Onderzoek naar de veiligheid van drinkwater

Een artikel over onderzoek naar de veiligheid van drinkwater, door S.M. Enzler

Mensen vinden het erg belangrijk, dat het water dat zij drinken van goede kwaliteit is. Dit wil zeggen dat het geen problemen op mag leveren voor de volksgezondheid. Om de drinkwaterkwaliteit te garanderen is wetgeving geformuleerd. Volgens deze wetgeving moet onderzoek worden uitgevoerd naar de veiligheid en kwaliteit van drinkwater. Drinkwateronderzoek is erg belangrijk, omdat drinkwater dat besmet is met bepaalde stoffen of organismen voor heel veel burgers een gevaar kan opleveren.

Europese richtlijn

Sinds de oprichting van de Europese Unie zijn richtlijnen samengesteld, waaraan lidstaten de wet- en regelgeving moeten aanpassen. De richtlijnen zijn sinds de invoering ervan ook al meerdere malen gewijzigd. Een van de Europese richtlijnen is de richtlijn voor drinkwaterkwaliteit. Deze heeft als doel de volksgezondheid te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van verontreiniging van voor menselijke consumptie bestemd water.
De richtlijnen van de Europese Unie bestaan uit voorschriften en normen. In de Europese drinkwaterrichtlijn staan voorschriften omtrent de monitoring van de drinkwaterkwaliteit. Deze voorschriften omvatten de meetmethoden en analysemethoden die moeten worden gebruikt voor de controle van drinkwaterkwaliteit. Waterleidingbedrijven en drinkwaterbereiding bedrijven zijn verplicht monsters te nemen van drinkwater en deze te toetsen aan normen in de Europese richtlijn.
De normen in de drinkwaterrichtlijn zijn waterkwaliteitswaarden. Waterkwaliteitswaarden geven een maximale concentratie aan van verontreinigende stoffen, die in drinkwater voor mogen komen. Verder zijn er waterkwaliteitswaarden die voor bepaalde stoffen een minimale waarde aangeven, die in drinkwater aanwezig moet zijn. Minimale waarden worden toegekend aan stoffen die gunstig zijn voor de volksgezondheid.

Een voorbeeld van een waterkwaliteitswaarde in de Europese richtlijn:
Ten aanzien van de concentratie magnesium (Mg) in het drinkwater wordt een richtwaarde voorgeschreven van 30 mg/l en een maximaal toelaatbare concentratie van 50 mg/l. Bijgevolg mag een liter drinkwater hooguit 50 mg magnesium bevatten en bij voorkeur zelfs hooguit 30 mg.
Verder wordt voorgeschreven dat water, dat onthard is een minimale concentratie van 60 mg/l Calcium (Ca) of andere gelijkwaardige kationen moet hebben. Met andere woorden, een liter onthard drinkwater moet minstens 60 mg Calcium of andere gelijkwaardige kationen bevatten (IVM, 2002).

De uitvoering van drinkwateronderzoek verschilt binnen de Europese Unie niet zo veel per land. In iedere lidstaat is de wetgeving aangepast aan de Europese drinkwaterrichtlijn. Als gevolg hiervan wordt in iedere lidstaat de kwaliteit van drinkwater onderzocht op drie momenten: tijdens de productie van drinkwater, tijdens het transport van drinkwater en bij de consument van drinkwater. Wanneer onzuiverheden worden ontdekt, moeten namelijk volgens de Europese richtlijn meteen maatregelen worden genomen om te voorkomen dat deze een probleem opleveren voor de volksgezondheid. Deze maatregelen kunnen bijvoorbeeld zijn een aanpassing van het drinkwaterbereiding proces, of een vervanging van leidingen in het transportnet. Na de ontdekking van onzuiverheden in drinkwater moet de overheid van een land de consument op de hoogte stellen door middel van voorlichting (IVM, 2002).

Voor onderzoek naar drinkwaterkwaliteit wordt gebruik gemaakt van monitoring. Monsters worden dan op vaste tijdstippen, op vaste locaties genomen en vervolgens meteen geanalyseerd. Hierdoor krijgt men een duidelijk inzicht in de samenstelling van drinkwater en kan een constante drinkwaterkwaliteit gegarandeerd worden.
Omdat tegenwoordig analyses in computermodellen kunnen worden ingevoerd, zijn analysemethoden in hoge mate gestandaardiseerd.
Door de directe beschikbaarheid van data in computermodellen kunnen naar aanleiding van onderzoeken sneller conclusies worden getrokken, zodat snel ingegrepen kan worden bij de bron, in drinkwaterproductie processen of in distributiesystemen, wanneer dat nodig is (Hargescheimer, 2002). Volgens deze Europese regels moet ook de Nederlandse drinkwaterkwaliteit worden gemonitord.

