| Chloor Chloor is een van de meest gebruikte desinfectiemiddelen voor de desinfectie van water. Het heeft het voordeel dat het goed inzetbaar is tegen de meeste ziekteverwekkende micro-organismen en goedkoop is. Wanneer is chloor ontdekt? Chloorgas was waarschijnlijk in de 13e eeuw al bekend. Chloor (Cl2) werd in 1774 voor het eerst in zijn zuivere vorm bereid door de Zweedse scheikundige Carl Wilhelm Scheele. Scheele verwarmde bruinsteen (mangaandioxide, MnO2) met zoutzuur (HCl). Door het verwarmen van deze stoffen worden de verbindingen verbroken, en ontstaan mangaanchloride (MnCl2), water (H2O) en chloorgas (Cl2). MnO2 + 4HCl ® MnCl2 + Cl2 + 2H2O  Carl Wilhelm Scheele ontdekte in 1774 chloor. Scheele merkte dat het gas oplosbaar was in water en dat het papier, groenten, en bloemen bleekte. Daarnaast reageerde het op metalen en metaaloxiden. In 1810 verklaarde Humphry Davy, een Engelse scheikundige die een aantal fundamentele reacties met chloorgas verrichtte, dat het door Scheele ontdekte gas een element moest zijn, omdat het ondeelbaar is en gaf het de naam ‘chloor’ (Cl), dat afkomstig is van het griekse woord ‘chloros’ wat geelgroen betekent en verwijst naar de kleur van het gas.(Clifford White, 1999. Siemensma, 1994. Watt, 2002 ) Waar komt chloor voor? Chloor wordt op veel verschillende plaatsen op de wereld gevonden. Het is een zeer reactief element en wordt daarom altijd gevonden in verbinding met andere elementen. Meestal wordt chloor gevonden in combinatie met natrium (Na), in de vorm van keukenzout, natriumchloride (NaCl). Het grootste gedeelte chloor komt in opgeloste vorm voor in zee en in zoutmeren. In de grond zitten grote voorraden chloor in de vorm van steenzout en haliet. Wat zijn de eigenschappen van chloor? Chloor (Cl2) is een van de reactiefste elementen, het gaat makkelijk verbindingen aan met andere stoffen. In het periodiek systeem is chloor ondergebracht bij de halogenen. Hiertoe behoren ook fluor (F), broom (Br), jood (I) en astaat (At). Alle halogenen reageren op dezelfde manier en komen voor in een groot aantal verbindingen. Vaak vormen ze in combinatie met metalen goed oplosbare zouten. Chlooratomen hebben 17 negatieve elektronen (negatief geladen deeltjes). Deze bewegen zich in drie schillen om de zware kern van het atoom. In de binnenste schil bevinden zich 2 elektronen, in de middelste 8 en in de buitenste 7. In de buitenste schil is ruimte voor nog een elektron. Dat is de reden dat chloor goed met andere stoffen reageert. Het krijgt er een elektron bij (waardoor er losse geladen atomen, ionen, ontstaan) of deelt een extra elektron (waarbij een covalente binding, een chloorverbinding ontstaat), waardoor de buitenste schil compleet is.  Chlooratomen hebben 17 elektronen. Chloor kan verbindingen aangaan die zeer stabiel zijn, zoals de verbinding met natrium (Na) waaruit keukenzout (NaCl) ontstaat. Maar het kan ook verbindingen aangaan die zeer reactief zijn, zoals de verbinding met waterstof (H). Als chloor en waterstof een verbinding aangaan, ontstaat waterstofchloride (HCl). Als waterstofchloride oplost in water, wordt het zoutzuur (HCl). Het waterstofatoom staat een elektron af aan het chlooratoom, waardoor waterstof- en chloorionen ontstaan. Deze ionen gaan met elke stof die ze tegenkomen een reactie aan, ook met metalen die als corrosiebestendig worden beschouwd. Geconcentreerd zoutzuur kan zelfs roestvrij staal aantasten. Daarom wordt het bewaard in glas of plastic. Hoe wordt chloor getransporteerd? Chloor is zeer reactief en corrosief. Bij het transport, opslag en het gebruik van