwong de Hoge Raad de Indiase overheid om de overige 330 miljoen vergoeding aan slachtoffers en familie van slachtoffers te betalen.

Union Carbide verkocht de fabriek in India aan een producent van batterijen. In 2001 nam Dow Chemicals de fabriek over. De overname mondde uit in een brede discussie over verantwoordelijkheid voor het opruimen van de restverontreiniging van de milieuramp in 1984. Milieuactivisten proberen Dow over te halen om alle giftige chemicaliën aanwezig op de locatie op te (laten) ruimen. Ze willen voorkomen dat mensen jaren na het ongeluk last krijgen van zenuwafwijkingen, lever- en nierziekten, en kanker.

Momenteel is de locatie in Bhopal verontreinigd met duizenden tonnen giftige stoffen, zoals hexachloorbenzeen en kwik. De chemicaliën zijn opgeslagen in open vaten. Bij regen sijpelen de stoffen weg, en komen ze in het drinkwater terecht. Volgens de BBC bevatten enkele drinkwaterputten tot 500 keer de normale hoeveelheid aan verschillende chemicaliën. Veel inwoners van de streek hebben te kampen met ziekten die niet veel voorkomen in schone gebieden ver van Bhopal vandaan.

2. Chernobyl: ontploffing kerncentrale in Rusland

Op 26 april 1986 werden testen uitgevoerd in reactor 4 van de kerncentrale Chernobyl in de Oekraïne, 130 kilometer van Kiev. Voor de testen werd een deel van het beveiligingssysteem stilgelegd. Fouten in het ontwerp van de reactor en vergissingen van het personeel zorgden ervoor dat het koelwater begon te koken. De energie productie in de reactor steeg tot tien keer het normale niveau, en temperaturen stegen tot boven 2000oC. Gevolg was dat de brandstofleidingen smolten, en het water nog verder ging koken.
Extreem hoge druk in de koelwaterleidingen veroorzaakte scheurtjes, waardoor stoom ontsnapte. Om 1.23 uur ’s nachts resulteerde de gloeiende hete stoom in een explosie, waardoor het dak van de reactor werd geblazen en een enorme brand ontstond. Een stofwolk met 185 tot 250 miljoen curie radioactief materiaal ontsnapte naar de atmosfeer.

Eenendertig mensen kwamen om door de explosie en de daaropvolgende brand. Twee dagen na de ontploffing was op de Zweedse radio te horen dat 10.000 keer de normale hoeveelheid cesium 137 in de atmosfeer gemeten had. Moskou werd opgeroepen hierop te reageren. De volgende dag werden 135.000 mensen in een straal van 30 km rond de reactor geëvacueerd. Het gebied werd de ‘speciale zone’ genoemd. Deze werd permanent geëvacueerd, omdat het gebied nog eeuwenlang radióactief zal blijven.
De radioactieve wolk werd naar het noorden en noordwesten verplaatst door de wind, en daardoor was Zweden als een van de eersten op de hoogte. De wolk dreef over een groot deel van Europa. Op 2 mei werd zelfs radioactief stof in Nederland gemeten, waardoor de consumptie van vers fruit en verse groenten aan banden werd gelegd.

Verschillende schattingen zijn gemaakt van het aantal slachtoffers van radioactieve straling. Nog steeds ontbreken betrouwbare gegevens. De WHO geeft aan dat ongeveer 800.000 mensen betrokken zijn geweest bij het blussen, opruimen van verontreiniging en inpakken van de reactor in het eerste jaar na de ramp. Alle personeel verblijf maar korte tijd in het gebied, om het gezondheidsrisico te verkleinen. Statistieken van de regering van de Oekraïne tonen aan dat minstens 8000 mensen die hielpen met de opruiming zijn gestorven aan stralingsziekte. Het uiteindelijke dodental van de ramp wordt geschat op tussen de 30 en 300.000, en soms zelfs op meer dan 40.000.

Mensen die tijdens de ramp in de omgeving van Chernobyl woonden ondervinden verschillende gezondheidsproblemen. Meteen na het ongeluk werd duidelijk dat honderden mensen stralingsziekte hadden. Vooral in Wit Rusland is het aantal gevallen van schildklierkanker en leukemie sterk toegenomen, met respectievelijk 2,4% en 100%.
Het aantal geboorteafwijkingen bij kinderen van Chernobyl slachtoffers is 250% hoger dan voor de ramp. Gevolgen zijn een hoger voorkomen van kanker en hart- en vaatziekten. Ongeveer 64% van alle Oekraïense kinderen die kanker hebben wonen in de meest verontreinigde gebieden. Genetische afwijkingen resulteren vaak in mutaties, waardoor ledematen ontbreken (zie foto).

De snelle toename van ziekten is het gevolg van blootstelling van de bevolking aan agressieve radioactieve deeltjes die bij de explosie van de kerncentrale zijn vrijgekomen. Vier gevaarlijke stoffen kwamen vrij, en het voornaamste probleem is dat ons lichaam deze niet als gevaarlijk ziet:
- Plutonium wordt door het lichaam herkend als ijzer, en getransporteerd met het bloed. De stof veroorzaakt kanker en bloedziekten. Het half leven van plutonium is 24.400 jaar, en het zal nog eeuwenlang aanwezig zijn in de speciale zone.
- Cesium 137 wordt door het lichaam herkend als kalium en in de spieren opgenomen
- Jodium 131 wordt door het lichaam niet herkend als radioactieve stof en wordt daarom net als onschadelijk jodium opgenomen in de schildklier. Het veroorzaakt schildklierkanker, vooral bij kinderen tussen 0 en 18 jaar oud. Een operatie kan de ziekte genezen, maar het laat wel een litteken achter dat bekend staat als de ‘Witrussische Ketting’, waardoor iemand voor zijn leven als Chernobyl slachtoffer kan worden geïdentificeerd
- Strontium 90 wordt door het lichaam herkend als calcium en veroorzaakt leukemie als het in de botstructuur wordt opgenomen

Regeringen in de regio schatten dat minstens 7 miljoen mensen gevolgen van de ramp ondervinden. Vier jaar na de ontploffing werden 627.000 Sovjets regelmatig gecontroleerd op symptomen en effecten van stralingsziekte. Het aantal slachtoffers dat de ramp uiteindelijk zal veroorzaken wordt wel geschat op 11 keer het aantal kanker slachtoffers van de nucleaire bombardementen in Hiroshima en Nagasaki in 1945. momenteel wonen waarschijnlijk meer dan 4 miljoen mensen in de Oekraïne, Wit-Rusland en West-Rusland nog op verontreinigde grond.
Gezondheidseffecten door de ramp en de angst om alsnog te sterven veroorzaken geestelijke problemen bij kinderen. Het zelfmoordcijfer van de regio is met 1000% toegenomen.

Na de explosie in november 1986 werd reactor 4 ingepakt in een betonnen sarcofaag (zie foto), om de omgeving te beschermen tegen verdere radioactiviteit. Na enige tijd zijn de andere drie reactoren weer in werking gesteld. In 1989 werd besloten de constructie van een vijfde en zesde reactor op te schorten. Er ontstond discussie over de veiligheid van de sarcofaag om reactor 4. op de lange termijn is deze niet erg stabiel, en velen menen dat hij moet worden vervangen. Het is bekend dat de vervanging op korte termijn moet gebeuren, omdat de sarcofaag nu radioactieve straling lekt. Over 1000 vierkante kilometer zijn gaten en scheuren in de structuur ontstaan. Door de intense hitte in de reactor (meer dan 200 graden) zullen alleen maar meer gaten en scheuren ontstaan.
De vervanging van de sarcofaag is een erg dure aangelegenheid en staat daarom nog steeds ter discussie. Het is nog onzeker of er wel een constructiemethode bestaat die de omgeving permanent tegen de straling uit reactor 4 beschermt.

Naar aanleiding van de ramp in Chernobyl probeerden internationale organisaties de Oekraïense overheid over te halen om de overige kernreactoren te sluiten. Dat bleek echter nadelig voor het land, omdat ongeveer 5% van de total energie door de reactoren werd geproduceerd. Uiteindelijk werd besloten dat de kerncentrale in de winter van 2000 zou worden gesloten. Ondanks protesten van de regering werden de reactoren gesloten in december 2000.

Gevaarlijke stoffen uit de reactor verspreiden zich nog steeds door bosbranden en weersomstandigheden, waardoor bodem, water en lucht steeds opnieuw verontreinigd worden. Nieuwe stralingsplekken in de Oekraïne en Wit-Rusland worden nog steeds ontdekt, en dit zal blijven voortduren tot halverwege de 21ste eeuw. Een 20.000 ton zware stalen constructie staat op het programma, om de lekkende sarcofaag rond reactor 4 te vervangen. Wanneer alles volgens de planning verloopt zal deze in 2007 gereed zijn.

3. Seveso: de dioxinecrisis in Italië

Op 10 juli 1976 ontplofte een TCP (2,4,5-trichloorfenol) reactor van het chemische bedrijf ICMESA in Meda, Italië. Een giftige gaswolk met hoge concentraties TCDD (een dioxine) ontsnapte naar de atmosfeer. Benedenwinds van de fabriek verontreinigde de dioxinewolk een dichtbevolkt gebied van 6 km lang en 1 km breed, waardoor veel dieren onmiddellijk de dood vonden. Het nabijgelegen dorp Seveso werd behoorlijk getroffen, daarom werd het ongeluk de Seveso ramp genoemd. In totaal werden 11 gemeenschappen getroffen.

Door de media wordt Seveso in een adem genoemd met grote rampen als Bhopal en Chernobyl, en is daardoor een internationaal symbool geworden van industrieel gerelateerde ziekten. Bij Seveso werd echter wel sneller gehandeld toen de dioxinewolk was ontsnapt, omdat eerdere ongelukken met dioxine hadden uitgewezen hoe gevaarlijk het is. Verontreinigde gebieden werden uitgebreid onderzocht, en vervuilde grond werd afgegraven en elders behandeld. Gezondheidseffecten werden onmiddellijk aan de dioxinecrisis verbonden en de slachtoffers ontvingen schadevergoeding. Men zette een lange termijn plan voor monitoring van de gezondheid van de slachtoffers op. De meeste Seveso slachtoffers hadden last van chlooracne, een zichtbare gezichtsafwijking (zie foto), maar ook van genetische problemen.

Het Seveso incident en de onmiddellijke reactie van de autoriteiten was de directe aanleiding voor nieuwe Europese regelgeving voor preventie van en omgang met zware ongelukken waarbij giftige stoffen vrijkomen. Deze regelgeving staat nu bekend als de Severso richtlijn. Het is een centrale richtlijn voor industriële veiligheid binnen Europese landen.
Het meest opmerkelijke aan het Seveso incident was dat lokale en regionale autoriteiten er geen idee van hadden dat de fabriek een risico vormde. De fabriek stond al meer dan 30 jaar op dezelfde plaats, maar men kwam er pas in 1976 achter hoe gevaarlijk dat was. Door middel van de Europese richtlijn wil men voorkomen dat door onwetendheid in de toekomst meer ongelukken bij chemische fabrieken gebeuren. In 1982 werd de richtlijn officieel door de Raad van Ministers van de Europese Unie aangenomen. Veiligheidsmaatregelen zijn nu verplicht, en het publiek moet worden geïnformeerd over industriële risico’s. Dat laatste staat nu bekend als het ‘need to know’ principe.