Drinkwateronderzoek in Nederland

In Nederland houden verschillende organisaties zich bezig met de controle van de kwaliteit en betrouwbaarheid van drinkwater. De belangrijkste daarvan zijn de waterleidingbedrijven. Deze zijn er wettelijk toe verplicht drinkwater te onderzoeken en de kwaliteit ervan te analyseren. Dat wordt gedaan door analyses uit te laten voeren van monsters die genomen worden. Deze analyses worden bij voorkeur uitgevoerd bij gecertificeerde bedrijven, zoals KIWA (Keuring Instituut Waterkwaliteit).
Maar niet alleen bij waterleidingbedrijven wordt de drinkwaterkwaliteit gecontroleerd. Dit wordt ook gedaan door de waterkwaliteit van grondwater en oppervlaktewater, bestemd voor drinkwaterproductie, te controleren en door analyses van monsters die worden genomen tijdens het drinkwaterbereiding proces (Steege, 2003).

Uitkomsten van analyses van drinkwater worden door drinkwater productiebedrijven jaarlijks opgegeven aan de Keuringsdienst van Waren (Steege, 2003).

Tijdens analyses ten behoeve van drinkwateronderzoek in Nederland worden de volgende parameters gemeten:
- Organoleptische parameters (kleur, geur en smaak)
- Fysisch-chemische parameters (pH, temperatuur, hardheid)
- Toxische parameters (lood, pesticiden en kwik)
- Microbiologische parameters (colibacteriën en enterobacteriën)
- Ongewenste parameters (nitraat, nitriet, fluor)
- Gewenste parameters (opgelost zuurstof, zouten) (Miller, 1999).

Nederland houdt zich veel bezig met projecten op het gebied van drinkwateronderzoek. De afdeling Beleidsadvisering en Onderzoek Drinkwater (BOD) van het RIVM coördineert deze projecten.
De BOD geeft adviezen over drinkwateronderzoek aan verschillende instanties: drinkwaterproductie bedrijven, de brancheorganisatie VEWIN (Vereniging van Exploitanten van Waterleidingbedrijven in Nederland), gecertificeerde onderzoeksinstituten zoals KIWA, waterleidingbedrijven, de Keuringsdienst van Waren en het ministerie van VROM.
Het ministerie van VROM is in Nederland verantwoordelijk voor voorlichting op het gebied van drinkwaterkwaliteit aan gebruikers (RIVM-A, 2003).

In Nederland wordt nog steeds veel onderzoek gedaan naar het effect en de preventie van ziekteverwekkers in drinkwater.
Er vindt ook nog onderzoek plaats naar risico's van het (toenemend) gebruik van oppervlaktewater voor de drinkwaterbereiding en naar de effectiviteit van zuiveringsmethoden.
Beheersing van de risico's vindt plaats bij de bron. Maatregelen zijn onder andere het vervangen van loden leidingen en het monitoren op mogelijke verontreinigingen bij drinkwaterpompstations (RIVM-B, 2002).
Mogelijke verontreinigingen worden hier nader toegelicht.