chloor moeten daarom veiligheidsmaatregelen genomen worden. | Chloortreinen in Nederland In Nederland rijden zogenaamde chloortreinen van Delfzijl en Hengelo naar Rotterdam-Botlek. De belangrijkste reden voor dit transport is dat de chloorproductie op een andere plek plaatsvindt dan de verwerking. In zowel Delfzijl (130000 ton) als Hengelo (70000 ton) wordt teveel chloor geproduceerd, terwijl in Rotterdam (350000 ton) te weinig wordt geproduceerd. Jaarlijks wordt in Nederland zo’n 50000 ton chloor via het spoor vervoerd. Dit soort vervoer is bij wet verboden, daarom is voor het transport een vergunning nodig van de ministeries van Verkeer en Waterstaat en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en door de Provincie. Bij een ongeluk met de chloortrein kan er chloor vrijkomen. Chloorgas wordt onder druk als vloeistof getransporteerd en omdat het zwaarder is dan lucht verspreidt het zich bij een lek snel als een groengele gifdeken over de omgeving. Het duurt lang voordat dit chloor voldoende door de lucht is verdund tot ongevaarlijke gehaltes. Aangezien de chloortrein door dichtbevolkt gebied rijdt, gaat men er van uit dat bij een ongeluk veel slachtoffers zullen vallen. Om dit te voorkomen zijn allerlei veiligheidsmaatregelen genomen. Het chloortransport vindt plaats met speciale tankwagens Deze zijn onder meer voorzien van speciale ventielen met een gecombineerde binnen- en buitenafsluiter, waardoor er tijdens vullen en legen geen chloor kan ontsnappen. De ventielen zijn zo geplaatst dat ze bij een eventuele val vrijwel niet kunnen afbreken. Chloor wordt bijvoorbeeld vervoerd in de vorm van dichlooretheen, dat bij kamertemperatuur vloeibaar is, waardoor er minder risisco is op het ontstaan van een gaswolk. Chloor dat voor de desinfectie van drink- en zwembadwater wordt gebruikt, wordt vaak vervoerd in de vorm van natriumhypochloriet. Ook hierbij zal bij een eventueel ongeluk geen gaswolk ontsnappen. | Hoe wordt chloor bewaard? Waterig chloor moet beschermd worden tegen zonlicht. Chloor wordt onder invloed van zonlicht afgebroken. De UVstraling in het zonlicht levert de energie die de chemische reactie voor de afbraak van het onderchlorig zuur (HOCl) molecuul stuurt. Eerst wordt het watermolecuul (H2O) afgebroken, waarbij elektronen vrijkomen die gebruikt worden om het chlooratoom (Cl) in onderchlorig zuur te reduceren tot chloride (Cl-). Bij de afbraak van het watermolecuul ontstaat een zuurstofatoom, dat geoxideerd wordt tot zuurstofmolecuul. 2HOCl → 2H+ + 2Cl- + O2 Waar wordt chloor gewonnen en hoe wordt het geproduceerd? Chloor wordt bereid uit chloorverbindingen door elektrolytische of chemische oxidatie. Vaak gebeurt dit met elektrolyse van zeewater of steenzout. Het zout wordt opgelost in water, waardoor pekel ontstaat. Door de pekel wordt in een elektrolysecel een krachtige gelijkstroom geleid. Met behulp van de elektrische stroom worden chloride-ionen (deze ontstaan wanneer zout oplost in water) veranderd in chlooratomen. Het zout en water worden gesplitst in natronloog (natriumhydroxide, NaOH) en waterstofgas (H2) aan de kathode en chloorgas (Cl2) aan de anode. Omdat chloorgas reageert met waterstofgas moeten de anode en kathodeproducten van elkaar gescheiden blijven. Welke methodes zijn er om chloor te produceren? Bij de productie van chloor worden drie verschillende elektrolyse-methodes gebruikt: Bij de diafragmacel-methode wordt met behulp van een diafragma voorkomen dat de produkten zich met elkaar mengen of reacties met elkaar aangaan. Het elektrolysevat bevat een positieve pool van titaan