4. De smogramp van Londen

In december 1952 werd Londen getroffen door zware smog, welke bleef hangen tot maart 1953. Zachte wind en een hoge luchtvochtigheid vormden de ideale omstandigheden voor smogvorming. Door de buitengewone kou van de winter van 1952-1953 was men extra kolen gaan stoken, en veel mensen gebruikten de auto de hele winter lang. Dit resulteerde in een combinatie van zwarte roet, plakkerige teerdeeltjes en gasvormig zwaveldioxide. Het resultaat was de zwaarste episode van winter smog ooit.

Metingen toonden aan dat de concentratie fijn stof in de lucht boven 56 keer het normale niveau was. Zwaveldioxide concentraties stegen tot 7 keer het maximale niveau. De rookdeeltjes in de smog gaven het een geelzwarte kleur. Zwaveldioxide reageerde met deeltjes uit mistige druppels tot zwavelzuur, en een zeer zure regen was het resultaat.

In de nacht van 5 december was de smog zo dicht dat men slechts enkele meters ver kon zien. Smog trad gebouwen binnen, en bioscopen, winkels en theaters werden gesloten. Transport was nauwelijks mogelijk. Motorvoertuigen gingen in de schuur, treinen werden stilgelegd en vliegvelden werden gesloten.

De smog kostte aan ongeveer 12.000 mensen het leven, waaronder veel kinderen, ouderen en mensen met chronische long- of hartziekten. Het aantal doden per dag tijdens de smogramp was drie of vier maal hoger dan op een normale dag. De meesten overleden aan longziekten, tuberculose en hartkwalen. Sterfte aan bronchitis en longontsteking steeg tot zeven keer het gebruikelijke aantal. Verreweg de meeste mensen stierven aan het inademen van zure aerosolen, die irritatie van de luchtwegen veroorzaken. De zuurgraad was niet gemeten, maar men denkt dat de pH daalde tot beneden 2 tijdens de piekdagen van de smogramp.

Het hoogste aantal doden tijdens de ramp viel op 8 en 9 december; wel 900 mensen per dag. In sommige stadsdelen stegen de dodentallen tot negen keer het gebruikelijke aantal. Tot de lente bleef het aantal doden hoog, per week stierven ongeveer 1000 mensen meer dan verwacht zou worden.

Door de zware vervuiling en het dodental werden mensen zich bewust van de ernst van verontreiniging. De smogramp in Londen was de directe aanleiding voor de introductie van de eerste Clean Air Act in 1956.

5. Grote oliecrisissen in de 20ste en 21ste eeuw

Eind 20ste en begin 21ste eeuw zijn wereldwijd een aantal oliecrisissen geweest.de oorzaken waren ongelukken in de vaart, of oorlogen. Het is vrijwel onmogelijk te bepalen welke olieramp de meest ernstige gevolgen had voor het milieu. In onze milieurampen top 10 zullen we een aantal olierampen opsommen. Allereerst een aantal die behoorlijke aandacht van de media genoten.

Amoco Cadiz

Op 16 maart 1978 strandde de Liberiaanse tanker Amoco Cadiz op de Portsall Rocks bij de kust van Bretagne, Frankrijk. De oorzaak was een defect in het stuurmechanisme. Hoewel kapitein Pasquale Bandari meteen een signaal voor ‘Niet onder bevel’ doorgaf, vroeg hij geen assistentie tot ruim een uur later. Tegen die tijd had zijn ingenieur al gemeld dat de schade onherstelbaar was. De Amoco Cadiz dreef naar de kust en raakte de bodem, waardoor de romp en de opslagtanks open sprongen.

Alle opvarenden van de tanker werden met een helikopter in veiligheid gebracht. Niet lang daarna brak het schip in tweeën, waardoor 230.000 ton ruwe olie in de zee en het Engelse Kanaal terechtkwam. De olievlek verontreinigde ongeveer 300 kilometer kust, vernietigde visserijplaatsen, oesterbedden en zeewier. De standen van 76 Bretonse gemeenschappen waren verontreinigd met olie.

Tot twee weken na het ongeluk waren opruimingswerkzaamheden onmogelijk, door de geïsoleerde locatie van het wrak, en wild water. Door het woeste water brak het schip uiteindelijk volledig aan stukken, voordat de nog in het wrak aanwezige olie kon worden verwijderd.

In de jaren 1970 was dit een van de grootste milieurampen ooit. Pas tien jaar later waren alle resulterende rechtszaken afgerond. In 1988 liet een rechter de Amoco Oil Corporation 85,2 miljoen dollar aan schadevergoeding betalen, waarvan 45 miljoen als compensatie voor de verontreiniging, en 39 miljoen rente.

Piper Alpha

Op 6 juli 1988 vond een ontpolffing plaats op het boorform Piper Alpha van Occidental Petroleum Ltd. En Texaco in de Noordzee. Piper Alpha bevond zich op het Piper Olieveld, ongeveer 190 km van Aberdeen in 144 m diep water. Tijdens de explosie waren ongeveer 240 mensen werkzaam op het platform. De explosie en de brand die volgde doodde 167 van hen onmiddellijk. Er wordt wel beweerd dat de evacuatie plannen incompleet waren, en dat daarom geen van de sterfgevallen kon worden voorkomen. Tegen de tijd dat helikopters ter plaatse waren, hinderden 100 meter hoge vlammen benadering van het platform. Slechts 62 werkers werden veilig uit de zee gehaald.

Een nabijgelegen platform dat Tartan heette ging door met het pompen van gas naar de stroomopwaarts gelegen leidingen van Piper Alpha na de explosie, omdat men de autoriteit niet had de productie te staken. Zelfs toen het platform in brand vloog ging men door met pompen. Het vrijgekomen gas veroorzaakte een tweede explosie, waardoor al snel het gehele platform in lichterlaaie stond.
Het personeel dat de autoriteit had de Pipr Alpha te evacueren was tijdens de eerste explosie gedood, omdat de controlekamer werd verwoest. Daarom probeerden mensen tot uren nadat de brand was uitgebroken nog van het platform af te komen.

In november 1988 werd het Cullen Onderzoek gestart om de toedracht van de ramp te achterhalen. Men stelde dat de aanvankelijke explosie werd veroorzaakt door een gaslek, waardoor aardgas condensaat ophoopte onder het platform. Het lek zou zijn ontstaan door herstelwerkzaamheden aan een pomp en veiligheidsklep. Gevolg was ontbranding van olie en het smelten van de pijpleidingen stroomopwaarts. Piper Alpha’s eigenaar Occidental werd schuldig bevonden aan het gebruiken van ontoereikende veiligheidsprocedures.

Exxon Valdez

In 1989 botste de Amerikaanse olietanker Exxon Vladez op het Bligh koraalrif, waardoor een behoorlijk lek ontstond en olie wegsijpelde. De tanker had juist de Vladez terminal in Alaska verlaten, en voer door Prince William Sound. Kapitein Joseph Hazelwood informeerde de kustwacht dat ze van koers zouden veranderen, om een aanvaring met enkele kleine ijsbergen te voorkomen. De kustwacht zei de kapitein in noordelijke richting te varen. Na Busby Island moest de tanker weer naar het zuiden varen, maar hij keerde niet snel genoeg, waardoor een botsing met het rif onvermijdelijk was. Tussen de 41.000 en 132.000 vierkante meter olie lekte het water in, waardoor 1900 km kust werd verontreinigd. Door de olieramp werden zo’n 250.000 zeevogels, 2800 zeeotters, 250 roofvogels en 22 walvissen gedood.

Naar aanleiding van het ongeluk betaalde Exxon Mobil 3,5 miljard dollar schadevergoeding, waarvan 2,1 miljard bedoeld was voor de opruiming van de olie. Zowel Exxon als de overheid wilden de ramp onderzoeken, vanwege de grote hoeveelheden geld die deze kostte.
Ironisch genoeg toonden onderzoeken van het NOAA aan dat de meeste schade niet werd veroorzaakt door de olieramp, maar door de opruiming van de verontreiniging. Men beweerde dat drukpompen verantwoordelijk waren voor de meeste sterfte onder vogels en vissen. Op stranden die niet werden schoongemaakt leek het leven zich na 18 maanden te herstellen, terwijl dat bij schoongemaakte stranden wel 3 tot 4 jaar duurde. Olie wordt nog steeds opgeruimd, omdat de publieke opinie nog steeds stelt dat de beste respons is.

De ramp met de Exxon Valdez kreeg, en krijgt nog steeds, veel aandacht van de media. Veel mensen herinneren zich de ramp nog. Maar de Exxon Valdez was niet de grootste olieramp in de geschiedenis. Deze deed zich voor in de Golfoorlog in 1991.

De Golfoorlog

In augustus 1990 vielen Irakese troepen Koeweit binnen, en daarmee begon de Golfoorlog waarin wereldwijd 34 landen betrokken waren. In januari 1991 veroorzaakten Irakese troepen een milieuramp van ongekende grootte. Zestien kilometer van de kust van Koeweit werd olie vanuit verschillende tankers in de zee gedumpt, en de kleppen van een zeeplatform werden geopend. Vervolgens werden 650 oliebronnen in Koeweit in brand gezet.

Het waarschijnlijke doel van de operatie was om de landing van Amerikaanse mariniers te voorkomen. Amerika vernietigde eind januari vanuit de lucht een aantal olieleidingen om verdere verontreiniging van de Golf te voorkomen. Het leek echter weinig uit te halen. Ongeveer 1 miljoen ton ruwe olie was al in de Golf terechtgekomen, en daarmee was dit de grootste olieramp uit de geschiedenis. In de lente van 1991 stonden nog 500 oliebronnen in brand, en pas in november was de laatste brand geblust.

De olieramp had onbeschrijflijke gevolgen voor het leven in de Perzische Golf (zie foto). Enkele maanden na de ramp waren meer dan 20.000 zeevogels gedood, en waren marine flora en fauna aangetast. De branden in de oliebronnen stootten grote hoeveelheden roet en toxische stoffen uit, waardoor de lokale bevolking en de biota nog tot enkele jaren erna gezondheidsproblemen ondervonden. De verontreiniging was waarschijnlijk extreem genoeg om lokale weersomstandigheden te beïnvloeden.

Tricolor

In de vroege uren van 14 december 2002 botste het Noorse schip Tricolor op het containerschip Kariba van de Bahamas, in het Franse Kanaal. De toedracht van het ongeluk was een combinatie van mist en berekeningsfouten. De Kariba was zwaar beschadigd, maar kon tenminste de haven van Antwerpen halen. De bemanning van Tricolor werd van het schip gehaald door reddingsteams, maar dat ging slechts heel langzaam door het slechte zicht. Gelukkig raakte niemand gewond.

Ondanks waarschuwingsbakens op de plaats waar de Tricolor in het water lag, voor de Nicola op 16 december tegen het wrak aan. Het schip kon veilig worden teruggeloodst naar de haven, maar de Tricolor lag nog in het water en was nu nog veel verder beschadigd. Het schip werd total loss verklaard en Berger Smit begon met het wegpompen van 2200 ton olie uit het wrak.

In januari 2003 botste de olietanker Vicky op het wrak, waardoor olie vanuit de Vicky in de het Kanaal liep. Aan de kust van Frankrijk en België was dit merkbaar. Gelukkig was de schade beperkt en lekte de Tricolor geen olie.

Tegen eind januari veroorzaakte extreem weer een botsing tussen Berger Smit en het wrak van de Tricolor, en begon het wrak toch olie te lekken. Al snel werd duidelijk dat tenminste 1000 ton olie in het Kanaal terecht was gekomen. Aan de kust van Frankrijk en België veroorzaakte de olie de dood van vele zeevogels, die op het strand aanspoelden.

