Lenntech Waterbehandeling en luchtbehandeling Lenntech Waterbehandeling en luchtbehandeling

Milieueffecten van oorlogvoering Laatst gewijzigd sept 2006 Door S.M. Enzler MSc

De invloed van oorlog op het milieu en de menselijke gezondheid

“Warfare is inherently destructive of sustainable development. States shall therefore respect international law providing protection for the environment in times of armed conflict and cooperate in its further development, as necessary.” – 1992 Rio Declaration

Het gebruik van wapens, de verwoesting van gebouwen en oliebronnen, branden, militaire transporten en chemicaliëngebruik zijn allemaal voorbeelden van negatieve invloeden van oorlogvoering op het milieu. Lucht, water en bodem worden verontreinigd, mens en dier gedood, en onder overlevenden komen veel verschillende gezondheidseffecten voor. Deze pagina gaat over de milieueffecten van oorlogen en incidenten die tot oorlog leidden in de 20ste en 21ste eeuw.


Tijdlijn van oorlogen*

Afrika Amerika Azië Europa

World War I (1914 - 1918) World War II (1941 - 1945) Hiroshima & Nagasaki (1945) Pearl Harbor (1941) Vietnam War (1962 - 1975) Cambodia Civil War (1967 - 1975 & 1975 - 1979) Sudan Civil War (1983 - current) Somalia Civil War (1991) Rwanda Civil War (1994) Russia & Chechnya (1994 - current) Kosovo (1996 - 1999) Iraq and US (2003 - current) Afghanistan (2001 - current) Israel & Lebanon (2006 - current) Ethiopia & Eritrea (1998 - 2000) Congo Civil War (1998 - 2003) World Trade Centre Bombing (2001)

*Tijdlijn bewerkt door JavaJasper

Afrika

Afrika kende in de afgelopen eeuw veel burgeroorlogen en oorlogen tussen landen, waarvan er een aantal nog steeds aan de gang zijn. De meeste oorlogen zijn het resultaat van de bevrijding van een land na decennia van kolonisatie. Landen vechten om de kunstmatige grenzen die door de voormalige koloniale heersers zijn opgetekend. De oorlogen woeden vooral in dichtbevolkte gebieden, en gaan over de verdeling van schaarse bronnen zoals vruchtbaar bouwland. De precieze gevolgen voor het milieu van de verschillende oorlogen in Afrika zijn moeilijk in te schatten. Hieronder worden enkele van de meest frappante milieueffecten beschreven voor verschillende landen, waaronder afname van de biodiversiteit, hongersnood, sanitaire problematiek in vluchtelingenkampen en overbevissing.

Kongo oorlog (II) – Sinds augustus 1998 is een burgeroorlog aan de gang in het voormalig Zaïre, dat nu bekend staat als de democratische republiek Kongo (DRC). De oorlog eindigde in 2003 met de vaststelling van een overgangsregering. Een aantal oorzaken voor de oorlog werden naar voren gebracht, onder meer toegang tot en eigendomsrechten van waterbronnen en rijke mineralen, en politieke agenda’s. Momenteel heeft de oorlog al 3 miljoen levens gekost, vooral door verhongering en ziekte. Meer dan 2 miljoen mensen zijn op de vlucht geslagen. Slechts 45% van de bevolking had toegang tot schoon drinkwater. Bij wijze van intimidatie werden veel vrouwen verkracht, waardoor seksueel overdraagbare ziekten als HIV-Aids zich snel begonnen te verspreiden. De oorlog heeft veel negatieve gevolgen voor het milieu. Nationale parken waar zeldzame dieren worden gehouden worden vaak geëxploiteerd voor winning van mineralen en andere bronnen. Vluchtelingen jagen op wilde dieren, voor consumptiedoeleinden of om ze te verkopen. De populatie olifanten in Afrika is al behoorlijk afgenomen, vanwege het stropen van ivoor. Boeren branden grote delen van de bossen plat voor winning van bouwland. Er wordt ook nog steeds commercieel gekapt, waardoor de toegang tot de habitat van wilde dieren voor de stropers makkelijker wordt. Volgens onderzoek van het WWF is de neushoorn populatie al afgenomen van 29.000 dertig jaar geleden, tot 900 in 2005. UNESCO heeft alle vijf de nationale parken op de lijst gezet van bedreigde natuurgebieden.

Ethiopië & Eritrea – Tot 1952 was Eritrea een kolonie van Italië. Toen het werd bevrijd, werd het land meteen geannexeerd door Ethiopië. Vervolgens begon in 1961 een 30 jaar durende vrijheidsoorlog, die uiteindelijk resulteerde in de onafhankelijkheid van Eritrea na 1993. nadat het land in 1997 een eigen munteenheid aannam begon de oorlog met Ethiopië opnieuw. Ethiopië viel Eritrea aan naar aanleiding van een klein gerengeschil, etnische meningsverschillen en economische groei. De oorlog duurde tot juni 2000, en had tegen die tijd het leven gekost aan 150.000 Eritreanen en honderdduizenden Ethiopiërs. Tijdens de oorlog ontstond hongersnood door de extreme droogte, vooral omdat een groot deel van het overheidsgeld aan bewapening werd besteed. Volgens schattingen van de overheid ontving na de oorlog slechts 60% van het land afdoende voedselpakketten. Meer dan 750.000 mensen waren op de vlucht geslagen, en bijna de volledige infrastructuur werd verwoest. Pogingen om de landbouw productie in Eritrea te verminderen resulteerden in grote veranderingen in de habitat van veel dieren. In grote delen van het land is landbouw niet mogelijk, omdat toetreding wordt belemmerd door de vele landmijnen die nog in de bodem verspreid liggen. Wanneer delen van het land overstromen kunnen landmijnen in dorpen terechtkomen. Dit is eerder in Mozambique al gebeurd.

Burgeroorlog Rwanda – Tussen april en juli 1994 werden in Rwanda 80.000-100.000 Tutsi’s en gematigde Hutu’s door Hutu extremisten vermoordt. Meer dan 2.000.000 mensen verloren hun huizen en werden vluchtelingen. Rwanda kent een erg rijk milieu, maar bruikbare bronnen zijn zeldzaam. Ongeveer 95% van de bevolking woont op het platteland en is afhankelijk van de landbouw. Sommige wetenschappers denken dat de concurrentie om zeldzame bronnen voor en vooral na de genocide leidde tot geweld. Men denkt echter dat schaarse bronnen slechts een kleine bijdrage leverden aan het oplaaiend geweld. De hoofdoorzaak van de genocide was de dood van de president in een vliegtuigramp die werd veroorzaakt door raketvuur vanuit een van de kampen.