Nederlandse drinkwaterverontreinigingen

Het Nederlandse drinkwater kan veel verschillende stoffen en micro-organismen bevatten. De zuivering van drinkwater wordt daarom een steeds ingewikkelder proces. Voorbeelden van stoffen, die drinkwaterkwaliteit in Nederland omlaag kunnen halen, zijn nitraten. Nitraten zorgen voor waterwinbedrijven voor ongunstige effecten, zoals het inmengen van zware metalen in water. Deze zijn moeilijk te verwijderen tijdens het zuiveringsproces. De hoofdoorzaak van de aanwezigheid van nitraten in drinkwater is intensief gebruik van nitraatrijke mest in de landbouw. Door vermesting van de bodem zijn grote hoeveelheden nitraat naar het grondwater doorgesijpeld. Grondwater wordt gebruikt om drinkwater te produceren (Anonymous, 2002).
Het gevaar van de aanwezigheid van nitraten in drinkwater is dat deze door speeksel worden omgezet in nitrieten, die reageren met rode bloedkleurstof. Hierdoor wordt het bloed ongeschikt voor zuurstoftransport. Kinderen van 6 maanden of jonger kunnen hierdoor te kampen krijgen met een serieus zuurstoftekort. Dit symptoom staat bekend als de “blauwe baby ziekte” (Peereboom, 1989).
Behalve door nitraat wordt de drinkwaterbereiding ook inspannender door de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen. Deze zijn moeilijk te traceren in het water, en de kosten die gemoeid gaan met monitoring en zuivering zijn extreem hoog. Omdat de normstelling voor bestrijdingsmiddelen in drinkwater nog vrij zwak is, is zuivering moeilijk te standaardiseren op dit gebied.
Verder kan water verontreinigd zijn met verzurende stoffen. Tijdens drinkwaterbereiding moeten dan extra pH corrigerende stoffen worden gebruikt.
Drinkwater bevat af en toe kleine hoeveelheden chloor, omdat dit wordt gebruikt voor desinfectie. Deze hoeveelheden zijn vaak niet schadelijk en in Nederland komt het vrijwel niet voor, omdat het gebruik van chloor is afgeschaft. In andere Europese landen kan hier nog wel sprake van zijn.
Als gevolg van het gebruik van loden leidingen voor distributie van drinkwater in het verleden komt vaak lood in drinkwater terecht. Al deze leidingen moeten vervangen worden, maar dit is nog niet op alle plaatsen in Nederland gebeurt. De aanwezigheid van lood in drinkwater kan tot gevolg hebben, dat het wordt opgenomen in het lichaam van volwassenen en kinderen. Dit leidt vooral bij kinderen tot loodvergiftiging (Anonymous, 2002).
Gisten en virussen kunnen ook de waterkwaliteit in gevaar brengen. Het zijn microbiologische verontreinigingen, die doorgaans in oppervlaktewater worden gevonden (Pontius, 2003).
Drinkwater moet altijd vrij zijn van enterobacteriën. Dit zijn bacteriën die van nature voorkomen in de darmen van mensen. De aanwezigheid van deze bacteriën wordt getest. De bacteriën zelf zijn niet gevaarlijk, maar het zijn wel indicatoren voor de aanwezigheid van pathogene (ziekteverwekkende) bacteriën. Bij aanwezigheid van enterobacteriën dient drinkwater dus nader geanalyseerd te worden (Twort, 2000).

Wanneer de Nederlandse drinkwaterkwaliteit niet goed gecontroleerd zou worden, zouden bepaalde van de eerder genoemde stoffen normen kunnen overschrijden. Dit kan gevolgen hebben voor de menselijke gezondheid, zeker wanneer micro-organismen vrij spel krijgen. Er zijn verschillende soorten micro-organismen die ziekten kunnen veroorzaken, wanneer mensen besmet water drinken (Miller, 1999). In de tabel op de volgende pagina staan daar enkele voorbeelden van.

Tabel: gevaarlijke micro-organismen (Pontius, 2003).

Naam micro-organisme Ziekte Symptomen
Cryptosporidium Cryptosporidiose Misselijkheid, diarree
Giardia Giardiase Diarree, koorts
Shigella Infectieziekte Misselijkheid, krampen, koorts

Risicovolle stoffen en micro-organismen in het Nederlandse drinkwater worden verwijderd voordat drinkwater de gebruiker bereikt. Dit gebeurt tijdens de verschillende stappen in een drinkwaterbereiding proces.

Drinkwaterbereiding

Nederland heeft grootschalige drinkwaterzuivering installaties. In deze installaties worden verschillende processtappen doorlopen. Het proces wordt aangepast, naar aanleiding van nieuwe analysemethoden en voorkomende verontreiniging incidenten.

In 1987 bracht een nieuwe analysemethode aan het licht, dat het drinkwater in de Nederlandse regio Amsterdam verontreinigd was met het pesticide bentazon. Het pesticide bleek in de Rijn terecht te zijn gekomen door lozingen vanuit Duitse fabrieken. Er waren toen nieuwe zuiveringsmaatregelen nodig om te voorkomen dat gevaarlijke stoffen, afkomstig van lozingen in de Rijn in drinkwater terechtkwamen. Na zorgvuldig onderzoek in laboratoria is toen het actief koolfilter een deel van het drinkwaterbereiding proces geworden (BBK, 1995).