Na de derde botsing gaf de Franse regering het bevel het wrak te verwijderen, om verdere schade aan het milieu te voorkomen. Uiteindelijk werd het schip in negen kleinere delen opgebroken, die uit het water werden getild en werden afgevoerd.

De Tricolor vervoerde auto’s, en momenteel liggen nog steeds honderden autowrakken op de bodem van het Kanaal. De waarde van de vracht was ongeveer 49 miljoen euro. Het schip was ongeveer 40 miljoen euro waard.

Overig

Behalve bovengenoemde zijn er nog veel meer ongelukken geweest waarbij olie in zee is gelekt. De meeste kregen verreweg niet zoveel media aandacht. Hier volgen enkele voorbeelden:

- 1967 Liberian tanker Torrey Canyon lekt 120.000 ton olie bij Cornwall
- 1968 Witwater tanker lekt 14.000 vaten olie bij de kust van Panama
- 1969 tanker Hamilton lekt 4.000 vaten olie in Liverpool Bay, Engeland
- 1970 tanker Arrow lekt 77.000 vaten olie bij Nova Scotia, Canada
- 1971 tanker Wafra lekt 20.000 vaten olie bij Cape Agulhas, Afrika
- 1972 tanker Sea Star schiet in brand na aanvaring in de Golf van Mexico
- 1974 Nederlandse tanker Metulla lekt 53.000 ton ruwe olie bij South-Chilli
- 1976 Liberiaanse tanker Argo Merchant lekt 29.000 vierkante meter olie bij de kust van Massachusetts
- 1976 Spaanse tanker Urquillo lekt meer dan 100.000 ton olie
- 1977 tanker Al Rawdatain lekt 7350 vaten olie bij Genua, Italië
- 1977 tanker Borug lekt 213.692 vaten olie bij de kust van Taiwan
- 1978 Braziliaanse Marina lekt 73.600 vaten olie bij Sao Sebastiao, Brazilië
- 1979 Betegeuse lekt 14.720 vaten olie bij Bantry Bay, Ierland
- 1979 Ixtoc I olieput in Mexico ontploft en lekt 600.000 ton olie
- 1984 Alvenus tanker loopt zuidwestelijk van Cameron, Louisiana aan de grond en lekt 65.000 vaten olie
- 1985 ARCO Anchorage lekt 5690 vaten olie bij de kust van Washington
- 1986 onbekende oliemorsing komt richting de kust van Georgia en blijkt later uit de Amazon Vulture tanker te komen
- 1989 Aragon tanker lekt 175.000 vaten olie bij Madeira, Portugal
- 1990 tanker American Trader loopt aan de grond bij Huntington Beach, California en lekt 9458 vaten olie
- 1990 Cibro Savannah tanker vliegt in brand en lekt 481 vierkante meters olie
- 1990 Jupiter tanker vliegt in brand bij Bay City, Mexico en lekt olie
- 1990 Mega Borg tanker vliegt in brand en lekt 19.000 vierkante meter olie bij Galveston, Texas
- 1991 tanker Bahia Paraiso lekt 3774 vaten olie bij Palmer Station, Antarctica
- 1992 Griekse tanker Aegean Sea lekt 70.000 ton olie bij Galicia
- 1993 Bouchard B155 tanker lekt 1270 vierkante meter olie na botsing met 2 schepen
- 1996 Liberiaanse tanker Sea Empress lekt 147.000 ton olie bij Wales
- 1999 Maltese tanker Erika lekt 30.000 ton olie bij Bretagne
- 2001 tanker Jessica lekt 900 ton olie bij de Galapagos Eilanden
- 2002 Bahamese Prestige lekt olie bij Galicië

Dit zijn slechts voorbeelden van een veel groter aantal olierampen dat zich heeft afgespeeld in de geschiedenis. Helaas zijn er nog veel meer, die hier niet worden genoemd.

6. De chemische stortplaats van Love Canal

In 1920 gebruikte Hooker Chemical een gebied in Niagara Falls als stortplaats voor huishoudelijk en chemisch afval. In 1953 was de stortplaats vol, en werd deze vervolgens bedekt volgens relatief nieuwe methoden. Een dikke laag ondoorlaatbare rode klei werd als coating gebruikt om te voorkomen dat chemicaliën uit de stort zouden gaan lekken.

Een nabijgelegen gemeente wilde de site opkopen om huizen op te bouwen. Ondanks de waarschuwingen van Hooker kocht de stad de stortplaats voor het schamele bedrag van 1 dollar. Hooker vroeg er zo’n lage prijs, omdat ze geen geld wilden verdienen aan een dergelijk onverstandig project. De gemeente startte graafwerkzaamheden om riolering aan te leggen, waardoor de rode klei bedekking van de stortplaats beschadigde. Men bouwde huizenblokken en een school, en noemde de wijk Love Canal.

Love Canal leek op het eerste gezicht een doorsnee buurt. Het enige verschil met andere wijken waren de onaangename geuren en een ongewone lekkage bij veel bewoners in kelders en achtertuinen. Kinderen die in de buurt woonden werden vaak ziek. Moeders in Love Canal hadden vrij vaak miskramen, en ook geboorteafwijkingen waren niet ongewoon.

Het hoge aantal mensen dat ziek was of geboorteafwijkingen had in Love Canal werd opgemerkt door activiste Lois Gibbs. Zij begon het vervolgens te documenteren. In 1978 werd in een krantenartikel het bestaan van de chemische stortplaats onder de wijk onthuld. Lois Gibbs begon verzoeken aan de gemeente te schrijven om de school te sluiten. In augustus 1978 kreeg het verzoek gehoor en beval de NYS Health Department de school te sluiten wanneer kinderen chemische vergiftiging opliepen.

Tijdens een scheikundig onderzoek van Love Canal werd meer dan 130 pond TCDD gevonden, een zeer giftig en carcinogeen dioxine. De totale voorraad van 20.000 ton afval in de stortplaats bleek meer dan 248 verschillende chemicaliën te bevatten. Het afval bestond hoofdzakelijk uit residuen van pesticiden, en afval dat vrijkwam bij gebruik onderzoek naar chemische wapens.

De chemicaliën uit de stortplaats waren in huizen, riolen, tuinen en beekje terechtgekomen. Gibbs besloot dat het tijd werd de meer dan 900 families die in de wijk woonden te evacueren. Uiteindelijk zette president Carter een fonds op waardoor alle families een veiliger onderkomen kregen. Het moederbedrijf van Hooker werd voor de rechter gesleept, en veroordeeld tot een boete van 20 miljoen dollar.

Ondanks protest vanuit de organisatie van Gibbs werd 20 jaar later een deel van de huizen in Love Canal weer te koop aangeboden. Momenteel staat het merendeel van de huizen weer te koop. Ondanks een herbenaming van de buurt blijken de huizen moeilijk verkoopbaar. Love Canal heeft na het incident een hele slechte reputatie gekregen, en daardoor willen banken geen hypotheken aanbieden. Over 20 jaar zouden er wel weer eens mensen kunnen gaan wonen.

De in de stortplaats aanwezige chemicaliën zijn niet verwijderd. Er is opnieuw een coating aangebracht, en de buurt is gesaneerd en veilig verklaard. Het moederbedrijf van Hooker heeft nog eens 230 miljoen dollar betaald om de saneringen te financieren. Het bedrijf wordt verantwoordelijk geacht voor het managen van de stortplaats. Het verhaal van Love Canal staat nu bekend als een van de grootste milieurampen in Amerika in de afgelopen eeuw.

7. Cyanide lozing bij Baia Mare

Mijnwerkers in goudmijnen gebruiken cyanide (CN) om goud uit stenen te halen. Dat wordt bijvoorbeeld veel gebruikt in Roemenië. Om tien uur in de avond van 30 januari 2000 kwam cyanide vanuit een goudmijn in Baia Mare in de rivier de Somes terecht, en stroomde het vervolgens de rivier de Tisza in. De oorzaak van de morsing was een scheur in de dam die om een bezink bassin was gebouwd. Gevolg was dat ongeveer 100.000 kubieke meter vervuild water met hoge concentraties cyanide wegstroomde. Het afvalwater bevatte behalve cyanide ook zware metalen zoals koper, zink en lood. Koper concentraties waren meer dan 40-160 maal de drempelwaarde, zink concentraties 2 maal en lood concentraties 5-9 maal.

Cyanide is een zeer agressieve stof die in hoge concentraties dodelijk is. Toen de Roemeense autoriteiten op de hoogte werden gebracht van het ongeluk, werd meteen groot alarm geslagen. De snelle reactie voorkwam menselijke slachtoffers. Wel bezweken benedenstrooms veel planten en dieren. Op 12 februari stroomde verontreinigd water van de rivier de Tisza door in de Donau, waardoor effecten zichtbaar waren in Hongarije en Servië. Inwoners van Belgrado zagen water vol dode vissen voorbij stromen. Ongeveer 100 mensen, waarvan het merendeel kinderen, moest worden behandeld na het eten van verontreinigde vis. De Roemeense media noemde de ramp ‘de grootste sinds Chernobyl’.

Milieuorganisaties stellen dat grote bedrijven misbruik maken van de magere milieuwetgeving in armere landen als Roemenië. Milieurampen als de cyanideramp van Baia Mare zijn het gevolg. De eigenaar van de goudmijn in Baia Mare is een Australiër die Brett heet. Hij uitte commentaar op de voorstelling van de ramp in de media, en zei dat rapportages behoorlijk overdreven waren. Hij ontkent dat de vissterfte in de omgeving van de mijn iets te maken had met de werkzaamheden.

De Servische minister van milieu kondigde aan dat hij de verantwoordelijke partij zou aanklagen. Hij eiste een internationaal proces. De visserij in de Tisza werd opgeschort en het werd afgeraden het water uit de rivieren te gebruiken. Veel inwoners van de streek hadden te kampen met watertekorten, en in de visserij werd verlies geleden.

8. De BSE-crisis in Europa

Bovine Spongiform Encephalopathy (BSE) is een dodelijke ziekte onder koeien. Het wordt in de volksmond wel ‘gekke koeien ziekte’ genoemd, omdat besmette koeien zich vreemd gedragen, en vaak op hun plaats in elkaar zakken (zie foto). De ziekte veroorzaakt problemen in de hersenen, ruggengraat en organen van de koe, bijvoorbeeld de milt.

De voornaamste oorzaak van de BSE crisis in Europa was het gebruiken van veevoeder met gemalen schapenresten erin. Deze werden toegevoegd vanwege het hoge eiwitgehalte, en omdat sojabonen als alternatief moeilijk te verkrijgen waren.
Door de accumulatie van prionen (eiwitrijke infectieveroorzakende deeltjes) over meerdere generaties werden koeien ziek, en nam de hoeveelheid geïnfecteerd weefsel in nieuw geproduceerd vlees toe. De ziekte werd voor het eerst ontdekt in Groot-Brittannië in 1986. in tegenstelling tot andere landen was daar een kookproces voor sterilisatie van vlees niet verplicht. Gevolg was dat de ziekteverwekkers de kans kregen zich snel te verspreiden. In 1996 waren de andere Europese landen op de hoogte van de Britse misser, en werd de import van Brits rundvlees opgeschort. De Britse vleesindustrie leed grote verliezen.