en een negatieve pool van staal. De elektroden zijn gescheiden door een zogenaamd diafragma, een alleen voor vloeistoffen doorlaatbare wand, waar bij de reactie ontstane gassen (waterstof (H) en chloor (Cl)) gescheiden worden gehouden. Door toepassing van het tegenstroomprincipe wordt voorkomen dat de aan de negatieve pool gevormde hydroxide-ionen bij de positieve pool terechtkomen. De chloride-ionen kunnen echter wel door het diafragma, waardoor de gevormde natronloog licht verontreinigd zal zijn met chloride. Hierbij treden de volgende reacties op: + pool : 2Cl- → Cl2 + 2e- - pool : 2 H2O + 2 e- → 2OH- + H2 Bij de kwikcel-methode bestaat een van de elektroden uit kwik en ontstaan producten die zuiverder zijn dan bij de diafragmacelmethode. Er wordt gebruik gemaakt van een elektrolysevat met een positieve pool van titaan en een negatieve pool van stromend kwik. Aan de negatieve pool vindt dan geen reactie met water plaats, maar met het natriumion (Na+), waarbij natriumamalgaam) wordt gevormd. Als dit amalgaam door een tweede reactievat wordt geleid (de zogenaamde loogcel), reageert het natrium met water tot natronloog en waterstof. Het waterstofgas blijft zo gescheiden van het bij de positieve pool ontstane chloorgas. In de elektrolysevorm treden hierbij de volgende reacties op: + pool : 2 Cl- → Cl2 + 2e- - pool : Na+ + e- → Na in de loogcel: 2Na + 2H2O → 2 Na+ + 2OH- + H2 De membraanmethode lijkt op de diafragmamethode, alleen laat het membraan alleen vrijwel uitsluitend positieve ionen door, waardoor vrij zuivere natronloog wordt gevormd. Bij het kwikelektrolyseproces ontstaat een oplossing die ca. 50 massa-% natriumhydroxide bevat, bij het membraan- en diafragmaproces moet de verkregen oplossing echter met behulp van stoom worden ingedampt. De chloorproductie in Europa vindt voor 60 % plaats via het kwikelektrolyseproces, voor 20 % via het diafragmaproces en voor 20 % via het membraanproces. Chloor kan ook bereid worden door oxidatie van waterstofchloride met uit de lucht aangetrokken zuurstof, waarbij koper(II)chloride (CuCl2) als katalysator wordt gebruikt (Deaconproces): 4HCl + O2 → 2H2O + 2Cl2 Tevens wordt chloor bereid door elektrolyse van gesmolten zouten en, vooral in het laboratorium, door oxidatie van zoutzuur en mangaandioxide: MnO2 + 4HCl → MnCl2 + 2H2O + Cl2 Wanneer gasvormig chloor aan water wordt toegevoegd, vindt de volgende hydrolisereactie plaats: Cl2 + H2O = H+ + Cl- + HOCl Wat is de chloorproductie in Nederland? Aan de basis van de Nederlandse chloorchemie staat de zoutwinning en zoutproductie. In Twente en Oost-Groningen wordt bij elkaar jaarlijks 4 miljoen ton zout geproduceerd. Dit is veel meer dan de Nederlandse consumptie van ongeveer 1,4 miljoen ton. Tussen de 0,9 en 1 miljoen ton is bestemd voor de Nederlandse chloorproductie. De rest is voor strooizout en andere toepassingen. Ook in Harlingen wordt zout gewonnen en gedroogd. Daar gaat het om 1,2 miljoen ton zout per jaar. Het zout dat hier geproduceerd wordt is alleen voor de export bedoeld. Met name de Duitse chloor- en soda-industrie is een grote afnemer. In Nederland zijn vijf bedrijven die chloor produceren. Deze bedrijven produceren bij de electrolyse van zout, naast chloor, variërende hoeveelheden zoutzuur, waterstof en natronloog. Deze "bijproducten" worden in diverse bedrijven verder verwerkt. Wat zijn de toepassingen van chloor Chloor wordt op grote schaal toegepast. Omdat het een zeer reactief element is gaat het gemakkelijk verbindingen aan met andere stoffen. Het kan ook een verbinding maken tussen twee stoffen die anders