De vele vluchtelingen veroorzaakten een afname in de biodiversiteit. Toen zij na de oorlog terugkeerden naar het al overbevolkte land, gingen ze in bossen in de bergen wonen, in de habitat van bedreigde gorilla’s. Het behoud van de bedreigde gorilla was niet langer effectief, omdat vluchtelingen grote delen van de habitat vernietigden. Ondanks de problematiek in Rwanda die vooral voortkomt uit een gebrek aan beveiliging en behoud van zeldzame bronnen heeft de internationale dierenbescherming het op zich genomen de omstandigheden van de Rwandese gorilla’s weer te verbeteren.

Burgeroorlog Somalië – In 1991 was in Somalië een burgeroorlog aan de gang. Een van de meest frappante gevolgen van de oorlog was overbevissing. Het Rode Kruis begon na de oorlog de burgers aan te moedigen om zeevis te eten voor verbetering van hun voedselpakket. Om zelfvoorziening te bevorderen verschafte de organisatie trainingen en visapparatuur. Helaas begon de Somalische bevolking de internationale protocollen te negeren, waardoor de ecologie in de regio behoorlijk achteruit is gegaan. De onduurzame manier van vissen valt helaas niet op te lossen, omdat de vissers zichzelf bewapend hebben. Zij zien de overbevissing als een eigendomsrecht en kunnen niet overtuigd worden het anders te doen.

Sudan (Darfur & Chad) – Begin 1983 veroorzaakten de burgeroorlog en de extreme droogte in Sudan een wijdverspreide hongersnood. Productief bouwland was verlaten tijdens de oorlog. Duizenden mensen lieten huis en haard achter en sloegen op de vlucht, in veel gevallen om nooit terug te keren. Pogingen van boeren om ondanks de droogte gebruik te maken van bouwland resulteerden in erosie en verzanding. De overheid greep niet in, omdat men bang was het administratieve imago dat ze internationaal nog hadden te verliezen. Het gevolg was dat door hongersnood 95.000 van de 3,1 miljoen inwoners van de provincie Darfur om het leven kwamen. Omdat boeren steeds meer land probeerden te cultiveren, werden doorgangsroutes van herder afgesloten. Een gevolg daarvan was conflicten tussen boeren en rebellen. In 2003 werd in Darfur een conflict uitgevochten tussen Arabische boeren uit Sudan en niet-Arabische moslims. De moslimgroepering heet de Janjaweed, dat is een stam die vooral bestaat uit nomadische schaapsherders en melkveehouders. Van origine was de Janjaweed onderdeel van de Sudanese militie in Darfur, en zij werden dan ook vroeger door de overheid bewapend om rebellie de kop in te tikken. De wapens werden nu gebruikt tegen niet-moslim burgers, en in 2003-2004 stond de stam bekend om massaslachtingen. In december 2005 ging het conflict over de grens verder, en overheidstroepen uit Chad raakten ook betrokken, naast de Janjaweed en het front voor democratische verandering uit Sudan. In februari 2006 werd een vredesovereenkomst getekend door de regeringen van Chad en Sudan, genaamd de Tripoli overeenkomst. Helaas werd in april de hoofdstad van Chad aangevallen door Sudanese rebellen, waardoor de regering alle banden met Sudan brak. Tot nu toe heeft het conflict in Darfur aan tussen de 50.000 en 450.000 mensen het leven gekost. Meer dan 450.000 mensen zijn gevlucht uit Sudan en Centraal Afrika, en trokken naar het noorden en oosten van Chad. De meeste vluchtelingen zeggen dat ze wegvluchtten voor burgermoorden door rebellen, die voedsel wilden stelen en jonge mannen wilden rekruteren voor hun troepenmacht.


Amerika

Pearl Harbor (WWII) – Na aanvang van de Tweede Wereldoorlog tekende Japan het Tripartite Pact met Nazi Duitsland en het fascistische Italië. Vervolgens sloten de Verenigde Staten het Panama Kanaal voor Japanse schepen, en startten een volledig olie embargo. Japan was afhankelijk van de olie uit de VS, en besloot tot actie over te gaan. In december 1941 voerden Japanse troepen een verrassingsaanval uit op Pearl Harbor, Hawaï, met als doel de Amerikaanse marineschepen die daar aan dok lagen. Ondanks dat de VS zich ervan bewust was dat Japan aan zou kunnen vallen, waren ze redelijk onvoorbereid op de daadwerkelijke aanval. Er waren geen luchtpatrouilles, en de luchtafweer was onbemand.

Voor de aanval waren vijf Japanse onderzeeërs in de haven geplaatst om torpedo’s af te schieten. Een daarvan werd onmiddellijk ontdekt, en aangevallen door de USS Ward. Alle vijf de onderzeeboten zonken, en tenminste drie ervan zijn nooit meer terug gevonden. Japanse bommenwerpers arriveerden en bombardeerden marine luchtbasissen op Hawaï en de oorlogsschepen in Pearl Harbor. Achttien schepen zonken, waaronder vijf grote oorlogsschepen, en in totaal stierven meer dan 2000 Amerikanen tijdens de aanval. Bijna de helft van de doden werd veroorzaakt door de ontploffing van de USS Arizona. Het schip werd geraakt door een torpedo, brandde twee dagen lang en zonk uiteindelijk naar de bodem van de haven. Een grote zwarte wolk over het brandende schip was het gevolg van het in brand vliegen van het magazijn met buskruit voor luchtafweergeschut aan boord van het schip.

Brandstof die uit de Arizona en andere schepen lekte schoot in brand, en de brand verspreidde zich vrij snel richting andere schepen. Van de 350 Japanse vliegtuigen die richting de haven vlogen werden en 29 neergehaald. Meer dan zestig Japanners werden gedood, en de meesten daarvan waren vluchtpersoneel.

Momenteel liggen drie oorlogsschepen nog op de bodem van de haven. Vier anderen werden verwijderd en gerepareerd. De USS Arizona werd tijdens de aanval het sterkst beschadigd, en deze lekt nog steeds olie in de haven. Het wrak blijft er wel liggen, want deze dient nu als oorlogsmonument.