Het verbod op vleesexport vanuit Groot-Brittannië werd echter te laat ingevoerd, en BSE begon zich door Europa te verspreiden (Tabel 1). Veel landen begonnen dieren te laten onderzoeken. Als ergens gedacht werd dat dieren ziek waren werd onmiddellijk een transportverbod afgekondigd. De dieren werden gedood en de karkassen verbrand. De vele verbrandingen veroorzaakten luchtverontreiniging, omdat het werd uitgevoerd in de open lucht zonder rookgasreiniging.

Tabel 1: jaar van ontdekking eerste BSE gevallen per land

Land

Jaar

Ierland

1989

Portugal

1990

Zwitserland

1990

België

1993

Nederland

1997

Denemarken

2000

Frankrijk

2000

Spanje

2000

Italië

2001

Duitsland

2003

Veel landen verboden het gebruik van resten van schapen in veevoeder na aanvang van de BSE crisis in Europa. Toch werd het in Duitsland nog toegelaten tot 2000. gevolg was een nasleep van de crisis in 2003.

BSE was niet alleen schadelijk voor koeien. In 1996 werd ontdekt dat de dodelijke hersenziekte ook een menselijke variant kende. Deze staat bekent als Kreutsfeldt-Jacob. Wanneer iemand eenmaal besmet is met de ziekte, treedt de dood binnen 12-18 maanden in. Symptomen zijn onder andere depressie, coördinatieproblemen, geheugenverlies, humeurigheid, pijn in de gewrichten, ernstige hoofdpijnen, koude, pijn in de voeten, huiduitslag en verlies van het korte termijn geheugen.

Doorgaans wordt aangenomen dat mensen BSE krijgen door consumptie van organen en weefsels van koeien die besmet waren. Besmetting treedt alleen op wanneer het product afkomstig is van koeien van 30 maanden of ouder. Volgens schattingen is in de jaren 1980 van ongeveer 400.000 besmette koeien het vlees geconsumeerd. De leeftijd tijdens de slacht is grotendeels onbekend.

De menselijke variant van BSE heeft voor 2003 aan ongeveer 90 mensen in Groot-Brittannië het leven gekost. Er vielen ook doden in Frankrijk en Italië. In 2004 waren ongeveer 158 Europeanen aan de ziekte bezweken, waarvan 148 Britten. Momenteel wordt gedacht dat de slacht en bemesting in de glastuinbouw ook de menselijke variant van BSE kunnen veroorzaken, maar dat wordt nog onderzocht.

Tabel 2: aantal gevallen van BSE per land

Land

Aantal gevallen van BSE (koeien)

België

125

Denemarken

13

Duitsland

312

Finland*

1

Frankrijk

891

Griekenland*

1

Groot-Brittannië

183.803

Ierland

1353

Italië

117

Lichtenstein*

2

Luxemburg

2

Nederland

75

Oostenrijk*

2

Polen*

14

Portugal

875

Spanje

412

Tsjechië

9

Zwitserland*

453

*Let op: de BSE-crisis van 1990-2001 speelde zich hoofdzakelijk in West-Europese landen af

Het aantal gevallen van BSE is relatief laag, maar de ontdekking van de ziekte had dramatische gevolgen voor de Europese consumptiemaatschappijen. Consumptie van rundvlees daalde met wel 27%. In 2001 kwam een einde aan de BSE-crisis, maar in 2003 laaide deze opnieuw op binnen Duitsland (zie eerder). Helaas wordt nog ieder jaar bij mensen de menselijke variant van de ziekte geconstateerd, vanwege de lange incubatietijd. De werkelijke ernst van de crisis zou nog wel eens onderschat kunnen zijn.

9. Afvalwaterlozing in Spanje

Op 25 april 1998 brak de dam om de bezink tank bij een pyrietmijn in Aznalcollar, Spanje. Daarbij kwam slib en verontreinigt afvalwater vrij, dat de Guadiamar rivier in stroomde. Het afvalwater bevatte zware metalen zoals cadmium, lood, zink en koper. Een gebied van 4634 hectare werd getroffen, waarvan 2703 hectare werd verontreinigd met slib en 1931 hectare met zuur afvalwater.

De waterverontreinigingen troffen landbouwgrond en bossen. Oogsten waren niet langer geschikt voor consumptie, waardoor boeren in de streek met financiële moeilijkheden te maken kregen. De vissterfte in het gebied was hoog, en vogels die vervuilde vissen aten stierven ook. Het duurde een volledige maand tot de rivier weer in zijn oude staat was.

Nadat het afvalwater de rivier in was gestroomd begon een uitgebreide saneringsoperatie. Er werden muren geïnstalleerd om verdere verspreiding van de verontreiniging te voorkomen, en zodat het verontreinigd slib kon worden verwijderd. De pH van de bodem werd hersteld door bekalken, en met behulp van oxyhydroxide precipitatie werd arseen verwijderd.

Technici die bij het bedrijf werkzaam waren zeiden dat de scheur in de dam veroorzaakt was door een diepe aardverschuiving, waardoor een deel van de wand begon te bewegen. Toen de autoriteiten de ramp onderzochten bleek echter dat de dam een zwakke constructie was, en dat waarschuwingen van mogelijk scheuren werden genegeerd. De Zweeds/ Canadese corporatie Boliden werd verantwoordelijk gehouden voor de ramp, en moest de saneringsoperatie betalen en de slachtoffers compenseren.

10. De bijna-nucleare ramp van Three Mile Island

Om ongeveer 4 uur op 28 maart 1979 deed zich een probleem voor met de voedingswaterpompen in het niet-nucleaire koelwatersysteem van reactor 2 van de kerncentrale van Three Mile Island bij Harrisburg, Pennsylvania. Gevolg was dat koelwater uit de reactor liep, waardoor de reactorkern deels smolt. Exploitatiefouten, een defecte klep, defecte sensoren en ontwerpfouten resulteerden in het ontsnappen van ongeveer een duizendste van de straling van de Chernobyl ramp.

Gelukkig hield de beschermende structuur om de reactor de overige 18 miljard curies tegen, die anders ook vrijgekomen zouden zijn. Hierdoor denken verschillende voorstanders van kernenergie dat ernstige ongelukken in de VS niet zullen gebeuren. Toch beweren veel wetenschappers dat de voorkoming van een echt ernstig ongeluk in dit geval slechts een kwestie van geluk was. De kern van de reactor is maar net niet warm genoeg geworden om totaal te smelten. Alleen de rappe implementatie van veiligheidsmaatregelen voorkwam een grotere ramp.

Hoeveel straling precies is vrijgekomen tijdens het ongeluk is niet helemaal duidelijk. Schattingen geven rond de 2,5 miljoen curies aan. Enkele dagen na het ongeluk werden alle zwangere vrouwen en kleine kinderen in een straal van 8 km rond de reactor geëvacueerd als voorzorgsmaatregel.

Door de straling die uit de reactor van Three Mile Island ontsnapte zijn een aantal ouderen in de regio vroegtijdig gestorven. Melkveehouders meldden dat veel dieren stierven naar aanleiding van het ongeluk, en enkele locale boeren kregen kanker. Er zijn studies die aangeven dat deze nucleaire ramp ook geboorteafwijkingen tot gevolg heeft.

De opruiming van de reactor begon in augustus 1979 en eindigde officieel in december 1993. de operatie kostte ongeveer 975 miljoen dollar. Tussen 1985 en 1990 werd ongeveer 100 ton radioactieve brandstof van de locatie verwijderd. Reactor 2 was slechts drie maanden in gebruik geweest, maar had nu een kapotte klep en was onveilig voor toetreding. De reactor werd permanent gesloten. Reactor 1 werd in 1985 herstart, maar plannen voor de bouw van nieuwe soortgelijke reactoren werden later afgewezen.

Bronnen

- Lomborg, B., The Skeptical Environmentalist - Measuring the Real State of the World. Cambridge University Press 1998, United Kingdom
- McKinney, M.L., Schoch, R.M., Environmental Science: Systems and Solutions, Third Edition Jones and Bartlett Publishers, Sudbury Massachusetts 2003
- Encyclopedie: http://www.wikipedia.org
- Encyclopedie: http://www.britannica.com
- Bhopal: http://www.unioncarbide.com/
- Bhopal: http://www.bhopal.com
- Chernobyl: http://www.chernobyl.co.uk/ en het Chernobyl Children's Project International: http://www.chernobyl-international.com/aboutchernobyl/disaster.asp
- Seveso: http://www.unu.edu/unupress/unupbooks/uu21le/uu21le09.htm
- London Smog: BBC news, London University
- NOAA Oil spill review, 2003 - http://response.restoration.noaa.gov/oilaids/spilldb.pdf
- Amoco Cadiz: http://greennature.com/article219.html
- Tricolor: http://www.noordzee.nl/scheepvaart/scheepsrampen/tricolor.php
- Baia Mare: http://www.zpok.hu/cyanide/baiamare/accidentdescription.htm
- BSE crisis: BBC, Asian Food Information Center
- Spanje afvalwaterlozing: Oceanographic Institute of Paris, Environmental Restoration of the Guadiamar River Basin Affected by the Accident at the mine in Aznalcollar, Spain. Paris, October 2002 -> http://www.le-cedre.fr/uk/publication/jourinfo02/esp.pdf

Natuurlijke milieurampen

1. Mondiale epidemieën
2. De arseen crisis in Bangladesh
3. De aardbeving en tsunami van 2004
4. Orkaan Mitch
5. Izmit: de aardbevingen in Turkije in 1999
6. De watersnoodramp van 1953
7. De Roraima bosbranden in Brazilië
8. De Mount Pinatubo vulkaanuitbarsting op de Filippijnen
9. De tornado van 1952 in Ellington, Missouri
10. De zandstormen van Beijing en Queensland

1. Mondiale epidemieën

Door de eeuwen heen hebben epidemieën behoorlijk wat levens gekost. Uitbraken en snelle verspreiding van ziekten als de Spaanse griep en de pest worden in de geschiedenisboeken aangehaald vanwege het hoge aantal doden. Vanuit ecologisch oogpunt kunnen de uitbraken gezien worden als een natuurlijk mechanisme om de bevolkingsgroei te remmen. Epidemieën zijn waarschijnlijk het meest effectieve natuurlijke mechanisme waaraan veel mensen ineens bezwijken.

De pest

In de veertiende eeuw werden Europa, Azië en Afrika getroffen door een uitbraak van de pest, die al snel werd omgedoopt tot ‘De Zwarte Dood’. De ziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Pasteurella pestis of Yersinia pestis, en wordt van knaagdieren op mensen overgedragen door een vlo. De ziekte kent symptomen als koorts, delirium, longontsteking en grote bulten gevuld met pus. De bulten breken soms spontaan open en beginnen te druipen.

De uitbraak begon in Azië, door verspreiding vanaf Aziatische knaagdieren. In het midden van de veertiende eeuw werd de Port of Kaffa in de Zwarte Zee vanuit de zee aangevallen door de Tartanen. Deze kregen de pest en besloten zich terug te trekken. Maar voor de terugtrekking werden de dode lichamen van hun kameraden Kaffa in geschoten.De Italianen die op het eiland zaten gingen terug naar Italië, waardoor de ziekte zich snel ging verspreiden. Dit is het eerste voorbeeld van biologische oorlogvoering.

In Europa woonden in die tijd ongeveer 100 miljoen mensen. Tussen 1347 en 1351 stierven tenminste 25 miljoen en mogelijk tot 75 miljoen mensen aan de pest, waardoor de sociale structuur van Europa verloren ging. Door het hoge dodental werden de wetten niet langer gehandhaafd, werden religieuze ceremonies vergeten en werden ziekenhuizen gesloten in gebieden waar de pest het meest voorkwam.

