Steriliseren Sterilisatie wordt algemeen gedefinieerd als de eliminatie van alle vormen van microbiologisch leven, hierbij horen ook de bacterische endosporen. Aangezien het moeilijk is om complete eliminatie aan te tonen, wordt sterilisatie daarom meestal gedefinieerd in een getal. Dit getal geeft het aantal microorganismes aan die het betreffende behandelingsproces hebben overleefd. Deze functie wordt meestal uitgedrukt in een 6 log reductie. Een 6 log reductie houdt in dat van de miljoen microben er één het heeft overleefd. Een 6 log reductie betekent dus dat een miljoenste deel overleeft of anders gezegd de populatie wordt met 99.9999% gereduceerd. log reductie 1 log reductie = 90% afdoding 2 log reductie = 99% afdoding 3 log reductie = 99,9% afdoding etc. Vanaf 3 log reductie spreken we over desinfectie Desinfectie kan worden gedefinieerd als een proces dat microbiologische vervuiling (besmetting) reduceert/beperkt tot een niveau waarbij het niet schadelijk voor de mens is. Bij desinfectie worden bacteriën, fungi en virussen afgedood. In verscheidene takken van de industrie is alleen desinfecteren niet voldoende, er wordt dan vaak sterilisatie gebruikt. Het steriliseren van produkten of goederen gebeurd bijvoorbeeld in de voedingsindustrie en in de pharmaceutische industrie. Door middel van sterilisatie is de kans op bederf van het produkt of ziektes die door het produkt zouden kunnen worden overgebracht nihil, dan wel niet mogelijk. Saniteren Bij het sanitiseren wordt het aantal bacteriën gereduceerd tot een "veilig niveau" in lijn met die van de algemene hygiëne voorschriften. Dit wordt meestal gebruikt voor het bewaren en maken van voeding. Desinfecterende groepen deze kunnen we in 8 chemische groepen verdelen: - Hypochlorieten
- Fenolen
- Quatanaire ammonium bestanddelen
- Jodium
- Alcohol
- Aldehyden
- Chloorhexadine
- Ozon
In volgorde van de moeilijkheid in desinfectie staan hieronder micro-organismen beschreven. - Groter en meer gecompliceerd dan virussen (1000-10.000 nanometers)
- Starre celwand rond het celmembraan
- Kan zich uit zichzelf bewegen, voeden en voortplanten
- Onder optimale omstandigheden splitst de cel zich om de twintig minuten (binaire groei)
- Afhankelijk van de soort kunnen sommigen zonder zuurstof, deze worden anaeroob genoemd. De bacteriën die wel zuurstof nodig hebben worden aeroob genoemd.
Virussen - Kleinste levensvorm diameter 20 - 200 nanometer
- Simpelste levensvorm die van genetisch materiaal in een proteïne omhulsel (soort jas)
- Kunnen niet zelfstandig bewegen of voortplanten, komen alleen tot 'leven" in de gastcel
- Proteïne omhulsel brengt het virus naar de gastcel waar het vervolgens het genetische materiaal injecteert
- Gastcel verandert in een virus broedplaats met het gevolg dat wanneer de cel splitst er kopiën vrijkomen van het virus
- Eens geïnfecteerd is er vaak geen behandeling meer voor de ontstane ziekte mogelijk
Schimmels - Groter en meer complex dan bacterien
- Groeit draadvormig en produceert sporen
- Er bestaan ongeveer 100.000 soorten, hiervan zijn er 50 schadelijk voor de mens
Mycobacterie - een specifieke bacteriefamilie, ook welk acid-fast genoemd, de celwand houdt ADC (acid dye colouration) vast
- deze wand is slijmerig en zeer moeilijk te penetreren door chemische desinfectanten
- Mycobacterium tubercolosis verantantwoordelijk voor TBC
Sporen - "Normale" groei vergelijkbaar met die van de bacterie
- Wanneer de groei omstandigheden agressief worden twee types van bacterie (Bacillius en Clostridia) gevormd. Een ingekapselde harde vorm ( Fungi vormt ook sporen maar deze zijn makkelijk af te doden.)