niet zo makkelijk met elkaar verbonden kunnen worden. Als chloor een verbinding aangaat met een stof die koolstofatomen bevat, ontstaan organische verbindingen. Voorbeelden hiervan zijn plastic, oplosmiddelen en oliën maar ook verschillende stoffen die zich in het menselijk lichaam bevinden. Als chloor een chemische verbinding aangaat, vervangt het vaak een waterstofatoom in een zogenaamde substitutiereactie. In hetzelfde molecuul kunnen verschillende waterstofatomen na elkaar vervangen worden, waardoor er steeds een andere verbinding ontstaat. In de geneeskunst speelt chloor een belangrijke rol. Niet alleen als desinfectiemiddel maar ook als bestanddeel van medicijnen. Het merendeel van de medicijnen bevat chloor of wordt gemaakt met chloorhoudende tussenproducten. Ook geneeskrachtige kruiden bevatten chloor. Het eerste verdovingsmiddel dat in de chirurgie gebruikt werd was chloroform (CHCl3). In de chemische industrie worden met een klein aantal chloorhoudende chemicaliën zo’n 10.000 verschillende chloorverbindingen gevormd. Voorbeelden van producten die stoffen met chloor bevatten zijn verf, lijm, oplosmiddelen, schuimrubbers maar ook de bumpers van auto’s, voedseladditieven, pesticiden en antivriesmiddelen. Een van de meest gebruikte chloorhoudende middelen is PVC. PVC heeft heel veel toepassingen; zoals afvoerleidingen, isolatie van bedrading, vloeren, ramen, flessen en waterdichte kleding. Producten gemaakt met / van chloor Bleekmiddelen op chloorbasis worden niet alleen op grote schaal toegepast als desinfectiemiddel, maar ook gebruikt om papier te bleken. De blekende werking berust op de oxidatie door chloor of hypochloriet. Ongeveer 65% van de chloor die in de industrie wordt gebruikt, gaat naar de productie van organische chemicaliën als plastics. Zo’n 20% wordt gebruikt voor de productie van bleek- en desinfectiemiddelen. De rest wordt gebruikt voor de productie van anorganische verbindingen van chloor met elementen als zink (Zn), ijzer (Fe) en titaan (Ti). Chloor als desinfectiemiddel Chloor is een van de meest gebruikte desinfectiemiddelen. Het is breed inzetbaar en zeer effectief om ziektekiemen te bestrijden. Chloor is makkelijk toe te passen, te meten en te controleren. Het is behoorlijk persistent en niet duur. Chloor wordt al bijna tweehonderd jaar gebruikt voor het bestrijden van ziekteverwekkers in drinkwater, zwem- en afvalwater en voor het reinigen en desinfecteren van huishoudelijke oppervlakten en het 'bleken' van textiel. Ten tijde van de ontdekking van chloor wist men nog niet dat ziektes veroorzaakt worden door micro-organismen. In de loop van de 19e eeuw kwamen artsen en wetenschappers erachter dat veel ziekten besmettelijk zijn en dat de verspreiding ervan voorkomen kan worden door desinfectie van de ziekenhuizen. Men begon al snel te experimenteren met desinfectiemiddelen op basis van chloor. In 1835 adviseerde de Amerikaanse arts en schrijver Oliver Wendel Holmes vroedvrouwen om hun handen te wassen met calciumhypochloriet (Ca(ClO)24H2O) om het overbrengen van de kraamvrouwenkoorts te voorkomen. Pas nadat Louis Pasteur aan had getoond dat micro-organismen bepaalde ziektes verspreiden, ging men aan het einde van de 19e eeuw massaal over op het gebruik van desinfectiemiddelen. Chloor is een belangrijke factor geweest in het verlengen van de levensverwachting. Chloor als bleekmiddel Het middel om oppervlakten te desinfecteren is bleekmiddel. Het bestaat uit chloorgas dat is opgelost in een alkali-oplossing, zoals natriumhydroxide (NaOH). Bij het oplossen van chloor in een base zoals