Nadat een groot aantal mensen aan de epidemie gestorven was, verdween deze net zo plotseling als het was begonnen. Vandaag de dag wordt de precieze aanleiding voor de plotselinge terugtrekking van de epidemie nog steeds niet begrepen. Het is waarschijnlijk dat uiteindelijk alleen mensen overbleven die immuun waren voor de ziekte. Misschien is de pest veranderd in een slapende ziekte, die ergens wacht op de juiste omstandigheden om weer uit te breken. Tot nu toe hebben we door middel van hygiëne en medicatie een nieuwe epidemie kunnen voorkomen.

De Spaanse Griep

De Spaanse Griep, die ook wel bekend staat als de Grote Griep Epidemie, was verantwoordelijk voor de dood van tussen de 50 en 100 miljoen mensen over de hele wereld. De epidemie heerste in 1918 en 1919, aan het einde van de Eerste Wereldoorlog. Het was een van de meest dodelijke mondiale epidemieën tot nu toe.
De ziekte werd Spaanse Griep genoemd, omdat het in Spanje de meeste aandacht kreeg in de media. In Spanje was een ernstige vroege uitbraak van de ziekte in mie 1918, waarbij ongeveer 8 miljoen mensen ziek werden.

De eerste gevallen van de Spaanse Griep deden zich voor in het leger van Kansas in maart 1918. binnen twee dagen waren in het kamp 522 mensen besmet. In augustus 1918 vielen in Amerika de eerste doden. Merkwaardig genoeg stierven vooral gezonde jongen mannen, en niet de jonge kinderen en senioren zoals men zou verwachten. Volledig gezonde mensen werden ineens ziek en konden al enkele uren later niet meer lopen. Velen stierven binnen een dag.
De meeste gevallen van de dodelijke variant deden zich voor onder militairen. Zelfs met behandeling ging een derde van de besmette mensen eraan dood. Mensen stierven uiteindelijk meestal aan longontsteking.

Na augustus begon de ziekte zich over de hele wereld te verspreiden. Wereldwijd stierf 2,5 tot 5% van de bevolking, en tot 20% van de wereldbevolking had last van symptomen. In India stierven 17 miljoen mensen, dat is 5% van de totale bevolking. In de VS stierven 500.000 tot 675.000 mensen, en in Groot-Brittannië 200.000. In Frankrijk liep het dodental op tot 400.000 man.
In enkele kleine steden werd de bevolking door de ziekte volledig uitgeroeid. Lichamen werden zonder kist en zonder nette begrafenis in massagraven gedumpt.

Symptomen van de Spaanse Griep waren onder andere blauwkleuring van het gezicht en het ophoesten van bloed uit de longen. Men probeerde de epidemie een halt toe te roepen door besmette personen te isoleren, maar helaas haalde dat weinig uit.

De epidemie kwam na 18 maanden tot een abrupt einde, en de precieze oorzaak kon toen niet worden achterhaald. Men denkt dat het een virus van het type H1 was. Vroeger dacht men dat de griep en bacteriële infectie was, en vele jaren lang is tevergeefs gezocht naar een vaccin.
Tegenwoordig wordt gedacht dat de snelle beweging van het leger en verzwakte immuunsystemen van de soldaten door gebruik van chemische wapens hebben bijgedragen aan de verspreiding van de Spaanse Griep tijdens de Eerste Wereldoorlog. De epidemie kostte uiteindelijk minstens zoveel levens als de oorlog zelf.

HIV/ AIDS

De AIDS epidemie die momenteel heerst zou wel eens even grote vormen kunnen aannemen als de pest in de veertiende eeuw. Aids (Acquired Immuno Deficiency Syndrome) wordt veroorzaakt door het Humaan Immunodeficiency Virus (HIV). HIV is een retrovirus dat cellen van het menselijk immuunsysteem aantast, waardoor mensen veel makkelijker ziekten oplopen. Aids-patiënten sterven bijvoorbeeld aan longontsteking.

HIV wordt verspreid door vaginale, anale of orale sex, bloed transfusies, het delen van besmette naalden in ziekenhuizen en tijdens drugsgebruik, en tussen moeder en kind tijdens de zwangerschap, geboorte en borstvoeding.
Wanneer iemand seropositief is, moet hij/ zij behandeld worden. HIV kan niet worden genezen, maar het doorzetten van de ziekte kan worden uitgesteld met medicijnen.

Tussen 1980 en 2001 zijn wereldwijd 62 miljoen mensen besmet met het HIV virus; dat is ongeveer 0,5% van de wereldbevolking. Niet iedereen die besmet raakt krijgt ook de ziekte. Uiteindelijk werden 22 miljoen mensen ziek, en stierven.
Naar alle waarschijnlijkheid woont 94% van alle besmette mensen in ontwikkelingslanden. Twee derde van alle besmette personen wonen in Afrika bij de Sahara. In totaal is in 2001 8,4% van de Afrikanen bij de Sahara geïnfecteerd met Aids. Botswana werd het hardst getroffen; daar is 1 op de 3 volwassenen besmet. De levensverwachting van de Botswaanse bevolking blijft dalen en de jaarlijkse bevolkingsgroei is achteruit gegaan.
Aids verstoort de lokale economie en sociale structuren. Steeds meer mensen worden ziek en afhankelijk en het aantal gezonde werkende mensen wordt steeds minder. Veel kinderen groeien op zonder ouders, of worden geboren met Aids. Door het grote aantal kinderen dat niet naar school gaat, wordt de economie nog verder verstoord.
De wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bracht in 2000 naar voren dat 25% van de bloedtransfusies in Afrika worden gedaan met bloed dat niet is getest. Tussen de 5 en 10% van de HIV gevallen waren het gevolg van bloedtransfusies.
Ook in Azië en Zuid-Amerika waren veel gevallen van Aids bekend. In Azië zijn al veel mensen aan de ziekte gestorven in Cambodja, India, Myanmar en Thailand. In Latijns Amerika en het Caribische Brazilië en Haïti werden ook behoorlijk getroffen. Net als in Botswana vermindert de ziekte de levensverwachting, en neemt de bevolkingsgroei af.

Wanneer iemand geïnfecteerd is met HIV duurt het enkele weken tot enkele maanden voordat dit aantoonbaar is met behulp van een bloedtest. Het kan nog langer duren voor symptomen zichtbaar zijn, soms wel tot tien jaar (zie figuur). Ondertussen kunnen mensen wel anderen besmetten.

Figuur 1: stadia van HIV-Aids

Ondanks de vele inspanningen van ontwikkelde landen, zoals de Live 8 concerten voor Aids in Afrika in 2005, duurt de epidemie nog steeds voort. Het volledige effect kan goed pas over een eeuw zichtbaar worden.

2. De arseen crisis in Bangladesh

Arseen is een giftig metalloïde dat in drie vormen voorkomt; als geel, grijs en zwart arseen. Arseen deeltjes worden gebruikt als pesticiden, en toegepast in verschillende legeringen. Arseen is niet alleen giftig voor insecten en planten, maar ook voor mensen. Dat komt doordat de chemische structuur erg lijkt op die van fosfor, en arseen dus fosfor kan vervangen in chemische reacties in het lichaam.

Bangladesh in Azië (zie foto) heeft al decennia lang te kampen met een drinkwaterprobleem. De meeste mensen dronken oppervlaktewater, waardoor pathogene bacteriën als cholera en dysenterie makkelijk konden verspreiden. Internationale organisatie begonnen het slaan van drinkwaterputten voor het oppompen van grondwater te promoten. Het was toen echter onbekend dat het grondwater in Bangladesh grote hoeveelheden arseen bevat. Dit arseen heeft een natuurlijk oorsprong, het komt namelijk vrij uit diepe sediment lagen onder zuurstofloze omstandigheden.
Veel Aziatische landen zoals Vietnam, Cambodja en Tibet hebben waarschijnlijk een zelfde soort ondergrond als Bangladesh. Deze landen hebben mogelijk ook grondwater waarin hoge concentraties arseen zitten.

Toen de drinkwaterputten in Bangladesh werden aangelegd, begonnen ongeveer 57 miljoen mensen grondwater te drinken waarin de arseenconcentraties ver boven de wettelijke norm van 0,05 mg/L lagen. Na enkele jaren grondwater benutten als drinkwater had een kwart van de bevolking van Bangladesh symptomen van arseenvergiftiging (arsenicose).
Arseenvergiftiging kan dodelijk zijn, omdat het verteringsstelsel ontregeld wordt. Symptomen zijn onder meer veranderende huidskleur, blaren en zweren (zie foto), maagpijn, overgeven, delirium en koudvuur. Chronische blootstelling aan lage concentraties arseen leidt tot kanker, bijvoorbeeld aan de longen, huid, nieren en blaas.

Het arseenprobleem werd voor het eerst ontdekt aan het begin van de jaren 1980, maar pas in de jaren 1990 werd het grote publiek er zich van bewust. De wereldgezondheidsorganisatie (WHO) noemt de arseencrisis de grootste massale vergiftiging van een bevolking in de geschiedenis. Momenteel drinken meer dan 85 miljoen mensen in Bangladesh het verontreinigde grondwater. Het is zeer waarschijnlijk dat nu meer dan 80 miljoen mensen arseenvergiftiging hebben. Het precieze aantal is niet bekend, omdat besmetting vaak pas na 10 jaar kan worden vastgesteld.

In 2003 begon in Londen een gerechtelijk onderzoek om te bepalen of de Britse geologische dienst nalatig was geweest toen de waterputten werden geslagen. De organisatie had in 1992 in opdracht van de overheid een onderzoek uitgevoerd naar de grondwaterkwaliteit, maar op arseen was niet getest. De organisatie pleit onschuldig en beweert dat men ten tijde van de beslissingen tot grondwaterwinning niet op de hoogte was van de geologische grondslag van arseenvergiftiging.

3. De zeebeving en tsunami van 2004

Kort geleden hebben we een milieuramp met natuurlijk oorzaak mogen meemaken, die wereldwijd voor veel opschudding zorgde. In december 2004 veroorzaakte een oceanische aardbeving van 9-9,3 op de schaal van Richter verwoesting in veel Aziatische landen. De zeebeving was een van de 10 dodelijkste van de wereldgeschiedenis. Wetenschappers stelden dat de beving meer dan tien minuten duurde, terwijl de meeste na enkele seconden voorbij zijn. Sinds 1900 zijn slechts drie aardbevingen gerapporteerd die groter in kracht waren, namelijk de Grote Chileense Aardbeving van 1960 (9,5), de beving in Prince William Sound van 1964 (9,2) en de beving bij de Andreanof Eilanden (9,1). Al deze gebieden waren minder dicht bevolkt dan het gebied dat in 2004 getroffen werd, daarom vielen er ook veel minder doden.

De zeebeving begon in de Indische Oceaan bij de kust van noord Sumatra, Indonesië. De beving was zo heftig dat de gehele planeet aarde een paar centimeter trilde. Ook werden in heel andere regionen aardbevingen veroorzaakt, bijvoorbeeld in Alaska.

De beving veroorzaakte een tsunami (zie foto); een aantal vloedgolven van meer dan 30 meter hoog die de kust bereikten. De kust werd behoorlijk beschadigd, en er vielen doden in Sri Lanka, zuid India, Thailand, Indonesië, Somalië, Myanmar, Maleisië, de Malediven en andere landen. Het duurde maanden voordat men een officieel dodental had vastgesteld op tussen de 230.000 en 310.000 man. Tienduizenden mensen worden nog vermist. Alleen tijdens een aardbeving in China in 1557 vielen meer doden, namelijk meer dan 830.000.

