| Fijn stof is een complex mengsel van deeltjes in de lucht die verschillen in grootte, herkomst en chemische samenstelling. Deze deeltjes hebben een doorsnede <10 μm. Door de kleine deeltjesgrootte kan fijn stof in de lucht over grote afstanden worden verplaatst. Het komt niet per definitie bij de bron terecht, waardoor heel Nederland heeft te kampen met te hoge gehaltes aan fijn stof. De concentraties zijn vooral hoog op plaatsen waar de uitstoot verhoogd is, zoals rond autosnelwegen en bij verbrandingscentrales. Verhoogde concentraties zijn in Nederland te vinden binnen 100m van een autosnelweg en binnen 50m van een stedelijke weg. Hierdoor heeft gemiddeld 5% van de Nederlanders een verhoogd gezondheidsrisico. In de grotere steden loopt dit aantal op tot zelfs 10% van de inwoners. Ook het buitenland draagt bij aan de verontreiniging met fijn stof in Nederland. De aandacht voor fijn stof is in de afgelopen jaren flink toegenomen, vanwege de ontdekking dat duizenden mensen vroeger sterven als gevolg van inademing van fijn stof. Uit epidemiologische studies van het Nederlands Aërosol Programma, waarin RIVM, TNO, ECN en IRAS (Institute of Risk Assessment Sciences) van de Universiteit van Utrecht samenwerken, blijkt dat zich in 2004 tussen de 1700 en 3000 vroege sterfgevallen voordeden door acute effecten van inademing van fijn stof. Tevens wordt gespeculeerd dat 10.000-15.000 mensen vroeger overlijden door lange-termijn effecten van fijn stof. Naast het veroorzaken van gezondheidsklachten speelt fijn stof tevens een rol in wolkvorming. Koolstofdeeltjes aanwezig in fijn stof beïnvloeden het klimaat (zie broeikaseffect). Bronnen Fijn stof komt vrij uit natuurlijke bronnen, zoals vulkanische uitbarstingen, zeezout of de bodem. De hoeveelheid in de lucht is sterk verhoogd door antropogene bronnen, zoals verbranding in automotoren, industrie en scheepvaart en op- en overslag van kolen en ertsen. Ook uitstoot uit elektriciteitscentrales veroorzaakt fijn stof. Uitstoot uit woningen wordt veroorzaakt door bijvoorbeeld openhaarden of barbecues. Volgens milieuepidemiologen van de Universiteit Utrecht is de uitstoot vanuit het verkeer, en dan met name vanuit dieselmotoren, verreweg het meest schadelijk voor de gezondheid. In 2002 is de bijdrage van verschillende bronnen in Nederland aan fijn stof emissies berekend. Deze is te zien in de figuur hier onder. Bron: Provincie Limburg Soorten Fijn stof wordt in soorten ingedeeld naar deeltjesgrootte. Er zijn drie categoriën deeltjesgrootte: - PM10*: diameter 2,5-10 μm (opwaaiend wegenstof en slijtagedeeltjes uit motoren en remmen) - PM2,5: diameter <2,5 μm (uit de uitlaten van dieselmotoren) - Diameter <0,1 μm (EC; elementair koolstof) Daarnaast wordt onderscheid gemaakt tussen primair en secundair fijn stof. Dit onderscheid is afhankelijk van de manier van ontstaan van fijn stof. Primair fijn stof ontstaat door wrijving, door de wind of door verbranding van fossiele brandstoffen. Secundair fijn stof ontstaat door reactie van moleculen van verzurende stoffen in de lucht tot zouten. Secundaire deeltjes kunnen zich aan primaire deeltjes hechten. Volgens professor van Schayck van de Universiteit Maastricht is alleen de fijn stof fractie PM2,5 en kleiner schadelijk voor de gezondheid, omdat de grotere fracties aan trilharen in de ademhalingsorganen blijven hangen, waarna deze worden uitgehoest. Hij pleit er dan ook voor dat de normen voor fijn stof verschuiven naar een basering op PM2,5 en kleiner (NRC Handelsblad, 25/6/2005). * PM komt van het Engelse Particulate Matter Normering Er is geen concentratie aan te wijzen waarbij fijn stof geen klachten veroorzaakt. Fijn stof dringt