| Natrium concentratie van irrigatiewater Een hoge concentratie natrium ionen in water beïnvloedt de doorlatendheid van de bodem en veroorzaakt infiltratie problemen. De oorzaak hiervoor is de uitwisseling van natrium tegen calcium en magnesium ionen aan kleicomplexen in de bodem. Het veroorzaakt dispersie van bodemdeeltjes. Wanneer calcium en magensium geadsorbeerd zijn, in plaats van natrium, is de bodem makkelijker te bewerken en meer doorlaatbaar. De dispersie van bodemdeeltjes resulteert in afbraak van bodemcomplexen. De bodem wordt daardoor hard en compact als deze droog is. Infiltratie van water en lucht in de bodem wordt bemoeilijkt en de structuur verandert. Dit probleem is tevens gerelateerd aan andere factoren zoals zoutgehalte van irrigatiewater (zie onder) en bodemtype. Zandgronden worden minder snel beschadigd dan andere, zwaardere bodems wanneer irrigatiewater met een hoge natrium concentratie wordt toegepast. Natrium en gewassen Hoge natrium concentraties zijn problematisch als infiltratie in zoverre wordt verminderd dat minder water voor gewassen beschikbaar komt. Ook kan het zijn dat de hydraulische geleidbaarheid van de bodem afneemt en daardoor onvoldoende drainage plaatsvindt. Andere problemen die gewassen ondervinden bij een te hoge natrium concentratie zijn de formatie van harde zaadbedden, tijdelijke verzadiging van de bovengrond, hoge pH en daarmee toename van de kans op ziekte, onkruidenm bodem erosie, zuurstof tekorten en onvoldoende nutriëntenopname. Gereciculeerd water kan teveel natrium bevatten in relatie tot andere kationen (Ca, K, Mg). Daarop zou controle moeten worden uitgevoerd. | Tolerantie | NAR van irrigatiewater | Gewas | | Zeer laag | 2-8 | Fruit, noten, citrusvruchtenm avocado | | Laag | 8-18 | Bonen | | Gemiddeld | 18-46 | Klaver, haver, rijst | | Tolerant | 46-102 | Tarwe, gerst, tomaat, bieten, barley, gras | Bron: Australian Water Quality Guidelines for Fresh & Marine Waters (ANZECC) Wat is de NAR? Deze index wordt gebruikt om de Natrium Adsorptie Ratio and te geven. Deze bepaalt de relatieve activiteit van natrium ionen voor uitwisseling aan bodemcomplexen. De ratio meet de concentratie natrium in vergelijking met calcium en magnesium. De NAR wordt gekenmerkt door de volgende vergelijking: | NAR = [CNa] / [√(CCa + CMg)/2] | (C): ionen concentratie (mol/m3) Na: natrium Ca: calcium Mg: magnesium Wanneer eenheden in meq/L zijn uitgedrukt, moet de som van Cca en CMg door 2 worden gedeeld, waarna de wortel wordt genomen | NAR risico irrigatiewater | | | NAR | Opmerkingen | | Geen | < 3,0 | Geen beperking gebruik gerecirculeerd water | | Licht tot gemiddeld | 3,0 - 9,0 | Tussen 3 en 6 opletten bij gevoelige gewassen. Tussen 6 en 8 gypsum toevoegen. Niet bij gevoelige gewassen. Bodems moeten eens in het jaar of eens in de 2 jaar worden bemosterd en getoetst om de natrium toename te bepalen. | | Accuut | > 9,0 | Zwaar schadelijk. Ongeschikt. | Een aangepaste NAR-adj waarde kan worden berekend voor water met hoge carbonaat en bicarbonaat concentraties. Dit kan worden toegepast als irrigatiewater bijvoorbeeld kalk bevat (kalkrijke gronden). Hoge concentraties carbonaat en bicarbonaat in water veroorzaken neerslagen van calcium en magnemsium en verhogen daardoor de concentratie natrium, waardoor de NAR index toeneemt. De hoeveelheid natrium kan ook worden uitgedrukt in het Residu Natrium Carbonaat (RNC). Relatie NAR en zout index Bij een gegeven NAR neemt de infiltratie toe wanneer de zoutconcentratie toeneemt, of andersom. Daarom moeten de NAR en de Eci worden gecombineerd om potentiële problemen te voorkomen. | NAR/zout index van irrigatiewater | | Als NAR is: 0-3 3-6 6-12 12-20 20-40 | | en EC (dS/m) is: Geen Licht Gemiddeld Zwaar | >0.7 0.7 0.2 <0.2 | >1.2 1.2 0.3 <0.3 | >1.9 1.9 0.5 <0.5 | >2.9 2.9 1.3 <1.3 | >5.0 5.0 2.9 <2.9 | Zoals te zien is in bovenstaande tabel moet bij extreem lage zoutgehalten een lage NAR van water worden voorkomen. Zeer zout water (EC 1,5-3) met een NAR boven 4 moet voorzichtig worden aangepakt. We bevelen aan een maal per kaar de bodem te testen, zodat eventuele natriumproblemen vroegtijd kunnen worden opgelost. Hoe hoger de zoutconcentratie, hoe hoger de NAR index. Dat veroorzaakt infitratie problemen. Aan de andere kant is het risico van infiltratie problemen ook hoog bij een zeer laag zoutgehalte, ongeacht de hoogte van de NAR index. Regen kan het zoutgehalte van de bodem verminderen en daarbij de NAR index verhogen. Dit vermindert water doorlatendheid van bodems. Oplossingen voor de NAR problematiek We kennen de volgende oplossingen voor NAR problemen in de bodem: - Wijzigen van de irrigatiebron - Mengen van irrigatiewater met water met lage natriumgehalten - Aeratie verhogen - Toepassing van zwavel, gypsum of zwavelzuur injectie - Technologische oplossingen: Ontzouting met omgekeerde osmose Ontzouting met voorbehandeling Membraantechnieken Aanverwante pagina’s Irrigatie waterkwaliteit Bicarbonaat concentratie van irrigatiewater Laboratorium analyse van irrigatiewater Nutriënten in irrigatiewater Zoutgehalte van irrigatiewater Toxische ionen in irrigatiewater |