In februari 2005 werden iedere dag wel 500 lichamen gevonden. Deze werden verzameld en geïdentificeerd, een langdurig proces dat nogal wat stank opleverde. De lichamen werden zo snel mogelijk begraven, om te voorkomen dat ziekten uitbraken. Onder de doden waren tenminste 9000 toeristen die in de omgeving verbleven. Zweden werd van alle Europese landen het hardst getroffen; 500 Zweden waren gestorven of vermist.
Het werkelijke dodental is niet bekend, omdat veel lichamen de zee in getrokken werden. Later kunnen nog mensen sterven door epidemieën of verhongering. Miljoenen mensen zijn hun huizen kwijt en zitten dicht op elkaar in overvolle vluchtelingenkampen.

De tsunami veroorzaakte niet alleen doden, het milieu had er ook flink onder te leiden. Ecosystemen zoals koraalriffen raakten ernstig beschadigd. Zandduin formaties, rotsformaties, de biodiversiteit en grondwaterstromen raakten ontregeld. De vernietiging van riolering en afvalwaterbehandelinginstallaties vormen een bedreiging voor de omgeving. Het UNEP bepaalt samen met lokale overheden de ecologische schade en adequate beleidsmaatregelen.

De tsunami veroorzaakt door de zeebeving in 2004 was de ergste in de menselijke geschiedenis. De Verenigde Naties stelde dat de reddingsoperatie de meest kostbare ooit zou zijn. Een wereldwijde geldinzamelingsactie leidde tot het opstellen van fondsen voor noodhulp en wederopbouw. De wederopbouw van het gebied zal naar schatting zo’n 5 tot 10 jaar in beslag nemen.

Dit jaar (2006) werd een rapport vrijgegeven door de Tsunami Evaluatie Coalitie (TEC) over de effectiviteit van internationale hulpverlening na de zeebeving en tsunami in Azië. TEC is een samenwerkingsverband tussen VN organisaties zoals Unicef en de WHO, onderzoeksbureaus, donateurs en hulporganisaties als Oxfam Novib.

De belangrijkste positieve conclusies waren:
- Hoge effectiviteit van de eerste noodhulp
- Snelle wederopbouw van scholen en ziekenhuizen
- Snel herstel van de visserijsector

De belangrijkste verbeterpunten waren:
- De kwaliteit van internationale hulpverlening, en samenwerking tussen internationale organisaties en kleine lokale initiatieven
- Een algemeen gebrek aan samenwerking tussen organisaties door de grote hoeveelheid geld die beschikbaar was
- Ongelijke verdeling van geld; de noodhulp gebruikte het meeste geld terwijl meer nodig was voor wederopbouw
- Internationale organisaties waren teveel bezig naam te maken, waardoor onderling te weinig informatie werd overgedragen
- De huisvesting- en personeelskosten van de organisaties waren veel te hoog
- De kwaliteit van hulp bij milieurampen moet worden verbeterd, en in Azië was nog geen verbetering zichtbaar

De schaal van Richter

In bovengenoemde beschrijving wordt de kracht van de zeebeving genoemd, namelijk 9-9,3 op de schaal van Richter. Maar wat betekent dat nou eigenlijk?

De schaal van Richter werd in 1935 ontwikkeld door Charles Richter. Het is een maat om de kracht van een aardbeving aan te geven. Ieder nummer op de schaal is een maat voor de hoeveelheid energie die vrijkomt. Dit is gebaseerd op de wijdte van seismische golven die worden gemeten op seismische sites, gecorrigeerd voor de afstand tot de plaats waar de aardbeving zich voordoet.

De schaal van Richter is logaritmisch, dat wil zeggen dat een toename van 1 in werkelijkheid een toename van 10 in kracht voorstelt. Het geeft niet aan hoeveel energie vrijkomt. De energie van een schaal 6 aardbeving is bijvoorbeeld 31 keer groter dan die van een schaal 5 aardbeving.

Tabel 3: categorieën van de schaal van Richter

<3,5

Meestal niet merkbaar, wel meetbaar

3,5-5,5

Merkbaar, maar nauwelijks schadelijk

<6,0

Lichte schade aan goed geconstrueerde gebouwen, behoorlijke schade aan slecht geconstrueerde gebouwen

6,1-6,9

Kan schade veroorzaken in bewoonde gebieden tot 100 km ver

7,0-7,9

Zware aardbeving die aanzienlijke schade veroorzaakt in een vrij groot gebied (zie 3)

>8,0

Zeer zware aardbeving die schade veroorzaakt honderden kilometers bij het epicenter vandaan

>9,0

Zeldzame enorm zware aardbeving, zware schade in een groot gebied van mogelijk meer dan 1000 km doorsnede (zie 1)

4. Orkaan Mitch

Tropische cyclonen zijn een soort lagedruk systemen die meestal in de tropen ontstaan. Ze vormen een belangrijk onderdeel van het warmtecirculatie systeem van de aarde, waarbij warmte vanaf de evenaar naar hogere breedtegraden wordt verplaatst. Tropische cyclonen kunnen tropische stormen, tyfonen of orkanen zijn, afhankelijk van de windsnelheid.

Orkanen zijn tropische cyclonen met een kern waarin de lucht praktisch stil staat. Om de kern heen circuleren bliksemstormen en rukwinden binnen een straal van 16 tot 80 kilometer. De circulatieroute is afhankelijk van het halfrond waarop de orkaan zich bevindt. Zuidelijk beweegt deze met de klok mee, en noordelijk tegen de klok in. Orkanen kunnen gepaard gaan met winden van meer dan 300 km/ uur.

In 1998 veroorzaakte de categorie 5 orkaan Mitch verwoesting in centraal Amerika, waarbij rukwinden van meer dan 290 km/ uur aan meer dan 18.000 mensen het leven kostten. De meeste doden vielen door overstromingen als gevolg van hevige regenval (90 cm) uit de orkaan.

Mitch ontstond in de Atlantische Oceaan bij Afrika en verplaatste zich in noordelijke richting langs de kust van Nicaragua en Honduras. Eerst bewoog de orkaan zich in westelijke richting, en toen kwam hij weer terug naar de kust richting centraal Honduras. Mitch werd zwakker en bereikte Guatemala als een tropische storm, maar al snel nam hij weer in kracht toe. Tegen de tijd dat Yucatan en Florida bereikt waren was Mitch alweer een orkaan, die zelfs in noord Brittannië merkbaar was. Honduras en Nicaragua leden de meeste schade, maar El Salvador en Guatemala hadden ook behoorlijke problemen. De totale schade werd geschat op 5 miljard dollar.

Orkaan Mitch was de tweede verwoestende orkaan die Honduras binnen dreef na Fifi in 1974, waarbij 8000 mensen om het leven kwamen. Mitch was de dodelijkste orkaan in meer dan 200 jaar, en de op een na dodelijkste ooit. De Grote Orkaan van 1780 is de meest dodelijke geweest. De naam Mitch werd in 1999 afgeschaft, en in 2004 werd de orkaan Matthew genoemd.

De Saffir-Simpson schaal

Orkanen worden gecategoriseerd door middel van de Saffir-Simpson schaal, verdeeld in categorieën voor verschillende windsnelheden. De schaal werd in 1969 ontwikkeld door civiel ingenieur Herbert Saffir en directeur van een nationaal orkaan centrum Bob Simpson. De effecten per windsnelheidscategorie zijn niet absoluut, en kunnen per orkaan verschillen. Er zijn orkanen die heel grote schade veroorzaken, terwijl de windsnelheden naar verhouding niet zo hoog zijn. Vooral wanneer een orkaan met een lage windsnelheid resulteert in overstromingen en landverschuivingen is de schade meestal toch aanzienlijk.

Tabel 4: categorieën van de Saffir-Simpson schaal

Categorie

Windsnelheid (km/ uur)

Effecten

1

119-153

Geen grote schade aan gebouwen. Wat overstroming aan de kust.

2

154-177

Wat schade aan daken, ramen en deuren. Behoorlijke schade aan vegetatie.

3

178-209

Verwoesting van mobiele woningen. Meer landinwaarts schade door overstromingen.

4

210-249

Erosie en overstroming van binnenland. Daken worden eraf gerukt.

5

>250

Complete verwoesting van daken, sommige gebouwen storten in. Overstromingen en landverschuivingen. Meestal massale evacuatie.

Overige orkanen

In de tropen ontstaan al eeuwenlang orkanen. Hier zijn wat voorbeelden van andere orkanen:

Atlantisch gebied
- 1893 Sea Islands
- 1934 Yucatan
- 1974 Fifi
- 1994 Gordon
- 2004 Jeanne

Canada
- 1869 Saxby Gale
- 1934 Great August Gale
- 1954 Hazel
- 1991 The Perfect Storm
- 2003 Juan

Verenigde Staten
- 1919 Florida Keys
- 1949 Palm Beach
- 1960 Donna
- 1992 Andrew
- 2004 Charley

5. Izmit: de aardbevingen in Turkije in 1999

Op 17 augustus 1999 was er in de stad Izmit in Turkije een zware aardbeving met een kracht van 7,5 op de schaal van Richter (zie 1). De aardbevingvond plaats op een van de langste en best bestudeerde horizontale breuklijnen; de Noord-Anatolische breuklijn. De breuklijn veroorzaakt aardbevingen op minder dan 20 km diepte, waardoor de energie vrij dicht bij de oppervlakte vrijkomt.
Door de aardbeving kwamen zo’n 17.000 mensen om het leven, en duizenden mensen werden dakloos. Op 12 november was op de locatie een tweede aardbeving met een kracht van 7,2 op de schaal van Richter. Deze had 450 doden en 3000 gewonden tot gevolg.
Overlevenden van de aardbeving werden opgevangen in tijdelijke kampen. Water transport werd geregeld, om te voorkomen dat door uitdroging meer mensen zouden sterven. Men was ongerust, want in de kampen zouden wel eens epidemieën uit kunnen breken.

Ooggetuigen vergeleken de verwoestingen van de aardbeving met de oorlog in Sarajevo. Veel gebouwen waren ingestort. Later werd beweerd dat dit deels door structuurfouten kwam. Elektriciteitsleidingen vielen om, wegen en spoorlijnen waren verwoest, watervoorraden waren ineens onvoldoende en telefoonverkeer was verstoord. In gebieden waar herstel nog mogelijk was, duurde het lange tijd voor alles gerepareerd was.

De aardbeving veroorzaakte aanzienlijke schade aan het milieu, met name omdat een olieraffinaderij in brand vloog waar 700.000 ton olie lag opgeslagen. Tegen de tijd dat het vuur was bedwongen waren bodem, water en lucht verontreinigd. Volgens Greenpeace resulteerde de aardbeving in scheuren in de afvalstortplaats van Petkim, waardoor chemisch afval vrijkwam dat daar al jaren lag opgeslagen. Een PVC fabriek, een afvalwaterzuivering en een vuilverbranding werden beschadigd. Gelukkig kon de schade aan het milieu worden beperkt door een snelle opruimingsoperatie.

Turkije kent een lange geschiedenis van aardbevingen. In 1939 en 1967 waren ook al aardbevingen veroorzaakt op de Noord-Anatolische breuklijn, maar deze waren lang niet zo krachtig als de bevingen van 1999. deze was de sterkte beving die de wereld had meegemaakt in meer dan een decennium, vooral vanwege het hoge dodental. In 2004 werd dit record gebroken door de zeebevingen in Azië.

