| Jood komt van nature in wateren voor. De concentratie in zeewater ligt gemiddeld bij circa 60 ppb, maar is sterk variabel. Rivieren bevatten over het algemeen ongeveer 5 ppb jood en in minerale bronnen kunnen zelfs enkele ppm voorkomen. Bij bruinalgen zijn accumulaties uit het zeewater van tot ongeveer 0,45% (droge stof gehalte) te vinden. Ook koralen, marine sponsen, schelpen en vissen bevatten hoge concentraties aan jood in vorm van thyroxine of tri-joodthyronine. Ook al is deze eigenschap bij jood minder extreem dan bij de andere halogenen, zo heeft ook dit element nog een vrij hoog reactievermogen. Het komt niet als element voor, maar als I2-molecule, als I--ion of als iodaat (zout van het joodzuur met het anion IO3-). Voegt men jood aan water toe, speelt zich volgende reactie af: I2(l) + H2O(l) <-> OI-(aq) + 2H+(aq) + I-(aq) Uit I2-moleculen en watermoleculen ontstaat onder anderen hypoiodit (OI-). Het evenwicht van deze reactie kan afhankelijk van de pH-waarde van de oplossing, aan allebeide kanten liggen. Andere mogelijkheden voor het voorkomen van jood zijn I3-(aq), HIO(aq), IO-(aq) en HIO3(aq). Bovendien kan jood heel verschillende verbindingen, bijvoorbeeld met andere halogenen ingaan. Deze gedragen zich dan ook verschillend tijdens reacties met water. De oplosbaarheid van jood in water ligt bij 20oC en 1 bar bij 1:3500 en is dus heel laag. In waterige iodide-oplossingen is jood beter oplosbaar. Hierbij gebeurt het volgende: I2 + I- -> [I3]- Als jood in oppervlaktewateren terechtkomt, kan het als joodgas weer vrijkomen. De meeste joodverbindingen zijn daarentegen goed oplosbaar in water of alcohol. Bijvoorbeeld anorganische iodiden zijn goed oplosbaar in water. Oplosbaarheid en waardoor deze beïnvloed kan worden Jood kan op natuurlijke manier met de regen of in kustregio’s met waterdruppeltjes die uit de zee verdampen, in oppervlaktewateren terechtkomen. Uiteindelijk kan het op die manier ook weglekken naar het grondwater. Andere mogelijkheden zijn het verweren van joodhoudende rotsen en vulkanische activiteiten (ook onder water). In de natuur is jood in redelijk grote hoeveelheden, maar alleen in vorm van verbindingen te vinden. Naast de natuurlijk in water voorhanden joodconcentraties kan er een belasting door de mens optreden. Deze gebruikt jood voor verschillende doeleinden. Een voorbeeld zijn gejodeerde röntgencontrastmiddelen die bij het röntgenen in hoge doseringen (tot 200 g) aan de patiënt worden gegeven en daarna snel weer uitgeplast worden. Via het afvalwater kunnen deze stoffen, zoals ook andere geneesmiddelen, zelfs in het grondwater terechtkomen. Ook wordt jood voor het reinigen en desinfecteren gebruikt en wordt het aan gezichtszeep en verbandmateriaal toegevoegd. De desinfecterende werking wordt de afsplitsing van zuurstof uit water toegeschreven. In de chemische industrie worden verf en chemicaliën voor de fotografie, batterijen, smeermiddel en dergelijke met behulp van jood geproduceerd. Radioactief jood wordt bij medische behandelingen toegepast, bijvoorbeeld bij de therapie tegen schildklierkanker. Het kan ook bij reactorongelukken vrijkomen. Vaak komt jood uit afvalwaterzuiveringsinstallaties in oppervlaktewateren terecht. Dit kan ook voor radioactieve isotopen gelden. Jood wordt voor slechts ongeveer 2-25% in het slib vastgehouden. De rest verblijft in het water zodat het joodgehalte van