Aanslagen op het World Tade Centre – De zogeheten ‘War on Terrorism’ die door de VS in Azië wordt gevochten begon met de gebeurtenis die we ons allemaal nog zo goed herinneren van de schokkende beelden in het nieuws. Op 11 september 2001 vlogen terroristen twee vliegtuigen in de gebouwen van het World Trade Centre in New York. Men beweert dat de aanval op de torens en het instorten van het volledige WTC een ernstige acute milieuramp tot gevolg had.

Toen de vliegtuigen in de Twin Towers vlogen ontstond een brand waarbij meer dan 90.000 liter kerosine temperaturen van 1000oC haalde. Er vormde een atmosferische pluim bestaande uit toxische stoffen zoals metalen, furanen, asbest, dioxinen, PAK, PCB en zoutzuur. Het grootste deel van het materiaal bestond uit vezels uit de structuur van de gebouwen. Ongeveer 0,8-3,0% van de totale pluim bestond uit asbest, meer dan 0,1% bestond uit PAKs, en minder dan 0,001% bestond uit PCBs. Op de locatie die nu Ground Zero wordt genoemd lag een grote berg puin die van binnen nog meer dan 3 maanden brandde. Lang nadat de torens waren ingestort vormden zich nog gassen en giftige deeltjes.


Luchtfoto van de atmosferische pluim

De dag van de aanslagen verspreidde een stofwolk met deeltjes van verschillende afmetingen zich kilometers ver over Manhattan en Brooklyn. Brandweerlieden en medici die bij het WTC werkten warden blootgesteld aan stofdeeltjes. Ook mensen die in nabijgelegen straten waren, en kinderen in nabijgelegen scholen warden blootgesteld. Met behulp van in vivo inhalatie studies en epidemiologische studies warden de effecten van het stof bepaald. Gezondheidseffecten door het inademen van stof waren onder meer overgevoeligheid van de bronchiën door de hoge pH van de deeltjes, andere mogelijke effecten waren hoesten, verhoogde kans op astma en een verdubbeling van het aantal baby’s met een lag geboortegewicht bij vrouwen die in de omgeving van het WTC waren tijdens de aanslagen. Na September namen de concentraties luchtverontreinigingen weer af.

Veel mensen die tijdens de aanslagen in of nabij het WTC waren worden nog regelmatig onderzocht, omdat lange-termijn effecten kunnen optreden. Men denkt dat er een verhoogde kans is op mesothelioom door blootstelling aan asbest. Dit is een ziekte waarbij kwaadaardige cellen in de beschermlaag van de organen groeien. Dioxinen die in de lucht terechtkwamen tijdens en na de aanslagen zouden de kans op kanker en diabetes kunnen verhogen. Kinderen van vrouwen die zwanger waren en in de buurt van het WTC waren op 11 september 2001 worden onderzocht op groeiproblemen en geboorteafwijkingen.


Azië

Oorlog in Afghanistan – In oktober 2001 begonnen de Verenigde Staten de ‘War on Terrorism’ met de aanval van Afghanistan. Het uiteindelijke doel was om de Taliban regering te vervangen, en om de bedenker van de aanslagen op het World Trade Centre in september van dat jaar en prominent Al-Qaeda lid Osama Bin Laden te arresteren. Veel Europese landen hielpen de VS bij wat men ‘Operation Enduring Freedom’ noemde.

Door de oorlog is ernstige schade aan het milieu veroorzaakt, en veel mensen kregen last van hun gezondheid door de wapens die werden toegepast om vijandige doelen te bestoken. Naar schatting werden tienduizend dorpen en de omgeving ervan verwoest. Veilig drinkwater was steeds moeilijker te verkrijgen, omdat de water infrastructuur aangetast werd door lekkages, bacteriële besmetting en water diefstal. Rivieren en grondwater bronnen raakten verontreinigd door slecht geconstrueerde stortplaatsen die dichtbij de bronnen lagen.

Afghanistan kende vroeger grote bossen die door moessons werden beregend. Tijdens de oorlog begonnen leden van de Taliban illegaal hout te smokkelen in Pakistan, waardoor een groot deel van de bossen verwoest werd. Een groot deel van wat er overbleef werd alsnog vernietigd door bombardementen van de VS en door het sprokkelen van brandhout door Afghaanse burgers. Momenteel zijn in minder dan 2% van het land nog bossen te vinden.

Flora en fauna worden bedreigd door de vele bombardementen. Een van de werelds meest bekende vogeltrek routes loopt over Afghanistan. Nu vliegt echter slechts 85% van de trekvogels in het gebied nog via die route. De habitat van wilde dieren als luipaarden in de bergen wordt gebruikt als schuilplaats door het leger. Vluchtelingen vangen luipaarden en andere wilde dieren, en ruilen ze voor een veilige doorgang bij de grens.

Bodem, lucht en water zijn verontreinigd door toepassing van explosieven. Een voorbeeld daarvan is cycloniet, een giftige stof die kanker kan veroorzaken. Raket brandstoffen zetten perchloraten af, die de schildklier kunnen beschadigen. Een ontelbaar groot aantal landmijnen die overal zijn neergelegd bedreigen nog steeds de levens van mannen, vrouwen en kinderen die in de omgeving wonen.

Burgeroorlog Cambodja – In 1966 begon de prins van Cambodja het vertrouwen van de bevolking te verliezen, omdat hij nog steeds niets had kunnen doen aan de verslechterende economische situatie in het land. In 1967 begon een opstand in een rijke provincie waar veel welvarende grootgrondbezitters woonden. De burgers vielen de belastingeisers aan te vallen, omdat belastingen grotendeels in het bouwen van grote fabrieken werden geïnvesteerd, en omdat daarvoor land werd afgenomen door de regering. Het resultaat was een bloederige burgeroorlog. Voordat het conflict tot een einde kwam vonden meer dan 10.000 mensen de dood.