maar langzaam door in het lichaam en kan daardoor ook op de langere termijn schadelijk zijn. Er is dan ook geen drempelwaarde. De concentraties fijn stof zijn vanaf de jaren '80 van de twintisgte eeuw aan het dalen. Door onder andere de toepassing van stof- en roetfilters in de industrie, de overschakeling op gasstroken bij raffinaderijen en de Europese emissieregelgeving voor motorvoertuigen is de 116 kton uitstoot in 1980 al gedaald naar 47 kton in 2002 (Smeets, 2004). Toch zijn we er nog lang niet, want de afname wordt deels teniet gedaan door toename van de emissie bij andere sectoren. Een verdere daling is nodig om gezondheidseffecten te voorkomen. De normering voor fijn stof is daarom behoorlijk streng. De normen voor fijn stof zijn sinds 2001 opgenomen in de Europese regelgeving voor luchtkwaliteit. Deze normen zijn gebaseerd op onderzoek van de World Health Organization (WHO) en zijn bedoeld om de menselijke gezondheid en de omgeving te beschermen. Officieel zou de luchtkwaliteit in Europese landen in 2005 aan deze normen moeten voldoen. Dit is echter met name in Nederland niet het geval. De concentratie fijn stof moet in 2005 al zijn gedaald naar 40 μg per kubieke meter per jaar. Slechts 50 dagen per jaar mag het niveau van 35 μg per dag worden overschreden. In 2010 worden de normen aangescherpt. Er mag dan nog slechts 20 μg per kubieke meter aanwezig zijn en de 50 μg grens mag slecht 7 dagen per jaar worden overschreden. Nederland is wat fijn stof betreft strenger dan veel andere landen, bijvoorbeeld Duitsland. Hier gaat het namelijk niet alleen om het beperken van schadelijke effecten van fijn stof op de gezondheid, maar van de beperking van fijn stof uitstoot in het algemeen. Daarnaast wordt in Nederland niet alleen gebruik gemaakt van luchtmetingen van fijn stof. Ook modelberekeningen leveren een bijdrage aan de constatering van overschrijdingen. De normering voor fijn stof heeft vooral gevolgen voor nieuwe bouwprojecten. De Raad van State heeft al enkele malen bouwprojecten geblokkeerd omdat niet kon worden aangetoond dat de norm voor fijn stof zou worden gehaald. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van spitsstroken en nieuwe industrieterreinen. Grote brancheorganisaties zijn nu bang dat de steeds strenger wordende normering voor fijn stof bouwen in de Randstad op den duur onmogelijk zal maken. Doordat fijn stof ook van nature voorkomt pleiten bouwbedrijven voor een regionale invulling van de normen. Niet alle gebieden hebben namelijk van nature een even schone lucht. Gezondheidsrisico Fijn stof heeft bij inademing een schadelijk effect op de menselijke gezondheid, waarvan de mate afhangt van de samenstelling en de concentratie. Onderzoek in Amerika en Europa heeft uitgewezen dat er een duidelijk verband bestaat tussen de concentraties fijn stof in de lucht en gezondheidsklachten. Hart- en longziekten, acute en chronische bronchitis en astma kunnen ontstaan of verergeren door blootstelling. Jong astma patiëntje Voor bepaalde risicogroepen is de kans op schadelijkheid groter. Voorbeelden zijn carapatiënten, ouderen met hart- en vaatziekten, kinderen en mensen die zware lichamelijke arbeid verrichten. Wanneer de lucht sterk is verontreinigd met fijn stof hebben niet alleen overgevoelige mensen te kampen met gezondheidsklachten. Het heeft dan een effect op de gehele bevolking. Bronnen - DCMR Milieudienst Rijnmond - EPA - Het Financiële Dagblad (FD) - Milieuhulp - Milieuloket - NOS - NRC Handelsblad - RIVM - TNO - Wikipedia Smeets et al., Actualisatie van de Emissieraming van SO2, NOx, NH3, NMVOS en fijn stof in 2010. RIVM Rapport 500037007, 2004 Lees nu ook onze fijn stof nieuwspagina |