natriumhydroxide ontstaat via een autoredox reactie het hypocloriet ion OCl-, dat beschouwd kan worden als de combinatie van een Cl+ en een O2- ion. Chloor vormt in reactie met natriumhydroxide natriumhypochloriet (NaOCl). Natriumhypochloriet heeft een goede desinfecterende werking en is stabiel. Bij bleekmiddel mogen geen zuren gebruikt worden. In contact met zuren wordt het hypochloriet instabiel en kan giftig chloorgas ontsnappen. Het bijbehorende onderchlorig zuur (HOCl) is niet erg stabiel. Chloor wordt als bleekmiddel veel gebruikt. Ook kan bleekpoeder (CaOCl2), ontstaan door chloor in calciumhydroxide (CaOH) te leiden, gebruikt worden. Bleekpoeder heeft als voordeel dat het een vaste stof is, waardoor het, naast het gebruik als bleekmiddel, gemakkelijker is toe te passen als desinfectiemiddel in bijvoorbeeld medische posten in ontwikkelingslanden. Bleekpoeder reageert bij het oplossen met water tot onderchlorig zuur (HOCl) en hypochlorietionen (OCl-). Hoe werkt de desinfectie met chloor Chloor doodt ziektekiemen als bacteriën en virussen door in te breken in de chemische huishouding van hun moleculen. De desinfectiemiddelen die daarvoor worden gebruikt, bestaan uit chloorverbindingen die hun atomen op andere verbindingen kunnen overbrengen, zoals enzymen in bacteriën en andere cellen. Als een enzym in aanraking komt met chloor, worden een of meer van de waterstofatomen in de eiwitmolecuul door substitutie vervangen door chloor. Hierdoor verandert de hele molecuul van vorm of valt uit elkaar. Wanneer enzymen niet meer goed functioneren, gaat de cel of de bacterie dood. Als chloor aan het water wordt toegevoegd, ontstaat onderchlorig zuur. Cl2 + H2O → HOCl + H+ + Cl- Afhankelijk van de pH vervalt onderchlorig zuur deels tot hypochlorietionen. Cl2 + 2H2O → HOCl + H3O + Cl- HOCl + H2O → H3O+ + OCl- Dat uiteenvalt in chloor en atomair zuurstof. OCl- →Cl- + O Onderchlorig zuur (HOCl, dat elektrisch neutraal is) en hypochlorietionen (OCl-, elektrisch negatief) samen vormen vrij chloor. Deze zorgen voor de desinfectie. Beide stoffen gedragen zich zeer verschillend van elkaar. Onderchlorig zuur, is meer reactief en is een sterker desinfectiemiddel dan hypochloriet. Onderchlorig zuur wordt gesplitst in zoutzuur (HCl) en atomaire zuurstof (O). Dit zuurstofatoom is een krachtig oxidatiemiddel. De desinfecterende eigenschappen van chloor in water berusten op de oxiderende werking van de vrijkomende atomaire zuurstof en de substitutiereacties van chloor:  Het ongeladen onderchlorig zuur kan beter de negatief geladen celwand van ziekteverwekkende micro-organismen penetreren dan het negatief geladen hypochlorietion. De celwand van ziekteverwekkende organismen is van nature elektrisch negatief geladen. Deze kan beter gepenetreerd worden door het ongeladen, elektrisch neutrale onderchlorig zuur, dan door het negatief geladen hypochlorietion. Onderchlorig zuur kan door slijmerige lagen, celwanden, en beschermlagen van micro-organismen heendringen om deze ziekteverwekkers effectief te doden. De micro-organismen sterven of kunnen zich niet meer reproduceren. Hoe is de verhouding onderchlorig zuur (HOCl) en hypochlorietionen (OCl-)? De effectiviteit van de desinfectie wordt bepaald door de pH van het water dat wordt behandeld. Desinfectie met chloor is optimaal bij een pH tussen 5,5 en 7,5. Onderchlorig zuur (HOCl) reageert sneller dan hypochlorietionen (OCl-), het is 80 tot 100 % effectiever. Het gehalte onderchlorig zuur neemt af bij een hogere pH. Bij een pH van 6 is het gehalte onderchlorig zuur 80% terwijl de concentratie hypochlorietionen dan 20% bedraagt. Bij een pH van 8 is dit omgekeerd. Bij een pH van 7,5 zijn de concentraties onderchlorig zuur en hypochlorietionen gelijk.  