Tijdens de opstand ontstond de Rode Khmer (Khmer Rouge), een Maoïstische extremistische organisatie, die van het land een communistische land wilde maken. In 1975 kreeg de organisatie onder leiding van Pol Pot de macht in het land. De Khmer beschouwde de boeren als de arbeidersklasse (proletariaat), net als Mao eerder in communistische China. Scholen, ziekenhuizen en banken werden gesloten, het land werd geïsoleerd van alle buitenlandse invloeden, en mensen werden gedwongen naar het platteland te verhuizen en daar dwangarbeid uit te voeren. Velen stierven van vermoeidheid, ziekte en honger, of werden door de Khmer neergeschoten op wat bekend staat als ‘The Killing Fields’.

Het regime van de Rode Khmer veroorzaakte ontbossing vanwege uitgebreide houtkap om de oorlog te financieren, ontruiming van bouwland, constructie, kaptoezeggingen en de verzameling van brandhout. In totaal ging onder het regime 35% van de bossen verloren. Ontbossing veroorzaakte enorme overstromingen, waardoor rijstvelden beschadigd raakten en voedseltekorten ontstonden. In 1993 werd de export van hardhout verboden om verdere overstromingen te voorkomen.

In 1979 eindigde het regime van de Rode Khmet met een invasie vanuit Vietnam en de installatie van een pro-Vietnamese marionetregering. Vervolgens besloten Thaise en Chinese troepen het land uit de handen van de Vietnamezen te bevrijden. In de jaren 1980 werden grote aantallen landmijnen geplaatst, waarvan er veel nog steeds op het platteland liggen. Daardoor kan veel vruchtbaar bouwland momenteel niet worden gebruikt. In 1992 waren er vrije verkiezingen in het land, terwijl de Rode Khmer nog steeds aan het vechten was. Uiteindelijk vertrok de helft van het Khmer leger in 1996, en werden ook een aantal leiders gevangen genomen. Het regime van de Rode Khmer kostte aan 1,7 miljoen mensen het leven, en de Khmer zelf had 750.000 daarvan zelf gedood.

Bombardementen Hiroshima en Nagasaki – Atoombommen worden gemaakt met behulp van atoomsplijting, wat werd ontdekt in Nazi Duitsland in 1938 door twee radiochemici. Tijdens dit proces komt energie vrij in de vorm van warmte. In kernreactoren wordt gebruik gemaakt van controleerbare reacties voor de productie van elektriciteit, maar tijdens nucleaire bombardementen vinden oncontroleerbare reacties plaats. De Verenigde Staten werden gealarmeerd door de Duitse uitvinding, omdat Nazi’s die atoombommen konden toepassen natuurlijk nog een veel grotere dreiging waren dan voorheen. Toen Amerika door Pearl Harbor betrokken raakte bij de Tweede Wereldoorlog begon de ontwikkeling van atoombommen onder de naam ‘Manhattan Project’. In juli 1945 werd de eerste atoombom getest in de woestijn van Nieuw Mexico. De proeven waren succesvol, en Amerika was nu in bezit van een van de meest dodelijke wapens ter wereld.

In 1945, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog en het begin van de Koude Oorlog, werden kernwapens voor de eerste keer gebruikt in Japan. Op 6 augustus werd een uranium bom onder de naam Little Boy op Hiroshima gedropt, gevolg door een plutonium bom onder de naam Fat Man op Nagasaki op 9 augustus. Hiroshima werd uitgekozen omdat het een militaire basis was. De bom ontplofte om 8.15 uur boven een Japans militair veld, waar veel soldaten al aanwezig waren. Nagasaki werd uitgekozen vanwege de rijke industrie. De bom, die veel groter was dan die voor Hiroshima, ontplofte om 11.02 uur boven een industriegebied. De heuvels in het gebied en de geografische locatie van het bombardement resulteerden in een kleinere totale impact dan in Hiroshima enkele dagen eerder.

Het eerste resultaat van de bombardementen was een verblindend licht, en een enorme hittegolf. Droge ontvlambare materialen vlogen in brand, en alle mensen en dieren binnen een halve mijl van de locatie stierven ter plaatse. Veel gebouwen stortten in, en in Nagasaki werden zelfs gebouwen ontworpen om aardbevingen te doorstaan weggeblazen. Veel waterleidingen braken en door het resulterende watertekort konden veel branden niet worden geblust. Zes weken na de explosie had de stad nog steeds te kampen met een watertekort. In Hiroshima vormden een klein aan branden in combinatie met de wind een vuurstorm, waardoor mensen die nog niet dood waren maar niet konden wegkomen ook stierven. Enkele dagen na de explosies kregen mensen last van stralingsziekte, en in de vijf jaren die volgden zou nog een groot aantal mensen overlijden.

Het totale dodental was naar schatting:
In Hiroshima 100.000 de dag van de explosie, en uiteindelijk tussen de 100.000 en 200.000.
In Nagasaki 40.000 de dag van de explosie en uiteindelijk tussen de 70.000 en 150.000.

De gebeurtenissen van 6 en 9 augustus 1945 veroorzaakten een aantal milieueffecten. De lucht raakte verontreinigd met stofdeeltjes en radioactief puin dat rondvloog, en de branden droegen hier ook aan bij. De explosies doodden veel planten en dieren, en ook stierven dieren maanden later aan stralingsziekte door radioactieve neerslag. Radioactief zand verstopte drinkwaterputten, waardoor een tekort ontstond. Radioactief afval en puin verontreinigden oppervlaktewateren. De landbouwproductie verminderde, omdat oogsten werden verwoest. Dode rijstplanten werden tot zeven kilometer rond de explosiesites gevonden. In Hiroshima waren de effecten van het bombardement in een straal van 10 km rond de site merkbaar, en in Nagasaki binnen een straal van 1 km.

Irak & Koeweit – In 1991 werd de Golfoorlog gevochten tussen Irak, Koeweit en een aantal westerse landen. Koeweit hoorde in het verleden bij Irak, maar de Britse imperialisten hadden het bevrijd, zoals de Irakese overheid stelde. In 1990 stelde het land dat Koeweit illegaal olie tapte uit Irakese bronnen, en viel Irak Koeweit binnen. De Verenigde Naties trachtten Koeweit te bevrijden. In januari 1991 begon Operation Desert Storm, met als doel het vernietigen van de Irakese lucht- en grondtroepen, en de controleposten. De oorlog werd gevochten in Irak, Koeweit en de grensregionen van Saoedi-Arabië. Zowel luchtgeschut als grondartillerie werd gebruikt. Aan het eind van de maand vlogen Irakese luchttroepen richting Iran, en begonnen de grondtroepen te vluchten.