- Overleven extreme omstandigheden zoals vacuum en kokend water
Voor de groei van micro-organismen spelen de volgende factoren een belangrijke rol: | Tijd | De tijd die nodig is voor een organisme om te groeien en te reproduceren | | Voeding | Voeding die nodig is voor een organisme om te groeien | | Temperatuur | Elk organisme heeft een optimale temperatuur waarbij het het beste groeit, de groei van zo'n organisme bevindt zich meestal binnen een bepaald traject. Het traject voor Pneumophila (legionella) zit tussen de 25ºC en de 55ºC. | | Ph | De meeste organismes kunnen alleen groeien binnen een bepaalde zuurgraad. | | Water | Zonder de aanwezigheid van water stagneert de groei van de bacterie. De bacterie sterft daarentegen niet. | | Zuurstof | Voor de aerobe organismes is zuurstof van vitaal belang, zonder zuurstof kunnen zij niet de energie verscharen die zij nodig hebben om te groeien. Op anaerobe organismes daarentegen heeft het zuurstof gehalte geen invloed. | Hygiëne Het voedsel kan in de keten van produktie tot consumptie (' van boerderij tot bord') in verschillende , achtereenvolgende stadia besmet raken met micro-organismen: - in de produktiefase (bij het telen van gewassen, het fokken en mesten van slachtdieren)
- in de verwerkingsfase ( bij het slachten van dieren en bij de industriële fabricage van plantaardige en dierlijke voedingsmiddelen)
- in de bereidingsfase (bij het bereiden van voedsel in de keuken)
De bronnen waaruit het voedsel in de genoemde fase besmet wordt, zijn van velerlei aard; de bodem en het oppervlaktewater; de mens, dieren, rauwe voedingsmiddelen (zowel plantaardige als dierlijke), maar ook de lucht en de keuken kunnen fungeren als bemettingsbron. De integrale ketenbewaking begint in de produktiefase. De besmetting kan beperkt worden door bijvoorbeeld kiemarm voedsel, pathogeenvrije slachtdieren en een verbetering van de hygiene op de bedrijven. In de verwerkingsfase treedt vaak kruisbesmetting op bij het industrieel slachten. De slachthuishygiëne kan verbeterd worden als men gebruik maakt van apparatuur die goed en gemakkelijk gereinigd en gedesinfecteerd kan worden. De vermeerdering van micro-organismen op de karkassen kan verminderd worden door de karkassen gedurende lange tijd te koelen met een geforceerde luchtventilatie. Deze ventilatie heeft een uitdrogende werking waardoor vele bacterien afsterven. Ook het besproeien van de karkassen met bijvoorbeeld een melkzuuroplossing heeft een goede ontsmettende werking. Aan het eind van de integrale ketenbewaking staat degene die het voedsel bereidt verantwoordelijk, hiervoor bestaat de Wet van hygiëne waarin vooral de hygiëne van de produkten, de werkvloer en personeel in worden benadrukt Lucht In de lucht zweven, onzichtbaar, grote aantallen bacteriën en schimmelsporen. De bacteriën zijn meestal vastgekleefd aan stofdeeltjes van allerlei aard, zoals huidschilfers, haartjes en textieldeeltjes. Behalve stofdeeltjes komen in de lucht veel aerosolen voor. Aerosolen zijn microscopisch kleine vochtdruppels die onder andere ontstaan bij niezen, hoesten en spreken. Deze aerosolen die ontstaan slaan neer, drogen uit en worden stof. Bronnen: Levensmiddelen Hygiëne Drs. GJ.A. Ridderbos en G.PH.M. Becht www.anntech.com, http://www.ccc.govt.nz |