De verhouding onderchlorig zuur (links) en hypochlorietionen (rechts) bij verschillende pHwaarden. Wat zijn vrij en gebonden werkzaam chloor? Als chloor voor desinfectie aan het water wordt toegevoegd, reageert het vaak eerst met opgeloste organische en anorganische verbindingen in het water. Het chloor is dan niet meer bruikbaar voor desinfectie omdat het gereageerd heeft tot andere verbindingen. De hoeveelheid chloor die hierbij gebruikt wordt, is de chloorvraag van het water. Chloor vormt met ammoniak (NH3) chlooramines, chemische verbindingen die chloor, stikstof (N) en waterstof (H) bevatten. Deze verbindingen worden gebonden werkzaam chloor genoemd (in tegenstelling tot onderchlorig zuur en hypochloriet, die vrij werkzaam chloor worden genoemd) en zorgen ook voor desinfectie van het water. Ze reageren echter veel langzamer dan vrij werkzaam chloor. Waar moet men op letten bij de dosering van chloor? Met de dosering van chloor moet men er rekening mee houden dat chloor ook met andere stoffen reageert en men zodanig doseert dat er voldoende chloor overblijft voor desinfectie. De chloorvraag wordt beïnvloed door de hoeveelheid organisch materiaal, de pH van het water, de voorgeschreven contacttijd en de temperatuur. Chloor reageert met organisch materiaal tot desinfectiebijproducten, zoals trihalomethanen (THM) en gehalogeneerde azijnzuren (HAA). Chloor kan op verschillende manieren voor desinfectie worden toegediend. Bij gewone chlorering wordt chloor voor desinfectie aan het water toegevoegd en is geen andere behandeling vereist. Pre- en postchlorering zijn de toevoeging van chloor aan het water voor en na andere behandelingen. Rechlorering is het toevoegen van chloor aan het behandelde water bij een of meer punten in het distributiesysteem om desinfectie te behouden. Wat is breekpuntschlorering? Breekpuntschlorering bestaat uit het continu toevoegen van chloor aan het water tot het punt waarop aan de chloorvraag is voldaan en het aanwezige ammoniak is geoxideerd, waardoor vrij chloor overblijft. Dit wordt in de eerste plaats gedaan vanwege de desinfectie, maar daarnaast heeft het ook andere voordelen, zoals de controle van geur en smaak. Om breekpuntschlorering te bereiken, maakt men vaak gebruik van superchlorering. Hierbij wordt gebruik gemaakt van chloorconcentraties die een aantal malen hoger zijn dan de 1 mg/l die nodig is voor desinfectie. Welke concentratie chloor wordt gebruikt? Chloorgas is verkrijgbaar als vloeibaar gas in drukvaten tot 10 bar. Het lost goed op in water (circa 3 L chloor in 1 L water). Voor het doden van bacteriën is weinig chloor nodig, ongeveer 0,2-0,4 mg/L. De concentraties chloor die aan water worden toegevoegd, zijn doorgaans hoger, omdat men rekening moet houden met de chloorvraag van het water. Chloorgas wordt tegenwoordig alleen nog gebruikt voor grote gemeentelijke en industriële waterzuiveringsinstallaties. Voor kleinere toepassingen wordt chloor meestal gebruikt in de vorm van calcium- of natriumhypochloriet. Van welke factoren is desinfectie met chloor afhankelijk? Factoren waarvan geslaagde desinfectie met chloor afhankelijk is: De concentratie chloor, de contacttijd, de temperatuur, de pH, het gehalte en de soort micro-organismen en het gehalte organisch materiaal in het water. Tabel 1. De desinfectietijd voor verschillende soorten ziekteverwekkende micro-organismen met behulp van gechloreerd water met een chloor concentratie