De Golfoorlog was een van de meest vernietigende oorlogen ooit in termen van milieuverontreiniging. Irak dumpte ongeveer een miljoen ton ruwe olie in de Perzische Golf, dit was meteen de grootste olieramp in de geschiedenis (zie milieurampen). Ongeveer 25.000 trekvogels werden gedood. De gevolgen voor het zeeleven waren niet zo groot als gedacht werd, omdat het warme water de natuurlijke afbraak van olie versnelde. Lokale garnalenvisserijen ondervonden wel problemen. Ruwe olie kwam ook in de woestijn terecht, en vormde oliemeren over een gebied van meer dan 50 vierkante kilometer. Na verloop van tijd sijpelde de olie door naar grondwater aquifers.

Vluchtende Irakese troepen staken oliebronnen in brand, waardoor een halve ton verontreinigende stoffen de lucht in ging. De oliebranden veroorzaakten milieuproblemen zoals smogvorming en zure regen. Giftige dampen uit de oliebronnen veroorzaakten gezondheidsproblemen, en bedreigden flora en fauna. een roetlaag bedekte de woestijn, waardoor bij planten de ademhaling moeilijker ging. Het zoutgehalte van zeewater nabij de oliebronnen nam toe doordat men het gebruikte om de oliebranden te blussen. Het duurde negen maanden voordat alle branden geblust waren.

Tijdens de oorlog werden veel dammen en rioolwaterzuiveringen door bombardementen verwoest. Door gebrek aan mogelijkheden voor waterbehandeling werd rioolwater direct in de rivieren Eufraat en Tigris geloosd. Ook sijpelden verontreinigingen vanuit de gebombardeerde chemische fabrieken de rivieren in. Drinkwater dat uit rivierwater werd geproduceerd bevatte toxische stoffen, waardoor veel mensen ziek werden. Het aantal gevallen van tyfus is na 1991 vertienvoudigd.

Militaire bewegingen door de woestijn tastten de structuur van de bodem aan, met als gevolg erosie. Andere zandlagen kwamen aan de oppervlakte en vormde langzaam verplaatsende zandduinen. De duinen zullen op een dag problemen veroorzaken voor Koeweit Stad. Tanks vuurden verarmd uranium raketten af, waardoor zware artillerie kan worden doorboord. Verarmd uranium is een zwaar metaal dat de nieren beschadigt, en verdacht carcinogeen en teratogeen is. Rapporten uitgebracht na de Golfoorlog beschreven een toename van geboorteafwijkingen bij kinderen van veteranen. Het precieze effect van verarmd uranium kon na de Golfoorlog niet uitgebreid worden onderzocht, omdat Saddam Hussein weigerde mee te werken. De werkelijke eigenschappen van het metaal werden pas duidelijk na de Kosovo Oorlog in 2001 (zie onder). Verarmd uranium staat nu bekend als neurotxine, en de geboorte-effecten en kankers worden aan andere chemicaliën en zenuwgassen toegeschreven. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat afzettingen van oxides van verarmd uranium in de longen van veteranen nog niet afdoende onderzocht zijn. Dit zou infectie van de nieren en longen kunnen veroorzaken bij lange-termijn blootstelling.

Na de Golfoorlog kregen militairen last van een ziekte die nu bekend staat als het Golfoorlog Syndroom. Over de oorzaken van de ziekte wordt nog uitgebreid gespeculeerd. Voorbeelden van mogelijke oorzaken zijn blootstelling aan verarmd uranium (zie boven), chemische wapens (zenuwgassen en mosterdgas), een antrax vaccin dat aan 41% van de Amerikaanse en 60-75% van de Britse militairen werd toegediend, rook van de oliebranden en parasieten. Symptomen van het GOS zijn chronische vermoeidheid, spierpijnen, diarree, migraine, geheugenverlies, huidziekten en kortademigheid. Veel veteranen stierven later aan ziekten zoals hersenkanker, waarvan men nu het verband met de oorlog begint te zien.

Irak & de Verenigde Staten – De oorlog in Irak in 2003 tussen de VS en de locale troepenmacht als onderdeel van de ‘War on Terrorism’ veroorzaakte armoede, waardoor milieuproblemen ontstonden. Lange-termijn milieueffecten van de oorlog zijn vooralsnog onduidelijk, maar een aantal korte-termijn problemen zijn al wel beschreven. Men maakt bijvoorbeeld gebruik van wapens die het milieu aanzienlijk kunnen beschadigen, zoals ammunitie met witte fosfor. Over de hele wereld protesteren mensen tegen het gebruik van dit soort wapens.

Water
Door de vele bombardementen en stroomstoringen zijn sanitaire systemen en riolen beschadigd, waardoor de rivier de Tigris verontreinigd is. Tweehonderd blauwe plastic containers zijn gestolen uit een kerncentrale nabij Bagdad. De radioactieve stoffen in de containers zijn in de rivier gedumpt en vervolgens heeft men de containers uitgespoeld. Armen gebruiken de containers als opslagplaats voor water, olie en tomaten, of verkopen ze aan anderen. In de vaten is ook melk naar andere plaatsen vervoerd, waardoor het vrijwel onmogelijk is ze allemaal weer terug te vinden.

Lucht
Oliebronnen staan in brand, net als eerder in de Golfoorlog in 1991, waardoor de lucht verontreinigd raakt. In het noorden van Irak heeft een zwavelfabriek een hele maand in brand gestaan, waardoor zwavelverbindingen in de lucht terechtkwamen. Omdat veel branden nog steeds niet geblust zijn, zou het grondwater wel eens verontreinigd kunnen raken.

Bodem
Militair vervoer en het gebruik van wapens leidt tot verval van de bodem. De vernietiging van militaire apparatuur door bombardementen verontreinigt de bodem met onder meer zware metalen.

Israël & Libanon – In juli 2006 begon Hezbollah met raketaanvallen op Israëlische doelen. Een grondpatrouille doodde Israëlische soldaten, en nam er een aantal gevangen.