het effluent vaak tussen 1-16 μg/L ligt. Jood kan in hogere concentraties ook in de omgeving van stortplaatsen voor chemisch afval voorkomen. Jood valt onder de watergevaarklasse 1 (WGK = Wassergefährdungsklasse). Dit betekent dat het maar zwak watergevaarlijk is. Toch kunnen gevaarlijke reacties met bijvoorbeeld alkalimetalen, aluminium, magnesium, kwik, fluor of terpentine voorkomen. De milieuschadelijkheid kan afhankelijk van de joodverbinding erg verschillen. De LD50-waarde die aangeeft, bij welke dosis van een stof de helft van een populatie sterft, ligt voor ratten bij een orale opname van 14000 mg/kg. Het waarschijnlijk bekendste voorbeeld voor de effecten die radioactief jood kan veroorzaken, is het ongeluk in de kerncentrale van Chernobyl in 1986. Hierbij kwam 131I in grote hoeveelheden vrij. Het isotoop heeft een halveringstijd van acht dagen, maar het kan van grazende dieren opgenomen worden en op deze manier in melk- en watervoorraden van de mens terechtkomen. In Oekraïne veroorzaakt radioactief jood in stromende wateren nog steeds grote problemen. De meeste rivieren stromen namelijk richting zuiden. Bij hoogwater wordt radioactiviteit van het vasteland uitgewassen. Normaal komen mensen bijna nooit in aanraking met radioactief jood, als zij er niet tijdens hun werk mee te maken hebben of er uit medische redenen mee behandeld worden. Jood speelt een belangrijke rol bij de productie van schildklierhormonen. Het menselijke lichaam bevat meestal een hoeveelheid van 10-15 mg van deze stof. Deze zijn dan ook voor een groot deel in de schildklier te vinden. De dagelijks aanbevolen hoeveelheid jood, een spoorelement, ligt volgens de wereldgezondheidsorganisatie WHO tussen de 150 en 200 μg. Omdat jood in Europa vaak toegevoegd wordt aan keukenzout, kan deze dagelijkse dosis normaal zonder moeite bereikt worden. Wereldwijd is de joodopname heel verschillend, omdat bijvoorbeeld mensen in gebieden waar veel vis wordt gegeten, heel veel jood opnemen. Hij ligt tussen de 50 μg en 10 mg per dag. Aan de andere kant kan te veel jood ook negatieve invloeden op de schildklier hebben. Dit gaat vaak samen met hyperactiviteit. Gevoelige mensen reageren op te grote hoeveelheden jood met jodisme, wat jeuken, bronchitis, slaapstoornissen, uitslag etc. als gevolg kan hebben. Huidcontact met geconcentreerd jood kan leiden tot pigmentveranderingen. Jooddampen veroorzaken irritatie van ogen en long. Als element heeft jood een toxische werking. 2 g kunnen dodelijk zijn. Joodtinctuur is oraal ingenomen vanaf een hoeveelheid van ca. 30 ml dodelijk. Jodiden zijn daarentegen relatief ongevaarlijk. Toch blijkt uit experimenten met ratten dat zij invloed op de vrouwelijke vruchtbaarheid kunnen hebben. Kinderen reageren bijzonder gevoelig op te hoge of de lage inname van jood, omdat hun schildklier zich nog in de groei bevindt. Jood kan uitstekend uit water worden verwijderd met behulp van actief kool. Er wordt ook vaak gebruik gemaakt van jood om water te zuiveren. Het wordt vooral gebruikt voor de desinfectie bij de drinkwaterbereiding. Er zijn bijvoorbeeld joodtabletten verkrijgbaar die direct aan het water toegevoegd kunnen worden. Jood zelf kan geregenereerd worden, wat vanwege economische overwegingen vaak gebeurt. Literatuurverwijzingen Terug naar het periodiek systeem der elementen Terug naar de overzicht van elementen en water | | | | |