6. De watersnoodramp van 1953

Op zaterdag 31 januari 1953 gaf het Nederlandse KNMI een waarschuwing voor een aankomende noordwester storm op de Noordzee. In de nacht van 31 januari – 1 februari bereikte de storm Nederland, en nam deze toe in kracht. Rukwinden van 150 km/ uur waren merkbaar.
Na de overstroming van 1916 waren dijken gebouwd die mensen een vals gevoel van veiligheid gaven. De communicatie was gelimiteerd, waardoor de stormwaarschuwingen veel mensen niet bereikten. De meeste mensen hadden geen televisie, er waren geen nachtelijke radio uitzendingen en de meeste mensen hadden ook geen telefoon, waardoor velen zich van geen gevaar bewust waren.

Door de storm steeg het waterpeil. Het verwachte laagtij bleef uit en de springvloed werd ergens rond middernacht bereikt. Om 2.00 uur ’s nachts begon Nederland te overstromen, en de dijken braken door op meer dan 60 locaties in drie provincies. De zuidelijke eilanden stonden bijna volledig onder water, en duizenden huizen en boerderijen werden verwoest of door het water meegesleurd. Mensen vluchtten naar hoger gelegen plaatsen zoals dijken en zolders, en zaten daar binnen de kortste keren vast. Die zondagnacht steeg het water nog verder.

De overstromingen kostten aan 1835 mensen het leven. In sommige kleine dorpen stierf wel 10% van de inwoners. Meer dan 47.000 koeien en varkens en meer dan 140.000 kippen en ander gevogelte stierf tijdens de watersnoodramp. In totaal overstroomde meer dan 200.000 hectare, en werden meer dan 72.000 mensen geëvacueerd. Deze overstroming was de grootste natuurramp sinds de watersnoodramp van 1570.

Onmiddellijk na de ramp werden maatregelen genomen om de dijken te herstellen en te verstevigen. Op 18 februari 1953 werd het Delta Comité in het leven geroepen, en in 1955 werd de Deltawet gepresenteerd. De bouw van de Deltawerken begon in 1958, en in 1986 waren deze klaar. De Oosterschelde vloedbarrière werd met veel omhaal geopend. Nederland kent nu sterke dammen en dijken die een buffer vormen tussen de eilanden. Het waarschuwingssysteem voor overstromingen is verbeterd, en Nederland kreeg een goede reputatie door de adequate bescherming tegen overstromingen.

Ondanks het hoge beschermingsniveau doen zich in Nederland nog steeds overstromingen voor. In 1993, 1995 en 1998 veroorzaakten overstroming van de Rijn en Maas aanzienlijke schade. In 1995 werden zelfs 250.000 mensen geëvacueerd. Door het broeikaseffect zou het zeeniveau verder kunnen stijgen, waardoor de kans op overstromingen in de toekomst toeneemt. Daarnaast neemt de hoogte van het westelijk deel van het land langzaam af. Langdurig streng watermanagement is noodzakelijk.

7. De Roraima bosbranden in Brazilië

In 1998 vlogen bossen in de noordelijke staat Roraima in Brazilië in brand als gevolg van extreme droogte. Het vuur verspreidde zich over de savanne, over grasland en in loofbossen. De branden kostten honderden mensen het leven en de Yanimami indianen, een primitief volk in Brazilië, werden met uitsterven bedreigt.
De meest waarschijnlijke oorzaak van de bosbranden is het aansteken van stukken bos door boeren voor landwinning. In Brazilië worden vaak stukken bos platgebrand om weer nieuw vruchtbaar land in gebruik te kunnen nemen. Door de droogte bleef het vuur branden, en kon het zich verspreiden.

Ongeveer 5,6 kilometer bos stond in brand. In het nieuws was te zien dat vlammen en rook wel 30 meter de lucht in kwamen. De rook kleurde de lucht zwart en schermde de zon af. Het vuur was niet onder controle te krijgen, en verspreidde zich razendsnel door de harde wind. Uiteindelijk werd meer dan 34.000 km2 bos vernietigd.

De snel verspreidende branden verwoestten een groot deel van het bouwland en veel vee en wilde dieren werden gedood. De schade aan het milieu was aanzienlijk. Volgens sommige milieuorganisaties zou het meer dan 100 jaar duren voor het bos zich volledig zou herstellen. Volgens schattingen werd 12-16% van de vegetatie in het gebied verwoest.

Een van de meest ernstige gevolgen van de bosbranden was luchtverontreiniging. Veel mensen kregen last van de luchtwegen, maar ook van andere symptomen. Volgens schattingen nam het aantal mensen met luchtwegaandoeningen in de ziekenhuizen in 1998 met 3,2% toe, in vergelijking met andere jaren. De kosten in de gezondheidssector waren enorm hoog.

Andere gevolgen van de bosbranden voor de samenleving waren:
- Verstoring van grond- en luchttransport door de rook
- Potentiële bijdrage aan het broeikaseffect door de uitstoot van broeikasgassen
- Achteruitgang waterkwaliteit
- Verstoring van het stroomnet
- Doden en verlies van eigendom
- Achteruitgang biodiversiteit
- Problemen met commerciële productie

De bosbranden in Roraima resulteerden in verschillende problemen. Hulp van buitenaf kwam niet snel genoeg op gang om de verspreiding van het vuur tegen te gaan. Er was geen externe communicatie tussen verschillende brandweer organisaties. De juiste uitrusting en luchtondersteuning ontbraken. Brandweerlieden waren in veel gevallen onvoldoende getraind voor een situatie als deze. Boeren stopten niet met het aansteken van stukken bos, zelfs niet na officiële waarschuwingen vanuit de regering. Volgens de Braziliaanse wet is het nu verboden stukken bos plat te branden tijdens het droge seizoen.

De bosbranden van 1998 zullen niet snel worden vergeten. Volgens onderzoekers waren deze de ergste in de geschiedenis van de Amazone.

Overige bosbranden

Branden doen zich overal ter wereld voor in beboste gebieden.

Voorbeelden van andere grote bosbranden:

- 1871 bosbranden in Wisconsin en Michigan: 1,7 miljoen hectare verwoest en 2.200 doden
- 1915 Grote Bosbrand van Siberië: 1 miljoen km2 land verwoest en door de rook werd straling van de zon geblokkeerd, waardoor de temperatuur daalde
- 1980 Canada: 4,8 miljoen hectare verwoest
- 1983 Aswoensdag branden in Zuid-Australië en Victoria: meer dan 0,5 miljoen hectare verwoest, waaronder 24 steden, bossen en grasland. 76 mensen werden gedood en er waren 3.500 gewonden
- 1988 Yellowstone National Park brand, VS: 650.000 hectare verwoest en 120 milljoen dollar aan kosten
- 1991 bosbranden in Oakland and Berkley, Callifornië: 25 doden en 150 gewonden, 2.886 huizen vernietigd, 1,5 miljoen dollar schade
- 1998 Indonesië: duizenden kilometers verre rookontwikkeling, waardoor miljoenen mensen last van de luchtwegen kregen
- 2000 Cerro Grande branden in Nieuw Mexico: 235 huizen verwoest en 20.230 hectare verbrand

8. De Mount Pinatubo vulkaanuitbarsting op de Filippijnen

Mount Pinatubo is een actieve vulkaan die op het eiland Luzon in de Fillipijnen ligt, op de grens van de provincies Pampagna, Balaan en Zambales. Na meer dan 500 jaar een slapende vulkaan te zijn geweest, barstte deze uit in 1991. Dit was meteen de grootste en meest gewelddadige vulkaanuitbarsting van de 20ste eeuw. De vulkaan werd actief door een aantal aardbevingen in de omgeving. Het veroorzaakte een 7 kilometer hoge atmosferische as kolom, bestaande uit 5 miljard kubieke meter as. Op het hoogtepunt van de uitbarsting kwam de as wel 30 kilometer hoog. Vulkanische afzettingen, as en modderstromen verwoestten een groot deel van het gebied om de vulkaan. Duizenden huizen werden vernietigd tijdens de uitbarsting. De aswolk bedekte een gebied van 125.000 km2, waardoor het donker werd in centraal Luzon.

Het Fillipijnse Instituut voor Vulkanologie en Seismologie, onder leiding van Raymundo Punongbayan, gaf binnen twee weken een waarschuwing uit voor de kans op een grote uitbarsting. Door de vroege voorspelling en waarschuwing konden zo’n 200.000 mensen op tijd worden geëvacueerd. Wanneer de voorspellingen waren uitgebleven, had de uitbarsting tienduizenden doden veroorzaakt. Gelukkig bleef het aantal doden nu beperkt tot 847. verder raakten 173 mensen gewond, en werden 23 mensen vermist. Veel mensen werden gedood door daken die instortten onder het gewicht van de neerdalende as. Omdat bouwland onder as werd bedolven stierven ook mensen van de honger. Tijdens de uitbarsting kwamen enorme aantallen vee om het leven. Mensen stierven ook aan ziekten, omdat de ziekenhuizen in de omgeving overvol waren.

Door de uitbarsting kwamen duizenden tonnen aerosolen in de atmosfeer terecht, waardoor het effect over de hele wereld merkbaar was. Ongeveer 15 miljoen ton zwaveldioxiden veroorzaakte zure regen door zwavelzuurvorming. De temperatuur nam ongeveer 1oC af. De vernietiging van de ozonlaag werd versneld.

Door de vulkaanuitbarsting werd de economische groei in omliggende gebieden geremd. De reparatie van beschadigde gebouwen en dergelijke kostte miljarden. Scholen en kantoorgebouwen moesten vaak opnieuw worden opgebouwd.

In totaal werd zo’n 10 kubieke kilometer materiaal uitgestoten, en het was de grootste uitbarsting sinds die van de Novarupta in 1912. de uitbarsting was wel tien keer ernstiger dan die van Mount St. Helens in 1980.

Overige vulkaanuitbarstingen

Mount Pinatubo is niet de enige vulkaan die uitbarstte in de 20ste eeuw. Vulkaanuitbarstingen komen al heel lang voor; in 79 voor Christus barstte de Vesuvius in Italië uit. De uitbarsting verwoestte de steden Pompeii en Herculaneum, en 15.000 mensen werden gedood. Zelfs nu nog komen vulkaanuitbarstingen voor.

Voorbeelden van uitbarstingen in de afgelopen eeuwen:

- 1586 Kelut, Indonesië – 10.000 doden
- 1631 Vesuvius, Italië – 3.500 doden
- 1772 Papandayan, Indonesië – 3.000 doden
- 1783 Asama, Japan – 1.377 doden
- 1783 Laki, IJsland – 9.350 doden, de meesten door verhongering
- 1792 Mount Unzen, Japan – tsunami en 14.300 doden
- 1815 Tambora, Indonesië – 92.000 doden, door verhongering en ziekte
- 1882 Galunggung, Indonesië – 4.000 doden
- 1883 Krakatau, Indonesië – tsunami en 36.417 doden
- 1902 Mount Pelée, West-Indië – verwoesting van St. Pierre en 40.000 doden
- 1919 Kelut, Indonesië – 5.110 doden
- 1951 Lamington, Papua Nieuw Guinea – 3.000 doden
- 1963 Aguna, Indonesië – 1.184 doden
- 1982 El Chichon, Mexico – 2.000 doden
- 1985 Nevado del Ruiz, Columbië – dodelijke modderstroom; 25.000 doden
- 1991 Mount Unzen, Japan
- 1994 Rabaul, Papua Nieuw Guinea
- 1997 Soufrière Hills, Montserrat, West-Indië
- 2004 Manam, Indonesië – 10.000 man geëvacueerd, de meesten wonen nog steeds in vluchtelingenkampen

Lees hier meer over de milieueffecten van vulkaanuitbarstingen

9. De tornado van 1952 in Ellington, Missouri

De Verenigde Staten kent een eigen geschiedenis van tornado’s, die doden en verwoesting tot gevolg hadden. Ongeveer 80% van alle tornado’s doen zich voor in de VS, met name op de Great Plains. Een tornado bestaat uit een snel roterende stroom van lucht, die een trechter vormt (zie foto). Tornado’s worden schadelijk wanneer de trechter de aarde raakt. Door winden van 250-300 km/ uur worden voorwerpen opgetild tot meer dan 100 ton in gewicht. Hele meren kunnen worden leeggezogen. Tornado’s veroorzaken verwoesting in een gebied dat meestal 1 km breed is, en 10-20 km lang.