De oorlog resulteerde in een milieuramp, omdat Israëliërs een energiecentrale ten zuiden van Beirut bombardeerden. Beschadigde opslagen lekten ongeveer 20.000 ton olie in de Middellandse Zee. De olie verspreidde zich snel, waardoor meer dan 90 km kust verontreinigd raakte. Vissen stierven en de verontreiniging bedreigde de habitat van de bedreigde groene zeeschildpad. Op de stranden van Libanon ligt een enorme sliblaag, en wanneer de verontreiniging verder verspreid zal Syrië hetzelfde probleem ondervinden. Een deel van de olie verbrandde, waardoor de lucht verontreinigd raakte. Tot nu toe heft de oorlog saneringswerkzaamheden bemoeilijkt.

Een ander milieuprobleem werd veroorzaakt door de bosbranden in Israël, als gevolg van bombardementen door Hezbollah. In totaal brandde 9000 hectare bos volledig af, en de brandhaarden bedreigen drie reservaten en vogelbroedplaatsen.

Rusland & Tsjetsjenië – In 1994 begon in Tsjetsjenië de eerste onafhankelijkheidsoorlog tussen Russische troepen, Tsjetsjenische guerrilla’s en burgers. Tsjetsjenië is heel lang een provincie van Rusland geweest, en wenst nu onafhankelijk te zijn. De Eerste Oorlog eindigde in 1996, maar in 1999 viel Rusland Tsjetsjenië opnieuw aan, omdat ze het niet eens konden worden over de olieverdeling.

De oorlog tussen het land en de provincie duurt nog steeds voort. Het heeft een vernietigend effect op de regio van Tsjetsjenië. Ongeveer 30% van het Tsjetsjeense grondgebied is verontreinigd, en op 40% van het grondgebied worden milieunormen overschreden. Grote milieuproblemen in de regio zijn bijvoorbeeld radioactief afval en straling, olielekkage naar de bodem vanuit gebombardeerde fabrieken en raffinaderijen, en verontreiniging van grondwater en oppervlaktewater. Rusland heeft radioactief afval begraven in Tsjetsjenië. De straling is op sommige plaatsen wel tien keer het normale niveau. Het risico neemt toe tijdens bombardementen in de regio, vooral omdat men na 1999 zwaardere wapens is gaan gebruiken. Een groot deel van het bouwland in de regio is zo verontreinigd dat men er geen voedsel meer op kan verbouwen. De oorzaak hiervoor zat vooral in de illegale miniraffinaderijen die mensen in de achtertuinen aanlegden. Daarbij werden milieunormen overschreden en werd 50% van het product als afval aangemerkt. Iedere dag komt een grotere hoeveelheid grondwaterverontreiniging in de rivieren Sunzha en Terek terecht. Op sommige plaatsen zwemmen helemaal geen vissen meer. Olielekken en bombardementen hebben al veel van de plaatselijke flora en fauna gekost.

Vietnam Oorlog – De Vietnam Oorlog begon in 1945 en eindigde in 1975. het wordt nu een proxy oorlog genoemd, omdat deze gevochten werd tijdens de Koude Oorlog tussen de VS en de Sovjet-Unie om te voorkomen dat de landen elkaar direct zouden moeten bevechten. Noord Vietnam vocht samen met de Sovjet-Unie en China tegen Zuid Vietnam, de Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland en Zuid-Korea. De Verenigde Staten raakten pas in 1963 actief betrokken bij de oorlog. Tussen 1965 en 1968 werd Noord Vietnam gebombardeerd onder Operation Rolling Thunder, om de vijand te dwingen tot onderhandeling. Bommen verwoestten meer dan twee miljoen hectare land. Noord Vietnamese troepen vochten terug, en de Sovjet-Unie begon luchtafweergeschut aan Noord Vietnam te leveren. Toen begon een grondoffensief van de VS troepen tegen de Viet Cong. De VS trok zich pas in 1973 terug uit Vietnam, en tijdens de jaren ervoor werd extreme schade aan het milieu veroorzaakt.

Om de beschutting voor de Viet Cong in de bossen te verminderen en de voedselvoorziening van de bevolking te verstoren werd een grootschalig ontbossingprogramma uitgevoerd. Het gebruik van herbiciden verwoestte 14% van de Vietnamese bossen, verminderde de landbouwproductie, en maakte zaden ongeschikt om voor herbeplanting. Wanneer de oogst niet mislukte door het gebruik van herbiciden, ging voedsel vaak alsnog verloren omdat militairen hooibalen in brand staken, en vliegtuigbrandstof over het land verspreidden en dat vervolgens in brand staken. In totaal werd 15.000 vierkante kilometer land verwoest. Om de veehouders van hun voedselvoorraad te beroven werd vee vaak doodgeschoten. In totaal werden 13.000 koeien, schapen en varkens gedood.

Door de toepassing van 72 miljoen liter chemicaliën vonden veel dieren de dood, en kregen mensen te kampen met gezondheidsproblemen. Een van de ontbladeringsmiddelen die tussen 1962 en 1971 werd gebruikt, Agent Orange, was ongelooflijk schadelijk. Het hoofdbestanddeel van het middel is dioxine, en dat werd tijdens en na de oorlog in bodem, water en vegetatie teruggevonden. Dioxine is carcinogeen en teratogeen, en veroorzaakte dan ook spontane miskramen, chlooracne, huid- en longkanker, en verlaagde intelligentie en emotionele stoornissen bij kinderen. Kinderen van veteranen uit de Vietnam Oorlog hebben vaak geslachtsafwijkingen. Ongeveer een half miljoen kinderen werden geboren met afwijkingen gerelateerd aan dioxinevergiftiging. Agent Orange bedreigt nog steeds de gezondheid van veel kinderen in Vietnam.

De landbouw in Vietnam ondervindt nog steeds problemen, omdat zes miljoen actieve bommen nog steeds in de velden liggen. Verschillende organisaties proberen de bommen te verwijderen. Landmijnen die nog in de bodem liggen worden niet verwijderd, omdat de Vietnamese regering weigert de verantwoordelijkheid te nemen.


Europa

Kosovo Oorlog – De Kosovo Oorlog is te verdelen in twee onderdelen: een conflict tussen Servië en Kosovo en een conflict tussen Kosovo en de Noord Atlantische Verdrags Organisatie (NAVO). Het eerste conflict begon in 1996 door de opmerking van Slobodan Milosevic dat Kosovo onderdeel van Servië moest blijven, en het resulterende geweld van de Albanische burgers. Toen Servische troepen in 1999 in het dorpje Racak 45 Albaniërs om het leven brachten mengde de NAVO zich in het conflict. De NAVO begon een 4 maanden durend bombardement op Servië als respons op het geweld in Racak.