van 1 mg/L (1ppm) bij een pH van 7,5 en temperatuur van 25 °C. | Desinfectietijd van fecale verontreinigingen met behulp van gechloreerd water | | E. coli 0157 H7 bacterie | < 1 minuut | | Hepatitis A virus | ongeveer 16 minuten | | Giardia parasiet | ongeveer 45 minuten | | Cryptosporidium | ongeveer 9600 minuten (6,7 dagen) | Wat zijn de gezondheidseffecten van chloor als desinfectiemiddel? De effecten van chloor op het menselijk lichaam zijn afhankelijk van de hoeveelheid chloor die aanwezig is, de duur en de frequentie van de blootstelling. De effecten zijn ook afhankelijk van de gezondheid van de persoon of de milieuconditie waaronder blootstelling plaatsvindt. Het inademen van kleine hoeveelheden chloor gedurende korte periodes heeft een nadelige invloed op het ademhalingssysteem. De effecten variëren van hoesten en pijn op de borst tot het vasthouden van vocht in de longen. Chloor irriteert de huid, de ogen en het ademhalingssysteem. Deze effecten vinden echter niet plaats bij de lage gehaltes chloor die normaal in het milieu worden gevonden. Wanneer chloor in het lichaam terecht komt, blijft het daar meestal vanwege zijn reactiviteit niet lang zitten. Puur chloor is zeer giftig, een kleine hoeveelheid kan al dodelijk zijn. In de Eerste Wereldoorlog werd chloorgas op grote schaal toegepast om vijandelijke soldaten te verwonden of te doden. De Duitsers waren de eersten die het gebruikten. Omdat chloor veel zwaarder is dan lucht, vormt het een giftige deken boven de grond. Chloorgas tast de slijmvliezen (neus, ogen en keel aan). De giftige werking berust voor een groot deel op het feit dat de slijmvliezen in de ademhalingswegen en de longen worden opgelost waardoor het gas in de bloedbaan kan komen. Bij het inademen van het gas vullen de longen zich met vloeistof, waardoor men als het ware verdrinkt. Wat is de regelgeving voor chloor? Nederland: In het Nederlandse Drinkwaterbesluit staan geen maximumnormen vastgesteld voor chloor in het drinkwater. Als chloor in-situ wordt aangemaakt, wordt daarbij zout gebruikt. EU: In de Europese drinkwaterrichtlijn 98/83/EC staan voor desinfectiemiddelen geen normen vermeld. WHO: In de WHO drinkwaterrichtlijnen staat dat er 2 tot 3 mg/L Cl2 aan het water toegevoegd moet worden om voldoende desinfectie en een residuale concentratie te verkrijgen. Het maximale gehalte is 5mg/L. Voor een effectieve desinfectie is een residuaal gehalte van vrij chloor van meer dan 0,5 mg/L nodig na tenminste 30 minuten contacttijd bij een pH van acht of minder. (WHO, Guidelines for drinking water quality. 3e editie) USA: De nationale drinkwaternormen vermelden voor chloor als desinfectiemiddel voor drinkwater een maximaal residuaal niveau van 4,0 mg/L. Tot voor kort werd in de Verenigde Staten voor de behandeling van (afval)water voornamelijk chloorgas gebruikt. Het gebruik van chloorgas is echter teruggedrongen. Dit is in de eerste plaats gedaan vanwege het ontstaan van gechloreerde desinfectiebijproducten als trihalomethanen. Omdat chloor zeer goedkoop is en makkelijk in het gebruik, bleef het in de Verenigde Staten het belangrijkste desinfectiemiddel. De invoer van het Clean Air Act (CAA) risico management plan (RMP) voor de opslag van gevaarlijke chemische materialen van de EPA (juni 1999) en de herregistratie van chloorgas als een pesticide (EPA, 2001) hebben ervoor gezorgd dat men in de (afval)waterbehandelingsindustrie steeds vaker van chloorgas overstapt op natriumhypochloriet, omdat men geen risico management plan wil opstellen voor het gebruik van chloorgas als desinfectiemiddel. |