Het drinkwaterbereiding proces in Nederland lijkt veel op het proces van afvalwaterbehandeling.
Het aantal processtappen verschilt per installatie, omdat de herkomst van het te zuiveren water ook verschilt.
In gebieden waar oppervlaktewater wordt gebruik voor de bereiding van drinkwater, wordt water meestal eerst opgeslagen in reservoirs. Zo kan de helderheid en smaak verbeterd worden, omdat zuurstof oplost in het water en zwevende deeltjes bezinken. In gebieden waar grondwater wordt gebruikt voor drinkwaterbereiding is deze processtap niet nodig.
Na de opslag in reservoirs wordt water door pijpleidingen naar drinkwaterzuivering installaties gepompt. Hier wordt het behandeld, om ervoor te zorgen het uiteindelijke drinkwater aan de drinkwaterkwaliteitsnormen voldoet.
Meestal wordt water eerst door zandfilters en actief koolfilters geleid voor de verwijdering van organische en anorganische verontreinigingen. Vervolgens wordt het ontdaan van schadelijke micro-organismen, door middel van desinfectie. Desinfectie wordt meestal uitgevoerd door toevoeging van een voor bacteriën schadelijke stof, zoals chloordioxide (Miller, 1999).
Zoals al eerder is opgemerkt, gaat de zuivering van oppervlaktewater voor drinkwaterbereiding verder dan de zuivering van grondwater. Nederlands oppervlaktewater voor drinkwaterproductie is afkomstig uit de rivieren de Rijn en de Maas. Water uit deze rivieren heeft een vergaande behandeling nodig voordat het kan worden gedronken, omdat via lozingen vanuit de industrie schadelijke stoffen in de rivieren terechtkomen. In de Rijn hebben bijvoorbeeld lozingen van de chemische industrie in Zwitserland voor grote veranderingen in de samenstelling van het water gezorgd (Keller, 1992).

Veilig drinkwater

Het is heel belangrijk, dat drinkwater goed gecontroleerd wordt. Wanneer tijdens controles ontdekt wordt dat er een gevaarlijke stof of bijvoorbeeld een bepaalde bacterie in het water aanwezig is, moeten namelijk meteen maatregelen worden genomen. Deze maatregelen moeten voorkomen dat problemen worden veroorzaakt voor de menselijke gezondheid. Wanneer problemen ontstaan met het Nederlandse drinkwater heeft dit grote gevolgen voor ons hele land. Heel veel plaatsen in Nederland ontvangen hun drinkwater namelijk vanuit dezelfde drinkwaterwinningen.
Omdat in de Europese Unie vandaag de dag een gestandaardiseerde normering is ingesteld, worden landen in de EU verplicht de kwaliteit van drinkwater te onderzoeken en bereidingsprocessen eventueel aan te passen.
Door een juiste balans van wetgeving, normering en controle, zowel op Europees als op landelijk niveau, kan voor de lange termijn de drinkwaterkwaliteit gegarandeerd worden.

Literatuurlijst

Anonymous, 2002. Hard werken voor het zuiverste water. Staatscourant. Te vinden op: www.lenntech.com/drinkwater.htm

BBK, 1995. Ozonization and Carbon Filtration, The OCF Systems of Leiduin Waterworks. Eindredactie: Amsterdam Water Supplies, Amsterdam

Hargescheimer, E. e.a., 2002. Online Monitoring for Drinking Water Utilities. AWWA Research Foundation, Denver

Keller, A.Z., 1992. Hazards to Drinking Water Supplies. Springer-Verlag Publishing, Londen

Miller, G Tyler, 1999. Living in the Environment: Principles, connections and solutions. 4e druk, Brooks/ Cole Publishing Company, Pacific Grove, USA

Peereboom, J.W. Copius, 1989. Hoe gevaarlijk zijn milieugevaarlijke stoffen? Tweede druk, Boom Meppel, Amsterdam

Pontius, F.W., 2003. Drinking Water Regulation and Health. Wiley-Interscience, Colorado, USA

RIVM (Instituut Voor Milieuvraagstukken), 2002. Handboek Implementatie Milieubeleid; inhoud en stand van zaken per mei 2002. Eindredactie: Ministerie van VROM. Te vinden op: http://www.eu-milieubeleid.nl/ch04s05.html

RIVM-A, 2003. Beleidsadvisering en onderzoek drinkwater. Eindredactie: RIVM, Bilthoven. Te vinden op: http://www.rivm.nl/overrivm/risicos/imd/beleidsadvisering.jsp?ComponentID=4691&SourcePageID=4694

RIVM-B, 2002. Overzicht milieugerelateerde gezondheidsrisico's. Eindredactie: RIVM, Bilthoven. Te vinden op: http://www.rivm.nl/milieuennatuurcompendium/nl/i-nl-0433-03.html

Steege, P. van de, 2003. Voedingsmiddelen. Silliker Drinkwatercontrole, Ede. Te vinden op: http://www.silliker.nl/Drinkwater.HTM

Twort, A.C., 2000. Water Supply. 5e druk, IWA Publishing, London

 
 
Bookmark and Share


Lenntech BV

Rotterdamseweg 402 M
2629 HH Delft
Nederland

tel: +31 (0)15 261 09 00

fax: +31 (0)15 261 62 89

e-mail: info@lenntech.com