Het UNEP onderzocht de milieueffecten van de Kosovo Oorlog. Men concludeerde dat de oorlog geen milieuramp tot gevolg had waardoor de gehele Balkan regio zou worden beïnvloed. Toch werden verschillende plaatsen onderscheiden waar het milieu flink was aangetast, namelijk Pancevo, Kragujevac, Novi Sad en Bor.

Bombardementen vanuit de Verenigde Staten leidden tot lekkages bij olieraffinaderijen en olieopslagdepots. Andere industriële doelen werden eveneens bestookt. Een aantal stoffen zoals EDC (1,2-dichloorethaan), PCBs en kwik kwamen in het milieu terecht. Door verbranding van Vinyl Chloride Monomeer (VCM) vormde dioxine, zoutzuur, koolstofmonoxide, en PAKs, en oliebranden veroorzaakten uitstoot van zwaveldioxide, stikstofoxiden, koolmonoxide, lood en PAKs. Grote wolken zwarte rook vormden boven brandende industriële gebouwen, waardoor een zwarte regen viel in het gebied om Pancevo.nationale parken in Servië ondervonden schade van bombardementen, en dat had vermindering van de biodiversiteit tot gevolg.

EDC, kwik en petroleum producten (bijv. PCBs) verontreinigden de rivier de Donau. Veel stoffen zitten nog steeds in het sediment en naleveringen zijn niet ondenkbaar. EDC is toxisch voor zowel terrestrisch als aquatisch leven. Kwik kan omgezet worden in methylkwik, een zeer giftige stof die zich ophoopt in voedselketens. Om de gevolgen van een eventueel bombardement te voorkomen werd vloeibare ammonia vanuit een kunstmestfabriek in de Donau geloosd. Tot 30 km benedenstrooms gingen veel vissen dood.

In 1999 bombardeerde de NAVO Belgrado, de hoofdstad van Servië. De schade aan het milieu als gevolg van het bombardement was enorm. Petrochemische fabrieken in de omgeving lekten allerlei gevaarlijke chemicaliën die in lucht, water en bodem terechtkwamen. Ammonia en plastic fabrieken stootten chloor, zoutzuur, vinylchloride en andere chloorstoffen uit, waardoor lokale luchtverontreiniging en gezondheidsproblemen ontstonden. Uit raffinaderijen lekte olie naar de waterbronnen. De rivier de Donau raakte nog meer met olie verontreinigd, maar nu ook met zoutzuur, en kwikverbindingen. Deze bleven een behoorlijke tijd in het water aanwezig en kwamen daardoor ook in buurlanden Roemenië en Bulgarije terecht.

NAVO bombardementen beschadigden drinkwaterbronnen en afvalwaterbehandelingfabrieken. Veel mensen vluchtten weg uit de omgeving en kwamen in vluchtelingenkampen terecht, waar het aantal mensen steeds verder toenam. Er was een gebrek aan schoon drinkwater en hygiëne.

Net als in de Golfoorlog werd verarmd uranium gebruikt om tanks en zware artillerie te bestoken. Na de oorlog hielp Groot-Brittannië met de verwijdering van de residuen uit het milieu. Veteranen kregen last van hun gezondheid. De VS en GB onderkenden het risico van inademing van stof uit verarmd uranium. Inademing van het stof veroorzaakt waarschijnlijk chemische vergiftiging.

Eerste Wereldoorlog: loopgravenoorlog – In 1914 werd in Servië aartshertog Franz Ferdinand van Oostenrijk-Hongarije (OH) vermoord, waardoor de Eerste Wereldoorlog begon. Eerst viel OH Servië binnen, en vervolgens viel Duitsland België binnen. De oorlog werd vooral in Europa uitgevochten, tussen de geallieerden en de centrale machten.

Geallieerden: Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, België, Luxemburg, Rusland, Polen, Servië, Montenegro, Roemenië, Albanië, Griekenland, Portugal, Finland, Verenigde Staten, Canada, Brazilië, Armenië, Australië, India, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Liberia, China, Japan, Thailand, Guatemala, Haïti, Honduras, Nicaragua en Panama
Centrale machten: Oostenrijk-Hongarije, Duitsland, het Turkse Rijk en Bulgarije

De Eerste Wereldoorlog was een loopgravenoorlog. De loopgraven strekten van de Noordzee naar de grens van Zwitserland. In 1918 toen de oorlog op zijn einde was vielen grote rijken uiteen in kleinere landen, waardoor het Europa van vandaag ontstond. De oorlog kostte aan meer dan 9 miljoen mensen het leven, en de meesten daarvan stierven aan de Spaanse Griep die in 1918 uitbrak (zie milieurampen). De epidemie was geen direct gevolg van de oorlog, maar deze werd er wel door versterkt. De verspreiding van de troepenmacht en de vele soldaten die dicht op elkaar in de loopgraven zaten veroorzaakten een snellere verspreiding van het virus. Door uitputting en stress waren de soldaten gevoeliger voor besmetting.

In termen van milieueffecten was de Eerste Wereldoorlog een erg schadelijke onderneming, vanwege de grote veranderingen in het landschap door de loopgraven. Door het graven werd grasland omgeploegd, werden planten en bodemdiertjes platgedrukt, en veranderde de bodemstructuur opvallend. Ontbossing en uitbreiding van de loopgraven veroorzaakten erosie. Als de oorlog nooit uitgebroken was had het landschap er nu heel anders uitgezien.

Het gebruik van gifgas was een ander schadelijk milieueffect. Gassen werden over de loopgraven verspreid om soldaten aan het vijandelijk front te doden. Voorbeelden van gassen die tijdens WWI werden gebruikt zijn traangas (aerosolen die de ogen irriteren), mosterdgas (celtoxine dat zweren en bloedingen veroorzaakte), en carbonyl chloride (carcinogeen gas). De gassen resulteerden in honderdduizend doden, en de meesten waren een gevolg van inademing van carbonyl chloride gas (phosgene). Het slagveld werd ernstig verontreinigd, en het gas kwam in de atmosfeer terecht. Na de oorlog veroorzaakte ammunitie die niet was ontploft enorme problemen in voormalig oorlogsgebied. Door milieuwetgeving is opruiming door ontsteking en dumpen op zee verboden, daarom was de saneringsoperatie kostbaar en duurde deze oneindig lang. In 1925 tekenden de meeste deelnemers aan de oorlog een verdrag waardoor geen chemische wapens meer mochten worden toegepast. Chemische ontwapening werd uitgevoerd in Frankrijk en België.