In 1925 kwam een gewelddadige F5 tornade (zie onder) tot stand bij Ellington, Missouri in de VS. Deze blies over een aantal stadjes in Missouri, Illinois en zelfs Indiana. De tornado kende het hoogste dodental en de meest extreme verwoesting van alle tornado’s in de geschiedenis van de VS. De tornado blies door een bergkam waar een aantal mijnen en stadjes lagen. De stadjes werden getroffen door de vernietigende winden die de tornado veroorzaakte (Tabel 5).

Door de grote hoeveelheid stof in het gebied was de tornado niet goed zichtbaar. Door de lage zichtbaarheid en de grote snelheid van de tornado werden veel mensen erdoor verrast. Hierdoor werden in verschillende steden veel mensen gedood.

Toen de tornado bij West Fronkfort kwam waren veel mannen aan het werk in de mijn. Ongeveer 800 mijnwerkers moesten tijdens een stroomuitval wachten tot ze weer naar boven konden, terwijl de tornado hun huizen verwoestte. De 127 doden en 450 gewonden in het stadje waren vooral vrouwen en kinderen.

Tabel 5: dodental van de tornado in verschillende staten en steden

Staat

Stad

Dodental

Missouri

Ellington

1

Annapolis

2, 75 gewonden

Perry County

1

Bollinger County

32

Overig

13

Illinois

Gorham

34, stad volledig verwoest

Desoto

69

Murphysboro

234

Parrish

22

West Frankfort

127, 450 gewonden

Hamilton/ Whit County

65

Indiana

Princeton

71

De tornado in Missouri had het hoogste dodental en de hardste winden van alle tornado’s in de VS. In total kwamen 671 mensen om het leven, en raakten 2.027 mensen gewond. Tornado’s komen nog steeds voor en wanneer men er in de toekomst weer door wordt verrast zou het record van deze tornado wel eens verbroken kunnen worden.

De Fujita schaal

Net als bij aardbevingen wordt de kracht van tornado’s gemeten volgens een bepaalde schaal, deze heet de Fujita schaal. De schaal werd in 1971 geïntroduceerd door Theodore Dujita van de Universiteit van Chicago en Allan Pearson, de directeur van het Forecast Centre in Kansas City, Missouri. De schaal is gebaseerd op de intensiteit van de schade aan menselijke gebouwen. De F schaal van de tornado wordt bepaald nadat deze schade heeft veroorzaakt, door middel van satellietbeelden, ooggetuigen verslagen en zichtbare schade. In totaal zijn er zes categorieën.

Tabel 6: categorieën van de Fujita tornado schaal

Schaalgetal

Windsnelheid (km/ uur)

Schade

F1

73-115

Licht – gebroken boomtakken en wat schade aan schoorstenen

F2

116-180

Aanzienlijk – daken van huizen geblazen en wat auto’s opgetild

F3

181-250

Zwaar – muren beschadigd, auto’s de lucht in en veel bomen ontworteld

F4

251-330

Verwoestend – auto’s en slecht geconstrueerde huizen rondgezwaaid

F5: Twister

331-415

Ongelooflijk – sterke huizen uit de vogen en weggeblazen, alles ter grootte van een auto wordt meer dan 100 meter weggeblazen

F6: Supertwister

416-510

Onvoorstelbaar – bovenste einde van de F5 categorie

Overige tornado’s

Tornado’s komen al vele eeuwen voor in de VS. Voorbeelden van andere tornado’s:

- 1840 Natchez: 317 doden, 109 gewonden
- 1869 St. Louis: 255 doden, 1000 gewonden
- 1884 Great Southern Tornadoes (60): 170 doden
- 1890 Louisville: 125 doden
- 1899 New Richmond: 117 doden, 200 gewonden
- 1908 Texas/ Georgia: 320 doden, 770 gewonden
- 1913 Omaha, Nebraska: 94 doden, 350 gewonden
- 1920 Mississippi/ Alabama: 224 doden
- 1927 Missouri/ Arkansas/ Texas: 217 doden
- 1932 Alabama/ Georgia/ Tennessee: 330 doden
- 1936 Tupelo, Mississippi: 216 doden, 700 gewonden
- 1936 Gainesville, Georgia: 203 doden, 1.600 gewonden
- 1944 West Virginia: 144 doden
- 1945 Oklahoma: 102 doden
- 1947 Texas/ Oklahoma/ Kansas: 181 doden, 970 gewonden
- 1952 Arkansas: 208 doden
- 1953 Waco: 114 doden, 597 gewonden
- 1953 Flint: 115 doden, 844 gewonden
- 1955 Udall, Kansas: 115 doden (helft van de bevolking)
- 1965 Palm Sunday Outbreak: 271 doden
- 1966 Mississippi/ Alabama: 61 doden
- 1971 Mississippi Delta Outbreak: 119 doden, 1000 gewonden
- 1974 Xenia, Ohio: 350 doden
- 1979 Wichita Falls: 60 doden, 1.740 gewonden
- 1984 Carolina: 67 doden, 1.248 gewonden
- 1994 Georgia/ South Carolina: 42 doden, 320 gewonden
- 1999 Texas/ Oklahoma/ Kansas: 45 doden, 775 gewonden

Meerdere tornado’s hebben verwoesting aangericht in verschillende regionen in de VS. Bovengenoemde zijn slechts voorbeelden van de schade die een tornado aan kan richten.

10. De zandstormen van Beijing en Queensland

Volgens schattingen blazen zandstormen jaarlijks zo’n 5,5 miljoen kubieke meter woestijnzand van Afrika naar de Noordoostelijke Amazone in Brazilië. Zandstormen komen overal ter wereld voor. De natuurlijke functie van een zandstorm is vervanging van de bodemlagen en het verspreiden van nutriënten van het ene deel van de wereld naar het andere. IJzer en andere nutriënten worden richting zee geblazen, waar mariene ecosystemen ze gebruiken. De regenwouden van Centraal en Zuid Amerika gebruiken ook nutriënten uit zandstormen in de Sahara.

Oorzaken van zandstormen zijn onder meer droogte, landbouwactiviteiten en begrazing. Professor in de Geografie van de Oxford Universiteit, Andrew Goudie, stelde in 2001 dat auto’s die in de Sahara rijden ook zandstormen kunnen veroorzaken.

Zandstormen nemen toe als gevolg van ontbossing en woestijnvorming in verschillende regionen. Hierdoor zijn een aantal landen begonnen met herbebossing.

Overgevoelige en allergische mensen krijgen last van zandstormen, omdat deze niet alleen nutriënten, maar ook microben en pollen verplaatsen. Voor de meeste mensen zijn zandstormen echter alleen een bron van ergernis, omdat de zichtbaarheid vermindert en alles bedekt wordt met een dikke laag stof.

China – In 1998 werd Beijing getroffen door een gewelddadige zandstorm, waardoor de lucht betrok. Het was de ergste zandstorm in meer dan een eeuw. Stof werd vanuit de Gobi woestijn bij Mongolië naar de stad geblazen. Tenminste 12 mensen werden vermist, en er ontstonden problemen met de watervoorziening. Drie bouwvakkers werden gedood toen harde winden ijzerdraad en asfalt van een twee verdiepingen tellend gebouw naar beneden blies.
Mensen zochten beschutting, en gebruikten handdoeken en hoofddoeken om hun gezichten te bedekken. Het verkeer werd in de meeste gebieden stilgelegd. Op de drukste straten was de zichtbaarheid gedaald tot slechts 500 meter.
Scholen in China en Noord-Korea werden gesloten na aanvang van de zandstorm, en zelfs Rusland besloot enkele scholen dicht te gooien. In de hoofdstad van Zuid-korea, Seoel, werden kinderen en ouderen aangeraden binnen te blijven om ademhalingsproblemen te voorkomen. Ongeveer 35 binnenlandse vluchten in Seoel werden onmiddellijk geannuleerd, en nog 70 werden geannuleerd net voor ze vertrokken.

In totaal werden meer dan 100 miljoen mensen getroffen door de zandstorm. Men denkt dat de storm werd veroorzaakt door droog weer en aanhoudende wind, en door ploegen van grasland. De Chinese overheid wilde de gevolgen van toekomstige zandstormen voorkomen door een groene ring van bomen rond Beijing te planten.

Australië – In 2002 werd Queensland getroffen door een hevige zandstorm. Regionale vliegvelden werden gesloten, en burgers werd verzocht binnen te blijven. In gebieden met weinig vegetatie nam het zicht af tot 50 meter. Bij Chaleville, Zuid Queensland was de zandstorm merkbaar tot op 6 km hoogte. Meer dan een miljoen ton stof werd het gebied in geblazen. Sommigen beweren dat dit de ergste zandstorm was in 20 jaar.

De oorzaak van de zandstorm zou een verandering van de windrichting zijn. Net als in Beijing werden mensen met astma, kinderen en ouderen geadviseerd binnen te blijven om ademhalingsproblemen te voorkomen. Auto’s moesten met dimlicht aan rijden. Veel vliegvelden werden gesloten.

Overige zandstormen

Zandstormen komen vrij vaak voor. Zelfs in Europa ziet men soms het resultaat van een zandstorm als een stoflaagje op de auto’s.

Voorbeelden van andere zandstormen zijn:

- 1901 zandstorm van de Sahara Sahara naar Europe en de Oeral
- 1928 zandstorm van de Oekraine naar Romanië en Polen
- 1930-1931 zandstorm in de Oklahoma Panhandle regio, rode sneeuw viel in Engeland, en veel mensen warden geëvacueerd
- 1930 zandstorm in mid-westelijke VS
- 2001 zandstorm van Azië naar de VS

Bronnen

- McKinney, M.L., Schoch, R.M., Environmental Science: Systems and Solutions, 3e druk, Jones and Bartlett Publishers, Sudbury Massachusetts 2003

- Encyclopedie: http://www.wikipedia.org

- Richter schaal: http://www.seismo.unr.edu

- Arseen probleem: BBC News, Unesco Courier

- Aardbevingen Turkije: http://www.earthquakes.bgs.ac.uk/turkey_nov99.htm

- Overstroming: http://www.bibliotheek.nl

- Vulkaanuitbarstingen: verscheidene websites

- Bosbranden: Daniela Hart, Brazilian Wildfires Threaten Indians, The Washington Post March 1998 and FOA organization, South American Region Fire Assessment, 2003

- Tornado’s: http://www.tornadoproject.com

- Zandstormen: BBC News, Herald Sun, MSNBC, en New York Times







Lenntech BV

Rotterdamseweg 402 M
2629 HH Delft
Nederland

tel: +31 (0)15 261 09 00

fax: +31 (0)15 261 62 89

e-mail: info@lenntech.com











Bookmark and Share