Tweede Wereldoorlog: gaskamers – De Tweede Wereldoorlog was een wereldwijd conflict tussen de geallieerden (Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten als belangrijkste deelnemers) en de aslanden (Duitsland, Italië en Japan als belangrijkste deelnemers). Het begon met de Duitse invasie van Polen en Tsjecho-Slowakije in 1939, en eindigde met de bevrijding van West Europa door de geallieerden in 1945.

Tussen 1941 en 1945 werden meer dan 1 miljoen mensen vermoord in de gaskamers van het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau in Nazi Duitsland. Meer dan 90% van de slachtoffers waren van Joodse afkomst, en de overige 10% bestond uit Polen, Russische krijgsgevangenen en zigeuners. Het giftige gas dat werd gebruikt was Zyklon-B, een insecticide met cyanide als hoofdbestanddeel dat in grote hoeveelheden dodelijk is. Het lag in kristalvorm opgeslagen in grote containers, maar zodra het werd blootgesteld aan lucht kwam het dodelijke waterstofcyanide gas (HCN) vrij. Nadat Zyklon-B door kleine openingen in de wand de gaskamers in was geleid duurde het slechts 10-15 minuten voor iedereen daar binnen dood was.

Het insecticide werd aan Nazi Duitsland geleverd door twee firma’s, namelijk Tesch-Stabenow en Degesh. Na de oorlog beweerden de directeurs van de bedrijven dat ze er geen weet van hadden dat hun product werd gebruikt om mensen in grote aantallen te doden. Er werd echter beweerd dat het wel bij de bedrijven bekend moest zijn, omdat ze genoeg product verkochten om 2 miljoen mensen mee te doden, en ook advies gaven over het gebruik van ventilatie en verwarming.

Tweede Wereldoorlog: hongerwinter – Aan het eind van 1944 startten de geallieerden met de bevrijding van West Europa. Toen zij echter Nederland bereikten zorgen de Duitse troepen ervoor dat ze niet verder konden komen dan Arnhem, omdat de geallieerden een brug over de Rijn niet te pakken kregen. De Nederlandse regering die in ballingschap in Groot-Brittannië zat riep op tot spoorstakingen, en de Duitsers reageerden door middel van een embargo op voedseltransporten naar het westen. Het resultaat was wat we nu kennen als de hongerwinter, waarin tussen de 20.000 en 25.000 Nederlanders omkwamen. Verhongering had een aantal oorzaken: een harde winter, brandstof tekorten, de verwoesting van bouwland door bombardementen, overstromingen en het embargo op voedseltransport. De meeste mensen in het westen hielden zichzelf in leven met tulpenbollen en suikerbiet. Over het algemeen leverden rantsoenen niet meer dan 100 kcal per persoon per dag. In mei 1945 eindigde de hongerwinter met de capitulatie van Duitsland en de officiële bevrijding van Nederland.


Bronnen

Boeken en artikelen

Central Asia Caucasus Institute, 2006, Environmental ramifications of the Russian war on Chechnya, Johns Hopkins University, http://www.cacianalyst.org/view_article.php?articleid=4204&SMSESSION=NO

Cousin T.L., 2005, Case study: Eritrean and Ethiopian Civil War, ICE Case Studies No 2, http://american.edu/ted/ice/eritrea.htm

Landrigan P.J., Lioy P.J., Thurston G., Berkowitz G., Chen L.C., Chillrud S.N., Gavett S.H., Georgopoulos P.G., Geyh A.S., Levin S., Perera F., Rappaport S.M., Small C., 2004, Health and Environmental Consequences of the World Trade Center Disaster, Environmental Health Perspectives Volume 112, No 6

Lioy P.J., Weisel C.P., Millette J.R., Eisenreich S., Vallero D., Offenberg J., 2002, Characterization of the dust/smoke aerosol that settled east of the World Trade Center (WTC) in Lower Manhattan after the collapse of the WTC 11 September 2001, Environmental Health Perspectives Volume 110, page 703-714

Mannion A.M., 2003, The Environmental Impact of War and Terrorism, Geographical paper No 169, Department of Geography, University of Reading, Whiteknights, UK

Pearce F., 2004, From Vietnam to Rwanda: war’s chain reaction, The New Scientist, http://www.unesco.org/courier/2000_05/uk/planet.htm

Percival V., Homer-Dixon T., 1995, Environmental Scarcity and Violent Conflict: The Case of Rwanda, American Association for the Advancement of Science and the University of Toronto

Suliman M., 2006, Civil War in Sudan: The impact of ecological degradation, Environment and Conflicts Project, University of Pennsylvania, http://www.africa.upenn.edu/Articles_Gen/cvlw_env_sdn.html

United Nations Environment Programme, 1991, The Kosovo conflict – Consequences for the environment and human settlements, UNEP and UNCHS, United States, http://www.grid.unep.ch/btf/final/finalreport.pdf

United Nations Environment Programme, 2003, Afghanistan: Post-Conflict Environmental Assessment, Switzerland, http://postconflict.unep.ch/afghanistan/report/afghanistanpcajanuary2003.pdf

Victorian Peace Network, 2005, Hiroshima and Nagasaki – Nuclear Fact Sheet, http://www.vicpeace.org

World Health Organization, 2003, Depleted Uranium – Fact sheet, http://www.who.int/mediacentre/factsheets/fs257/en/print.html

Overige bronnen

- Het Environmental protection agency (EPA)
- Friends Of The Earth (Milieueffecten van nucleaire wapens)
- Global Issues (Conflicten in Afrika)
- De Kuwait Information Office in India
- De Peace Pledge Union
- Ron Epstein – Milieuethiek
- Het Manhattan Project (MBE)
- New Scientist
- Het Niskor Project
- De Sierra Club uit Canada
- Het United Nations Environment Programme
- Wikipedia encyclopedie

Over Lenntech

Lenntech BV
Distributieweg 3
2645 EG Delfgauw

tel: +31 152 755 703
fax: +31 152 616 289
e-mail: info@lenntech.com


Copyright © 1998-2017 Lenntech B.V. All rights reserved